Het Blauwe Hart


IJsselmeergebied: Het Blauwe Hart van Nederland

 

Het Blauwe Hart van Nederland is het grootste zoetwatergebied van Europa en wordt gewaardeerd om haar bijzondere natuurwaarde en als prachtig cultureel erfgoed met haar weidse landschap. Samenwerkende partners in Coalitie Blauwe Hart Natuurlijk zetten zich samen in voor een vitaal en gezond IJsselmeergebied voor nu en later.

Het laatste nieuws uit het Blauwe Hart

 

Topvangsten in het IJsselmeer?

De IJsselmeervissers hebben vorig jaar topvangsten behaald op het IJsselmeer. Er werd ruim honderd ton méér zoetwatervis (met name paling en snoekbaars) gevangen, terwijl de algehele trendgegevens laten zien dat het niet goed gaat met de visstand in het IJsselmeergebied. Hoe is dit te verklaren? We legden deze vraag voor aan Jaap Quak, projectmanager IJsselmeer bij Sportvisserij Nederland. Onze vraag gebiedt direct een nuance: De aanvoer van snoekbaars en aal was zo hoog, dat de handel het niet aan kon. Alleen was de aal veel te mager en daarom onbruikbaar om te roken. Voor de verkoop van snoekbaars was er veel concurrentie uit het buitenland, met name Polen, waardoor de prijs kelderde. Ondanks hoge vangsten, dus toch geen hoofdprijs voor de vissers. Quak geeft aan geen eenduidig antwoord gebaseerd op onderzoek te hebben. Maar door zijn jarenlange kennis over de visstand en het ecosysteem IJsselmeergebied liggen zijn gedachten aannemelijk dicht bij de waarheid. De magere aal Quak: “Allereerst was 2018 een bizar jaar qua zon en watertemperatuur, een temperatuur dicht bij het biologisch optimum voor aal en snoekbaars. Dat is gunstig voor deze soorten, maar er is waarschijnlijk veel meer aan de hand. De aal – als buitenbeentje in de visstand – is biologisch gezien een heel ingewikkelde vissoort. Het gemiddelde gewicht van aal en de lengte is al lang aan het toenemen. Ook de verhouding tussen mannetjes en vrouwtjes is veranderd. Vroeger was het IJsselmeer echt mannetjes-aal water. Met een gemiddelde lengte rond 28 cm en een gewicht van 100 gram was deze aal de beroemde ‘vette IJsselmeeraal’. Tegenwoordig is het IJsselmeerwater steeds meer vrouwtjes-aal water. Dat is het gevolg van de achteruitgang van het bestand, zoals dat vanaf 1980 heeft plaatsgevonden. Vrouwtjes zijn veel groter en zwaarder. Dit betekent dat je nog wel dezelfde tonnen kunt vangen, maar met minder aantallen aal per ton. Grote aal wordt vaak vis-etend, daardoor daalt het vetgehalte.” Quak denkt dat ze vooral exotische grondels, een invasieve soort die de afgelopen jaren sterk in opkomst is in het IJsselmeergebied, zijn gaan eten, terwijl je de vetste aal krijgt als ze veel insectenlarven eten zoals muggenlarven die vroeger in grote getale voorkwamen. De toenemende hoeveelheid vrouwtjes en het afnemende aantal insectenlarven zijn een goede verklaring voor de magere aal. Dit in combinatie met de hoge watertemperatuur die de activiteit van de aal vergroot, wat meer energie en voedsel vraagt, wat leidt tot meer vetverbranding. Meer snoekbaars Quak heeft eigenlijk meer data nodig voor een correct beeld van de verhoogde aanvoer van snoekbaars, maar hij heeft wel een theorie: “Er zijn betere vangsten door de reductie van de visserij sinds 2015 (85% staande netten minder). Daarnaast is snoekbaars door hoge watertemperatuur meer actief met daarmee grotere kans om gevangen te worden. Ook lag de watertemperatuur in 2018 dichtbij optimum voor groei en is de aanwas van de snoekbaars afgelopen jaren gunstig (zogenaamde sterke jaarklassen). Ook denkbaar is dat de snoekbaars profiteert van de invasie van exotische grondels om twee redenen. Allereerst is er meer prooivis, wat meer productie inhoudt. Daarnaast zijn grondels kuitrovers maar veel minder van snoekbaars-eitjes, omdat de snoekbaars zijn nest bewaakt en omdat deze eitjes vies smaken. Dus de larven van snoekbaars en baars, die normaal ook concurrentie om voedsel (plankton) van andere soorten zoals blankvoorn en brasem ondervinden, hebben dat de laatste jaren veel minder. Dit betekent een hogere overlevingskans van de snoekbaarslarven en betere ‘rekrutering’, wat zorgt voor sterkere jaarklassen. Wat dit verder zal betekenen voor de toekomst van de snoekbaars stand, is echter moeilijk te voorspellen.”
 
