Het Blauwe Hart


IJsselmeergebied: Het Blauwe Hart van Nederland

 

Het Blauwe Hart van Nederland is het grootste zoetwatergebied van Europa en wordt gewaardeerd om haar bijzondere natuurwaarde en als prachtig cultureel erfgoed met haar weidse landschap. Samenwerkende partners in Coalitie Blauwe Hart Natuurlijk zetten zich samen in voor een vitaal en gezond IJsselmeergebied voor nu en later.

Het laatste nieuws uit het Blauwe Hart

 

Vissen zullen gaan houden van migratierivier

In het Friesch Dagblad van 4 december 2019:  55 miljoen euro moet de vismigratierivier in de Afsluitdijk bij Kornwerderzand gaan kosten. Onderzoek wijst uit dat de vis ligt te wachten om het IJsselmeer op te mogen. ,,Dammen en dijken zijn altijd een ecologische ramp geweest. Dat kunt u hier zien.” Erik Bruins Slot van De Nieuwe Afsluitdijk toont op het symposium Nederland Verbrakt van de Waddenacademie een luchtfoto van de Afsluitdijk, met aan de noordzijde de Waddenzee die voortdurend in beweging is, en aan de onderzijde verstild en donker van kleur het IJsselmeer. ,,Het IJsselmeer is na 1932 een doods, geamputeerd ecologisch systeem geworden.” Dat klopt aan de ene kant wel, beaamt visstandonderzoeker Ben Griffioen van Wageningen Marine Research, want zoutwatersoorten als haring zijn compleet verdwenen uit de voormalige Zuiderzee. ,,Maar de habitat voor zoetwatersoorten en migrerende soorten als glasaal is natuurlijk vergroot.” Over die migratiesoorten gaat het deze dinsdagmiddag in een deelsessie van het symposium in NHL Stenden, dat in het teken staat van brakke mariene systemen als de Waddenzee en het IJsselmeer rond de spuisluizen bij Kornwerderzand en Den Oever, het project Holwerd aan Zee, het uitstroomgebied van het Haringvliet en de Lauwerskust. We moeten niet uit het oog verliezen dat het een vispassage is, geen leefgebied De Afsluitdijk wordt de komende jaren ingrijpend opgehoogd en versterkt om hem klimaatbestendig te maken. De aanleg van een vismigratierivier naast het sluizencomplex van Kornwerderzand, om vissen de mogelijkheid te bieden vrijelijk de dijk te passeren, hoort ook bij het project. ,,Ontwikkelen zonder ecologische component kan tegenwoordig niet meer”, zei Bruins Slot. Hij liet zien hoe de kunstmatige rivier van drie kilometer lengte, opgekruld in een stuk of tien bochten, aan de zuidkant van de dijk in het IJsselmeer komt. Er zitten zogenoemde wachtdeuren in, die bij vloed dichtgeduwd worden en bij eb automatisch openen. ,,De natuur doet zelf de deuren open en dicht.” Er ontstaat een brakwaterzone in de migratierivier; het zout van de Waddenzee dringt niet of nauwelijks door tot in het IJsselmeer, laat Bruins Slot met getijdenmodellen zien. Inclusief het ,,estuariene” deel van zeven hectare aan de noordkant - een natuurlijk in- en uitstroomgebied - beslaat het hele complex vijftig hectare. Er wordt 1,4 miljoen kuub zand gebruikt en 150.000 ton stenen. Bijkomstigheid waar vandaag nauwelijks bij wordt stilgestaan: de zoetwaterinlaat van de Friese boezem vanuit de IJssel zal mogelijk een stuk zuidelijker moeten komen te liggen dan het huidige Hooglandgemaal in Stavoren, dus meer bij Kampen in de buurt. De aanleg begint in 2020, al kan de PFAS-impasse misschien nog roet in het eten gooien, en dan moet de rivier in 2022 klaar zijn voor proeven. In 2023 moet hij helemaal operationeel zijn. Het systeem is berekend op een zeespiegelstijging van vijftig centimeter. Goede vraag Een van de aanwezigen op het symposium, een publiek van professionals en leden van de Waddenvereniging, vraagt of de kosten van 55 miljoen euro wel opwegen tegen het percentage migrerende vis dat juist op deze plek langs de Nederlandse kust ingangen naar zoet water zoekt. ,,Een goede vraag”, vindt onderzoeker Griffioen, want dat percentage is eigenlijk niet bekend. Wel zijn er zeer lokale soorten als stekelbaars en spiering die de Noordzee niet opkomen. Maar voor andere doelsoorten als zeeforel, zeeprik, bot en haring geldt dat niet. Griffioen deed onderzoek naar het visgedrag in de spuikom van de huidige spuisluizen. Migrerende vis blijkt zich te verzamelen in de kom. Er is een lokstroom van zoet water uit het IJsselmeer waar ze op afkomen. Zodra de sluizen opengaan kunnen ze naar binnen. Bij de vismigratierivier hebben ze geen wachttijden meer en kunnen ze vrij heen en weer zwemmen. Toeristen kunnen wandelen op begroeide zandplaten en kunnen onder de Afsluitdijk door een onderwaterraam kijken naar de langszwemmende vissen. Het publiek wil weten of de rivier niet predatiegevoelig is. Daar is volgens Griffioen nader onderzoek naar nodig, maar omdat de wachttijden in de spuikom verdwijnen, vervalt ook een groot huidig predatierisico. De lengte van de rivier kan dat dan weer (deels) opheffen. Bruins Slot: ,,We moeten niet uit het oog verliezen dat het een vispassage is, geen leefgebied, al proberen we met een zandig systeem wel gunstige omstandigheden te creëren voor soorten die niet binnen één of twee getijden naar binnen kunnen.”
 
