Het Blauwe Hart


IJsselmeergebied: Het Blauwe Hart van Nederland

 

Het Blauwe Hart van Nederland is het grootste zoetwatergebied van Europa en wordt gewaardeerd om haar bijzondere natuurwaarde en als prachtig cultureel erfgoed met haar weidse landschap. Samenwerkende partners in Coalitie Blauwe Hart Natuurlijk zetten zich samen in voor een vitaal en gezond IJsselmeergebied voor nu en later.

Het laatste nieuws uit het Blauwe Hart

 

Een dramatisch lage Spieringstand en de gevolgen voor de Visdief

De Spiering was traditioneel een vis zonder aanzien. Het gezegde ‘een spiering is ook vis als er anders niks is’ geeft aan dat deze soort alleen gegeten werd als al het andere voedsel op was. Op het dieetlijstje van de menselijke consumenten bungelde deze onderaan. In het voedselweb ‘bungelt ‘de Spiering ook onderaan, maar dan als een cruciale bouwsteen. De Spiering zelf eet plankton en wordt gegeten door een heel scala aan soorten bovenin het voedselweb: vissen en vogels. Voor vogels zoals de Visdief is de Spiering een favoriete prooi. Geen moeilijke vinnen, lekker vet en precies de juiste maat. Ook de Dwergmeeuw, Zwarte stern en de zaagbekken (Grote, Middelste en het Nonnetje) eten graag Spiering. Maar de Spieringstand is ingestort. Op dit moment ontbreekt de Spiering vrijwel in het IJsselmeer en Markermeer. In de lange historie van visserijonderzoek is de spieringstand nog nooit zo laag geweest. Gevreesd wordt voor de gevolgen… De warme zomer van 2018 heeft waarschijnlijk de Spiering de das omgedaan. Vermoed wordt dat de bovenste laag van het IJsselmeer te warm werd voor de jonge spiering. Die overleefde dat niet. Het laatste overgebleven restant van het Spieringbestand dat vanuit het IJsselmeer naar de Waddenzee trekt/uitspoelt, is daar vervolgens illegaal bevist het afgelopen seizoen. Foto: Spiering (boven) en baars (onder). De Spiering is het ideale vogelvoer in het IJsselmeer. Photo: Jan van der Winden Ecology uit Van der Winden, Dirksen & Poot 2017). De eerste tekenen van een dramatisch broedseizoen voor de Visdief beginnen zichtbaar te worden. Visdiefjes komen eind april terug uit hun overwinteringsgebieden in west Afrika. Op de broedkolonies op de eilanden Marker Wadden en De Kreupel arriveerden de Visdiefjes dit jaar wel erg laat, en in  veel lagere aantallen dan in vorige jaren. In onderstaande figuur staat het dieet weergegeven van de Visdieven van de Kreupel en de Marker Wadden in 2017 en eerder (2005-2016 van alleen De Kreupel). Duidelijk is dat Spiering van levensbelang is voor de visdief. Illustratie van de prooisoorten die Visdieven voerden aan hun jongen op De Kreupel (in 2005-2016) (90% Spiering!). En prooisoorten die ze 2017 aanvoerden op de Kreupel en op de Marker Wadden (respectievelijk 60% en 40% Spiering). Bron: Van der Winden, Dirksen en Poot (2017). De verwachting is dat er dit jaar geen Spiering is voor de visdiefkuikens van het IJsselmeer. Er zullen maar weinig jongen groot worden en zij zullen het moeten doen met kleine baarsjes. Als het niet beter gaat met de Spiering, blijft de Visdief het moeilijk houden. Bron: Van der Winden J., S. Dirksen & M. Poot 2018. Visdieven in het IJsselmeergebied. Aantalsontwikkeling, kolonisatie eilanden en broedsucces. Rapport 2018-02, Jan van der Winden Ecology, Utrecht.
 
 

Wat is TEO en biedt het kansen voor het IJsselmeergebied?