 

Tentoonstelling over vismigratie in het Natuurmuseum Fryslân

Van 2 februari tot en met 25 augustus 2019 staat de tentoonstelling Swim Fish Swim! in het Natuurmuseum Fryslân. Deze interactieve tentoonstelling voor het hele gezin gaat over een zeer actueel onderwerp: vismigratie. Bezoekers gaan op reis en volgen de trekroutes die Harry de Haring, Steve de Steur en Sam de Zalm afleggen. Ook nemen ze zelf een kijkje onderwater in een echte helikopterduikboot! In de tentoonstelling Swim Fish Swim! krijgen trekvissen weer de ruimte. Ooit konden vissen ongestoord heen en weer zwemmen tussen zeeën en rivieren. Vissen trokken landinwaarts om eitjes te leggen, anderen zwommen juist naar zee om zich voort te planten. Tegenwoordig stoten ze regelmatig hun neus. Op hun trektocht tussen zoet en zout stuiten ze op dammen, sluizen, stuwen en dijken. Veel vissoorten hebben voor hun levenscyclus zout en zoet water nodig. Gelukkig is er steeds meer aandacht voor het lot van trekvissen en worden er slimme oplossingen bedacht die rekening houden met mens én vis. In de tentoonstelling zijn daarvan twee mooie voorbeelden uitgelicht. Zo krijgen vissen bij de Noordzee en de Waddenzee weer ruim baan door bijzondere projecten bij het Haringvliet en de Afsluitdijk. De Haringvlietsluizen bestaan al sinds 1970. Door de aanleg van de sluizen ontstond een harde scheiding tussen zoet en zout water. Sinds november 2018 worden de sluizen, als de waterstand van het Haringvliet lager is dan dat van de Noordzee, regelmatig op een kier gezet en hebben de trekvissen weer een vrije doorgang tussen de Noordzee en grote rivieren als de Rijn en de Maas. Een voorbeeld dichterbij huis zijn de vergevorderde plannen voor een vismigratierivier in de Afsluitdijk. Vroeger zwommen er zo’n 10.000 zalmen in de Zuiderzee (wat nu het IJsselmeer is), maar tegenwoordig is de zalm een zeldzame verschijning. Miljoenen vissen liggen nu in de Waddenzee als surfers te wachten voor de spilsluizen. Ze ruiken het zoete water en willen naar binnen. Maar de stroming is voor deze vissen vaak te sterk om tegenin te zwemmen. Een permanente opening via de vismigratierivier in de Afsluitdijk moet het weer mogelijk maken dat trekvissen vrij kunnen zwemmen tussen Waddenzee in IJsselmeer. In Swim Fish Swim! kunnen bezoekers zelf ervaren welke obstakels vissen tegenkomen. In het racespel over migratieroutes gaan ze samen met Harry de Haring, Steve de Steur en Sam de Zalm een lange reis maken. Aan een grote tafel, met de Alpen op de achtergrond, volgen ze de trekroutes die de vissen afleggen vanuit de Noordzee door het Haringvliet naar het achterland van Europa. Door goede antwoorden te geven, verzamelen ze steeds meer vissen op hun tocht. In de expositie staat ook een heuse ‘helikopterduikboot’. Hier kunnen bezoekers een kijkje in de toekomst nemen en vast met eigen ogen zien hoe de vismigratierivier eruit komt te zien. Ze stappen in het futuristische voertuig en zetten een VR-bril op. Dan stijgen ze op om een rondje over de Afsluitdijk te vliegen, waarbij je duidelijk ziet hoe de dijk Waddenzee en IJsselmeer van elkaar scheidt. Maar dan duikt het voertuig onder water en bevind je je ineens in een soort snelweg op de bodem van de zee! (Ook een tochtje maken? Kijk op www.natuurmuseumfryslan.nl voor de tijden). Swim Fish Swim! is een productie van HaarlemAmsterdam. Het Natuurmuseum Fryslân is voor het deel over de vismigratierivier in de Afsluitdijk een samenwerking aangegaan met De Nieuwe Afsluitdijk en de Vismigratierivier. Voor meer informatie: www.deafsluitdijk.nl/projecten/vismigratierivier.
 