 

Windpark Blauw goedgekeurd door de Raad van State

Op 6 november 2019 heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State de beroepen die zijn ingesteld tegen de aanleg van Windpark Blauw ongegrond verklaard.  De aanleg van dit windpark kan dus door gaan. De beroepen waren ingesteld door omwonenden van dit windpark. Windpark Blauw is een windpark in het noordoosten van Flevoland met 61 molens van meer dan 200 m tiphoogte. Ze komen deels op land, maar ook in twee rijen in het IJsselmeer, evenwijdig aan de dijk tussen de Maxima Centrale (Flevoland) en de Ketelbrug. De molens in het water staan 500 meter uit de kust. Vanaf de dijk is er een rustige zone voor vogels bedacht van 300 meter. Daar zal niet gevaren mogen worden. Deze nieuwe molens vervangen bestaande molens. Onderhandelingen tussen de initiatiefnemers en de IJsselmeervereniging hebben ertoe geleid dat er afspraken zijn gemaakt over een gedegen onderzoek naar de effecten van windparken op vogels in het IJsselmeergebied. De mitigatie die het windpark moet nemen omdat er nadelige effecten zijn voor vogels, vindt Coalitie Blauwe Hart Natuurlijk niet ambitieus genoeg. Zij zien kansen om de Kamperhoek (van het Flevolandschap) sterker te maken voor natuur.
 
 