In 2018 is door onderzoeksinstituut Deltares in samenwerking met CE Delft de potentie voor TEO (thermische energie uit oppervlakte) voor heel Nederland bepaald. Er is gekeken naar de technische potentie: hoeveel warmte kan er uit het oppervlaktewater gehaald worden met een minimumtemperatuur van 15 graden, en een maximale afkoeling van 5 graden. Daarnaast is gekeken naar de potentie om de gewonnen warmte op te slaan in de ondergrond, om de seizoenen te overbruggen.  (zie verder https://www.deltares.nl/nl/projecten/nationaal-potentieel-van-aquathermie/ of https://www.hetblauwehart.org/wp-content/uploads/2019/05/TEO-magazine.pdf) Vervolgens is gekeken naar de warmtevraag: uitgangspunt was dat er voldoende warmtevraag moet zijn, in voldoende dichtheid, om een TEO warmtenet economisch haalbaar te maken. Ook moet de afstand tot het oppervlaktewater niet te groot zijn. In de studie is een maximum van 5 km gehanteerd. Dit is voor alle CBS wijken in Nederland bepaald. Vervolgens zijn vraag en aanbod gematcht. Dit leidt tot een nationale potentiekaart. Onderstaande kaart laat zien in hoeverre het stedelijk gebied rond het IJsselmeergebied voorzien kan worden van warmte uit de meren. Wat al valt te verwachten, is dat de meren een groot potentieel hebben om omliggend stedelijk gebied van warmte te voorzien. En aangezien het stedelijk gebied vooral rond het Markermeer te vinden is, ligt daar de meeste potentie. Steden als Hoorn, Lelystad, Volendam kunnen volledig van warmte voorzien worden uit het Markermeer. Als ook grote delen van Almere en delen van Amsterdam. Maar ook langs de randmeren, kan bijvoorbeeld Harderwijk vrijwel volledig worden verwarmd. Langs het IJsselmeerkust ligt veel minder stedelijk gebied. Urk en Enkhuizen lichten op als kansrijk. Daarnaast zijn er kleinere steden en dorpen in met name Friesland, die in de potentiestudie niet voldeden aan het criterium  van een voldoende warmtevraag. In de praktijk kunnen ook daar mogelijkheden zijn om wel kleinschaliger TEO systemen aan te leggen. Consequentie van warmtewinning uit het IJsselmeer in de zomer zal zijn dat het water iets afkoelt. Gezien het formaat van de meren zal dit een nauwelijks meetbaar effect geven. Wel zal lokaal een afkoeling optreden. Te verwachten ecologische effecten hiervan worden de komende tijd onderzocht. Dit kan positief uitpakken (minder opwarming van het water), maar mogelijk zijn er situaties en momenten in het jaar waar een nadelig effect kan optreden. Al met al kan het IJsselmeergebied een grote leverancier van warmte worden in het omliggend stedelijk gebied, en hiermee kan thermische energie een bouwsteen zijn in de energietransitie plannen in de omliggende regio’s.
 
 

Animatie over het IJsselmeergebied

Lang niet iedereen realiseert zich hoe belangrijk het IJsselmeergebied voor ons land is. Omdat beelden vaak meer zeggen dan woorden, is een animatie gemaakt die laat zien hoe veel verschillende belangen en functies in het IJsselmeergebied samenkomen. https://youtu.be/4OWoGO22pQ0 Ambitie van de Agenda In de agenda zijn drie ambities verwoord. Het IJsselmeergebied is: een landschap van wereldklasse, een toekomstbestendig water- en ecosysteem, van vitaal en economisch belang voor Nederland. Altijd bouwen aan de toekomst In het IJsselmeergebied is de arbeid van de mens zichtbaar. Dijken en dammen duiden op strijd met de elementen. Polders, gemalen en sluizen tonen onze drang om het gebied naar onze hand te zetten. We blijven beheren, aanpassen, bouwen en ontwikkelen, toen, nu en in de toekomst. Vragen en opgaven Een goed functionerend IJsselmeergebied is essentieel voor Nederland. Vele opgaven komen daar samen: recreatie en toerisme, natuurontwikkeling, ecologie, scheepvaart, nautische economie, klimaatadaptatie in relatie tot waterbeheer en land- en tuinbouw, duurzame visserij, verstedelijking, energietransitie, landschap en cultuur(historie). Het combineren van al deze opgaven in het gebied dwingt ons na te denken over de ruimtelijke samenhang. Agenda IJsselmeergebied 2050 geeft daarvoor de richting. Geen van de partijen kan het alleen! Agenda IJsselmeergebied 2050 In 2016 is een breed gedragen gebieds-proces gestart. Om de vele belangen en wensen goed op elkaar af te stemmen, is regie en samenwerken noodzakelijk. Een zeer diverse groep van overheden, maatschappelijke organisaties, bedrijfsleven en burgers is actief betrokken. In 2018 hebben ruim 60 partijen op bestuurlijk niveau de gebiedsagenda ondertekend, om zo de krachten te bundelen voor ons mooie IJsselmeergebied, het ‘Blauwe Hart’ van Nederland. Hoe verder? Een coördinatieteam werkt plannen voor uitvoering, kennis en innovatie uit, en probeert zo ambitie en realisatie te verbinden. We weten wat we hebben en we weten wat er allemaal op ons af komt. We weten dat we verder moeten kijken dan ieders eigen belang. En zo willen we samen werken aan ons IJsselmeergebied van wereldklasse; samenwerken aan ons Blauwe Hart!
 
 

Topografische tijdreis 1815 – 2018

  Maak via deze website een topografische tijdreis van 1815 tot en met 2018!   Over meer dan 200 jaar topografie Op 18 februari 1815 werd het Topographisch Bureau opgericht. Sinds die datum verzamelt en ontsluit de Nederlandse overheid geografische informatie: bijvoorbeeld over de ligging van wegen, water, bebouwing en landbouwgrond. Later ging het Bureau verder onder de naam Topografische Dienst. In 2004 werd de Dienst onderdeel van het Kadaster. Hiermee haalde het Kadaster jarenlange ervaring met het verzamelen van geo-informatie in huis. Een resultaat om trots op te zijn: meer dan 200 jaar topografische kaarten van topniveau. Om dit niveau te behouden investeren we in innovaties, waar mogelijk in samenwerking met overheden, het bedrijfsleven en de wetenschap. Door nieuwe methoden en technieken hebben gebruikers nog meer plezier van onze kaarten. Deze zijn actueler dan ooit. Om 200 jaar topografie te vieren is deze tijdreis-app gemaakt. Ontdek met de app meer dan 200 jaar aan topografische gegevens van nederland!