 

Kansen en risico’s voor duurzame energie in het IJsselmeergebied

In Nederland wordt momenteel druk verkend hoe klimaatdoelen gehaald kunnen worden. De komende tijd zal in processen zoals de Agenda IJsselmeergebied 2050 en de Regionale Energie Strategieën (RES) gekeken worden naar de betekenis van het IJsselmeergebied hierin. Er zijn 5 Ressen die over een stukje IJsselmeergebied gaan. Het wordt mede daardoor een spannende zoektocht, want er zijn kansen maar zeker ook risico’s voor duurzame energie in het Blauwe Hart. Ontwikkelingen Agenda IJsselmeergebied 2050 Binnen de Agenda IJsselmeergebied 2050 zijn twee verkenningen geweest. De eerste verkenning, met als opdrachtvraag ‘Hoeveel duurzame energie kan je in het IJsselmeergebied kwijt?’ is uitgewerkt door POSAD & Ecofys (2017) Zij kwamen uit op een potentiële energieopbrengst in het IJsselmeergebied van 60 à 70 petajoule (PJ) per jaar. POSAD keek vooral naar windenergie, zonne-energie en aardwarmte als energiebronnen. Daarnaast hebben H+N+S-landschapsarchitecten een verkenning gedaan vanuit de invalshoek ‘ruimtelijke kwaliteit’, zoals deze gedefinieerd is door Frits Palmboom met zijn ’10 gouden regels’. In deze verkenning zijn scenario’s uitgewerkt op basis van ruimtelijke randvoorwaarden, zoals het openhouden van landschappelijke lengteassen, het voorkomen van effecten van wildgroei, asymmetrische opstellingen etc.. Verschillende ideeën voor gebiedsgerichte combinaties zijn onderzocht, waaronder grootschalige drijvende zonnepanelen en zonne-eilanden nabij de Oostvaardersplassen, maar ook combinaties van windparken en drijvende zonnepanelen. Deze verkenningen dienen als bouwstenen voor de invulling van de Regionale Energie Strategieën. Verkenning van verschillende energievormen De energievormen die veelal terugkomen in de verkenningen zijn: windenergie, zonne-energie en warmte uit bodem (geothermie) en uit oppervlaktewater (aquathermie). De laatste energiebron is nog niet erg bekend, maar Thermische Energie uit Oppervlaktewater (TEO), is wel een energievorm met veel potentie. TEO is het gebruik maken van de warmte of koude van oppervlaktewater gedurende de diverse seizoenen. De warmte kan met behulp van een warmtewisselaar ingezet worden voor het verwarmen van gebouwen. Voor het IJsselmeergebied biedt deze vorm van energie veel kansen. Meer weten over TEO? Zie de website van o.a. STOWA en Deltares. Visie Coalitie het Blauwe Hart De coalitie is een groot voorstander van duurzame energie en het behalen van klimaatdoelen. Tegelijkertijd maakt zij zich zorgen over de grote opgave en hoe dit kan passen binnen het prachtige landschap en de natuur van het Blauwe Hart. De coalitie betreurt het dan ook dat de IJsselmeer provincies binnen de verkenningen geen aandacht hebben geschonken aan de ecologische draagkracht van het IJsselmeergebied. Daarnaast zijn er nog veel kennishiaten en is meer onderzoek nodig naar (cumulatieve) effecten van diverse soorten energie opwekking en de impact daarvan op het ecosysteem. De coalitie benadrukt dat de uitrol van energietransitie zorgvuldig gebeurt, met inachtneming van de kernwaarden van het gebied, binnen de grenzen van de draagkracht van het ecosysteem en vanuit een  integrale benadering waarbij natuur, landschap en recreatie volledig worden meegewogen. Juist inzet op slimme win-win combinaties bieden de meeste kansen.
 