Brasem: De mus van het IJsselmeer

Eén van de meest algemene vissoorten in het IJsselmeergebied is, of beter gezegd was de brasem, de ‘Abramis brama’. Vanwege zijn formaat is deze vis eigenlijk beter te vergelijken met een grauwe gans, want de brasem kan behoorlijk groot worden. In het IJsselmeer kunnen ze zelfs meer dan 70 centimeter lang worden. Brasems behoren net als de blankvoorn en de karper tot de karperachtigen. Het zijn vissen die in een school leven en waarbij zo’n school uit duizenden exemplaren kan bestaan. Later wordt zo’n school door natuurlijke sterfte en predatie uitgedund. De hele grote brasems leven uiteindelijk in kleine scholen van enkele tientallen vissen. Weinig eisen Brasems stellen relatief weinig eisen aan hun leefomgeving. Ze mijden het liefst wateren met veel waterplanten en komen in heel Nederland voor. Waterplanten zijn echter wel van belang tijdens de paaitijd omdat de vissen hun eitjes op de planten afzetten. Bij gebrek aan planten voldoen stenen en andere onderwaterobstakels ook wel, maar planten hebben de voorkeur. Brasems paaien meestal in mei en juni op ondiepe delen van het water en zijn ze op verschillende plekken langs het IJssel- en Markmeer is in het voorjaar te zien. De mannetjes die tijdens de paaitijd vol zitten met witte knobbels nemen een territorium in dat ze verdedigen tegen andere mannetjes. Voorbij zwemmende vrouwtjes worden dit territorium ingelokt. Als er een match is zetten de vrouwtjes hun eitjes af. Per kilo lichaamsgewicht kan een vrouwtje tot 300.000 eitjes leggen. Een brasem van 10 kilo kan dus wel 3 miljoen eitjes afzetten. De eitjes komen na een paar dagen tot een week uit. Door predatie van kreeftachtigen, vissen en andere organismen overleeft minder dan 1 procent de eerste paar dagen. Verbraseming In de jaren 80 van de vorige eeuw zorgde de vermesting van het binnenwater voor algenbloei en verdwenen de meeste waterplanten. Een ideaal milieu voor deze vissoort. Dit werd nog eens versterkt door het afnemen van hun natuurlijke vijand zoals de snoek. Deze houdt namelijk van helder en plantenrijk water. Brasems wroeten in de bodem op zoek naar muggenlarven, hun favoriete voedsel. Hierbij kunnen ze waterplanten loswoelen, waardoor algen nog meer ruimte krijgen. De Brasem hield hierdoor eigenlijk zijn eigen leefomgeving in stand. Na verloop van tijd nam het aantal brasems zo toe dat er voedselconcurrentie ontstond. Bij vissen leidt dit vaak niet tot sterfte maar tot het afnemen of zelfs stoppen van de groei. Dit verschijnsel wordt ook wel ‘verbraseming’ genoemd. Actief Biologisch Beheer Om de verbraseming te keren en algenrijke wateren weer helder te krijgen zijn in het verleden brasems op grote schaal weggevangen. Deze maatregel zou een ‘schok’ in het water teweegbrengen waardoor het ecosysteem zou omslaan van een troebel algenrijk water naar helder en plantenrijk water. Op lange termijn lijkt dit ook te werken. Het nadeel is echter dat bij het uitdunnen van brasems het water op den duur helder wordt en hierdoor de waterplanten kunnen gaan woekeren. De meeste waterbodems zijn namelijk zeer voedselrijk, een erfenis van een te intensieve landbouw en het gebruik van fosfaathoudende wasmiddelen. Inmiddels is duidelijk geworden dat het algenprobleem veel beter bij de bron kan worden aangepakt. Met andere woorden dat de overmaat aan voedingsstoffen wordt aangepakt. Gelukkig werken de waterbeheerders daar hard aan en worden steeds meer wateren helder. Bescherming Ooit was de brasem op het IJsselmeer de meest voorkomende vissoorten. Tegenwoordig heeft deze karakteristieke vis het moeilijk. Aalscholvers, concurrentie van de exotische zwartbekgrondel en een te intensieve visserij hebben de populatie een behoorlijke knauw gegeven. Gelukkig wordt er voortvarend gewerkt aan een duurzame visserij en lijkt het voorzichtig weer de goede kant op te gaan met de Brasem: de mus van het IJsselmeer.
 
 

Vier natuurprojecten in het IJsselmeer kunnen starten!