 

Agenda IJsselmeergebied werkt door in plannen voor versterking Friese kust

Het peilbeheer in het IJsselmeergebied heeft negatieve gevolgen, zoals erosie in de buitendijkse gebieden aan de Friese IJsselmeerkust. Het Rijk reserveert vanuit het Deltafonds 12 miljoen euro voor verbetermaatregelen. Provincie Fryslân, de gemeenten Súdwest-Fryslân en De Fryske Marren, Wetterskip Fryslân, It Fryske Gea én het Rijk werken vanaf 2016 samen aan een integrale visie en een projectenprogramma voor de Friese kust. Nadat het samenwerkingsverband van Rijk en regio in 2017 aansluiting vond bij de Agenda IJsselmeergebied 2050, heeft het nieuwe college van de gemeente Súdwest-Fryslân de IJsselmeeragenda in het coalitieakkoord opgenomen. Wethouder Maarten Offinga: ‘Daarmee is de IJsselmeerkust geen bijzaak, maar één van de vier speerpunten in onze gemeentelijke ontwikkelagenda.’ Essentieel is het vinden van kansen om de versterking van de Friese kust, waaronder de aanpak van erosie, te combineren met verbeteringen op het gebied van sedimenthuishouding, economie en natuur. De Agenda IJsselmeergebied 2050 is hierbij voortaan een leidraad. Regio en Rijk hebben op 22 november een voorkeursbeslissing vastgesteld. Er moet nog gewerkt worden aan een bestuursovereenkomst, en dan kunnen we verder met de uitwerking van de plannen. Lange kust, veel kansen De IJsselmeerkust heeft een lengte van zo’n 56 kilometer, waarvan 35 in de gemeente Súdwest-Fryslân. De totale oppervlakte van de gemeente is 908 km², waarvan 578 km² land en 330 km² water. Logisch dus dat Súdwest-Fryslân van meet af aan actief betrokken was bij het samenwerkingsverband Koppelkansen Friese IJsselmeerkust. Toen dat samenwerkingsverband tussen Rijk en regio in 2017 aansluiting vond bij de Agenda IJsselmeergebied 2050, had dat ook invloed op de gemeente Súdwest-Fryslân. Welke? Wethouder Maarten Offinga: ‘Als nieuw college hebben we begin 2018 de IJsselmeeragenda in ons coalitieakkoord opgenomen. Daarmee is de IJsselmeerkust geen bijzaak, maar één van de vier speerpunten in onze gemeentelijke ontwikkelagenda.’ IJsselmeer als speerpunt in het gemeentelijke ambitieprogramma Om een indruk te krijgen: het gemeentelijke ambitieprogramma beslaat vier prioritaire gebieden: Sneek, Bolsward, IJsselmeerkust en Út de mienskip. De gemeente heeft daarvoor vijf overkoepelende ambities geformuleerd: water, cultuur, natuur, energie en economie. Per ambitie zijn de beoogde effecten van mogelijke maatregelen in beeld gebracht. Dat is gebeurd op basis van de beoordelingstrits people, planet, profit. Om te beginnen ambieert de gemeente Súdwest-Fryslân een positie als wereldmarktleider op het gebied van waterkwaliteitstechnologie. Daarnaast blijkt de gemeente (internationale) bekendheid van de Friese IJsselmeercultuur en de bijbehorende regionale producten te willen vergroten. De gemeente Súdwest-Fryslân wil ook een maatgevend natuurontwikkelaar zijn voor het behalen van milieu- en klimaatdoelstellingen. Als vierde heeft de gemeente niet alleen de ambitie om een energie neutrale regio te zijn, maar ook een toonaangevend producent van duurzame innovatieve energietechnieken. Onder het kopje ‘Economie’ van de ambitieagenda staan drie parallelle thema’s genoemd. De gemeente wil Europees kampioen circulaire economie worden. Daarnaast wil de gemeente zich op internationaal niveau onderscheiden als duurzaam landbouwproductiecluster. Ten slotte wil Súdwest-Fryslân een internationaal befaamd recreatiecluster zijn. Werk met werk maken Aan ambities geen gebrek, maar nu komt het aan op de uitvoering. Offinga: ‘We zitten nog in de planvorming hoor, en dus moeten verschillende partijen er nog hun mening over geven. Maar we gaan de ideeën zo concreet mogelijk maken. Daarbij is het belangrijk dat we de koppelkansen goed in beeld brengen. Dat is ook een belangrijk signaal dat we uit het proces van de Agenda IJsselmeergebied 2050 hebben opgepikt: zorg dat je werk met werk kunt maken. Met onze projectenlijst willen we daar een voorzet voor geven.’ Offinga geeft een voorbeeld. ‘Neem de zeer noodzakelijke verbetering van de vaargeul van It Soal naar Workum. Dit kan duurzaam door de aanleg van een nieuwe strekdam en verlenging van de huidige strekdam, waarbij ook het Workumer strand baat heeft. Want dankzij de dam blijft het strand beter op zijn plek. Nu wordt bij stormachtig weer steevast strand weggeslagen, wat leidt tot verzanding van de vaargeul.’ Het zand dat vrijkomt bij het uitdiepen van It Soal kan deels gebruikt worden voor de erosie-aanpak van natuurgebied Workummerwaard, dat nu ieder jaar door storm en hoogwater kleiner wordt. ‘Dit gaat nu nog ten koste van duizenden grondbroeders en kolonievogels’, zegt Offinga. Ook natuurgebied Stoenckherne, aan de zuidkant van Workum, kan door de strekdam aan kwaliteit winnen. ‘Zo hebben we als gemeente een gezamenlijk belang met de provincie, de middenstand van Workum en de natuurbeschermers van It Fryske Gea en Staatsbosbeheer.’ Ook op het grondgebied van buurgemeente De Fryske Marren liggen mogelijkheden om werk met werk te maken. Het gaat daarbij om de Mokkebank (bij Mirns) en de Baai van Tacozijl (ten westen van Lemmer). ‘Erosieaanpak is bijvoorbeeld te combineren met het verbeteren van de infrastructuur, zoals de aanleg van een fietspad. Of met het verbeteren van de cultuurhistorische beleving van de IJsselmeerkust, denk aan de zichtbaarheid van de oude zeesluizen en de Joodse begraafplaats. En last but not least: de ontwikkeling van vis paai- en opgroeigebieden. Het herstel van het strand bij zowel De Hege Gerzen als Het Mirnser Klif is bovendien van economisch belang.’ Offinga geeft nog een koppelvoorbeeld langs de Friese IJsselmeerkust. ‘In een gebied waar veel vogels verblijven, moet je eigenlijk wel over de dijken heen kijken. Welke mogelijkheden biedt de ontwikkeling van natuur inclusieve landbouw in dat geval? Helpt die ontwikkeling de vogels in het IJsselmeergebied?’ Gebiedsoverstijgende samenwerking De gemeente Súdwest-Fryslân heeft nog meer ideeën. Offinga lacht: ‘Een kralensnoer van projecten, met de IJsselmeerkust als bindend lint. Zoals het herstel van de natuur in de Makkumerwaarden, of maatregelen in de bocht van Molkwar, in combinatie met de restauratie van het sluisje. Maar het gaat er nu eerst om de meest kansrijke opties op een rij te hebben. Als wij als gemeente klaar zijn met ons huiswerk, gaan we om de tafel met onze partners: de waterschappen, buurgemeenten en terreinbeheerders. Maar vooral ook met de provincie en het Rijk, zodat we kunnen beoordelen welke projecten in aanmerking komen voor cofinanciering. In het Noorden zoeken we elkaar steeds meer op om onze slagkracht te vergroten. Dat het Rijk daarbij transparant en open aan tafel zit, vind ik echt een compliment waard.’