De natuurambities van Coalitie Blauwe Hart Natuurlijk komen dichterbij door toekenning investeringen aan Programmatische Aanpak Grote Wateren IJsselmeergebied van vijf natuurprojecten in het IJsselmeergebied. De ministers van I&W en LNV kennen de komende jaren 110 (van de 244) miljoen euro toe aan natuurprojecten in het IJsselmeergebied die vallen onder de landelijke Programmatische Aanpak Grote Wateren (PAGW). Met de PAGW werken de ministeries I&W en LNV samen met andere overheden en natuurorganisaties aan het realiseren van een stabiel en samenhangend ecologisch netwerk van grote wateren in Nederland. Coalitie Blauwe Hart Natuurlijk zet zich al jaren in voor een robuust en duurzaam IJsselmeergebied en ziet met deze investeringen hun gezamenlijke ambities dichterbij komen. Bij de Friese kust, Den Oever, langs de Markermeerkust en bij de Oostvaarders- en Lepelaarplassen ontstaat meer natuur. Joop Bongers, voorzitter Coalitie Blauwe Hart Natuurlijk: ‘Het zorgt voor grote meerwaarde van het IJsselmeergebied voor natuur en mensen. Wij zijn heel blij met de investeringen die in de vier IJsselmeerprojecten vanuit de PAGW wordt gestoken. Ook nu blijkt maar weer hoe belangrijk het is om met elkaar te werken aan een gezamenlijk beeld over een toekomstbestendig en robuust IJsselmeergebied.  Het versterkt de draagkracht van het ecosysteem. Wij willen dat meer mensen de komende jaren het gebied gaan ontdekken en kunnen genieten van dit gezonde watergebied met zijn specifieke natuur, prachtig culturele erfgoed en fantastisch landschap.’ aldus Bongers. Samenwerking loont binnen het IJsselmeergebied Partners van Coalitie Blauwe Hart Natuurlijk initiëren en realiseren projecten die de kwaliteit van het IJsselmeergebied helpen verbeteren. Het indijken van de voormalige Zuiderzee heeft ons veiligheid gebracht, maar daarmee is de dynamiek uit het systeem verdwenen en zijn vis- en vogelstanden in het IJsselmeergebied flink afgenomen. Gelukkig kunnen we het tij keren en met behoud van zoetwatervoorziening en waterveiligheid natuurlijke oevers en verbindingen met de zee en het achterland creëren. Eerder zijn grote investeringen gedaan in het nieuwe belangrijke natuurgebied Marker Wadden, een icoon project van de Coalitie. Samenwerken doet de Coalitie ook met andere partijen, zoals de Agenda IJsselmeergebied 2020-2050 en vanuit een gedeelde visie over wat het IJsselmeergebied aan ecologische versterkingen nodig heeft. Deze ambities zijn benoemd in de Factsheet verkenning Grote Wateren – IJsselmeergebied. Dat samenwerken loont, blijkt nu met deze PAGW toekenningen aan projecten als de Friese Kust, Wieringerhoek, de Markermeerkust en Oostvaardersoevers. De provincies rond het IJsselmeergebied hebben een gezamenlijke brief aan de ministers gestuurd om te pleiten voor deze belangrijke natuurprojecten voor het gehele IJsselmeergebied. Dat deze investeringen nu ook door de ministeries zijn toegekend is een grote stap in de richting van het bereiken van onze gezamenlijke ambities: Een robuust en toekomstbestendig IJsselmeergebied als Blauwe Hart van Nederland! De ministeries stellen ook geld beschikbaar voor een tweetal nieuwe projecten: Wieringerhoek, waar mooie kansen liggen voor het creëren van natuurlijke overgangen tussen land en water én tussen zoet en zout; de Oostvaardersroevers waar een nieuwe verbinding komt tussen het water van de Oostvaarders- en Lepelaarplassen en het Markermeer. Zo krijgen vissen er een fantastisch leefgebied bij. Daarnaast ontvangen twee bestaande projecten: de Friese Kust en de Noord-Hollandse Markermeerkust cofinanciering. De partijen van Coalitie Blauwe Hart Natuurlijk spreken wel hun teleurstelling uit dat de aanvraag voor de tweede fase van Marker Wadden vooralsnog niet gehonoreerd is.