Het Blauwe Hart


IJsselmeergebied: Het Blauwe Hart van Nederland

 

Het Blauwe Hart van Nederland is het grootste zoetwatergebied van Europa en wordt gewaardeerd om haar bijzondere natuurwaarde en als prachtig cultureel erfgoed met haar weidse landschap. Samenwerkende partners in Coalitie Blauwe Hart Natuurlijk zetten zich samen in voor een vitaal en gezond IJsselmeergebied voor nu en later.

Het laatste nieuws uit het Blauwe Hart

 

Hoe een natuurgebied door massale CO2-opslag meehelpt in de strijd tegen klimaatverandering

Door Monica Wesseling Ooit zorgde de doorgestoken zeedijk bij het Friese Hallem voor meer biodiversiteit. Maar in het kwelderlandschap gebeurt nog veel meer: massale opslag van CO2. Goudgeelgroen strekt de kwelder zich uit tot in de verre verte. Het winterzonlicht spiegelt in de smalle kreken en kleurt het schorrenkruid goudgeel. De wind loeit; duizenden ganzen grazen gretig. We zijn in het natuurgebied Fryslân Bûtendyks iets ten zuiden van Holwerd. Het is oogverblindend, dit landschap in de kop van Friesland. En meer dan dat. Hier, in deze nieuwe kwelder, wordt groots klein werk verricht in de strijd tegen de klimaatverandering. Hier worden ‘voor de eeuwigheid’ honderden tonnen van het broeikasgas CO2 (koolstofdioxide) vastgelegd. “Niet dat het ons daarom in eerste instantie te doen is geweest. Ons doel was en is het vergroten van de biodiversiteit door een zomerpolder te verkwelderen. Maar nu uit recent onderzoek blijkt hóe belangrijk kwelders zijn voor de opslag van CO2, is dat ook voor ons extra reden om door te gaan met de aanleg van nieuwe kwelders en behoud van de bestaande.” Licht trots en duidelijk genietend wijst Chris Bakker, hoofd natuurkwaliteit van ’t Fryske Gea op een groepje scholeksters, neergestreken in ‘zijn’ natuurgebied. Ecologische variatie genoeg Tot 2001 was dit 123 hectaren grote gebied een zomerpolder. Door gaten te maken in de buitenste dijk en slenken te graven door de polder, kreeg de zee weer vrij toegang. Zoet werd zout, gras werd schorrenkruid, margriet zeealsem, distel zeeweegbree. De biodiversiteit groeide flink dankzij het grote aantal gradiënten van zoet naar zout. Ecologische variatie genoeg. Dat kweldergebieden als Fryslân Bûtendyks bovendien een goede bijdrage kunnen leveren aan de opslag van koolstofdioxide, blijkt uit het rapport ‘Blue Carbon in Nederlandse kwelders’, opgesteld door ecologisch adviesbureau Waardenburg. Blue Carbon is de opslag van CO2 in ecosystemen met zout water. In Nederland zijn zulke zoute of brakke gebieden de kwelders en de zeldzame zeegrasvelden. Kwelders zijn ook prima klimaatbuffers. Doordat de zee elk jaar een laagje slib afzet, komt de kwelder steeds hoger te liggen en stijgt zo mee met de zeespiegel. Gezonde kwelders zorgen daarmee voor kustbescherming en dus veiligheid. Opdrachtgever voor onderzoek en rapportage was Natuurmonumenten, een van de organisaties die deelnam aan de zogeheten klimaattafels, de gespreksrondes als voorbereiding van het klimaatakkoord. De natuurorganisatie wilde meer informatie over de vraag hoeveel koolstof kan worden opgeslagen in kwelders. “Dat kwelders CO2 opslaan was ook ons wel bekend. Onze vraag was echter in welke mate, of de verschillende kwelders vergelijkbaar waren en vooral ook wat we kunnen doen om de klimaatfunctie te optimaliseren”, motiveert Paul Vertegaal, programmaleider natuurlijke klimaatbuffers van Natuurmonumenten, het onderzoek. Lees hier het hele artikel
 
 

Coalitie Blauwe Hart Natuurlijk wenst u een vitaal en gezond 2020 toe!

 
 

Publieksprijs voor de Houtribdijk

Een duurzame dijkversterking met aandacht voor het landschap, een rioolwaterzuiveringsinstallatie die grondstoffen terugwint, een weg die regenwater buffert en een slimme vispassage: dat zijn de 4 projecten die 12 december de Waterinnovatieprijs in ontvangst mochten nemen. De rode draad bij de winnaars? Hun bijdrage aan een toekomst- en klimaatbestendig Nederland. Op 12 december vond de jaarlijkse uitreiking van de Waterinnovatieprijs plaats tijdens het Waterinnovatiefestival in de Werkspoorkathedraal in Utrecht. De Waterinnovatieprijs is een initiatief van de Unie van Waterschappen en de Nederlandse Waterschapsbank (NWB Bank). Filmmaker en dagvoorzitter Suzanne Blonk maakte samen met de juryleden de winnaars bekend: Inspelen op actuele vraagstukken “De kwaliteit van de inzendingen was hoog en het viel vooral op hoe de innovaties inspelen op actuele vraagstukken. Zo zien we dat waterschappen hard bezig zijn hun bedrijfsvoering en projecten te verduurzamen,” blikt juryvoorzitter Lidewijde Ongering, secretarisgeneraal van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, terug op het jurytraject. “Ook de aandacht voor digitale transformatie past heel goed bij de tijdsgeest en de urgentie voor het inzetten van deze innovaties is dan ook groot.” Publieksprijs Na de eerste beoordeling door de jury werden op het Deltacongres van 14 november de 12 genomineerde inzendingen in de 4 categorieën bekendgemaakt. Op deze 12 genomineerden kon vervolgens gestemd worden voor de Publieksprijs. Bijna 6.000 mensen hebben hun stem laten horen en de meeste stemmen gingen uit naar het project Zandige Oevers Versterking Houtribdijk van Rijkswaterstaat. Dit project mocht op 12 december dan ook de Publieksprijs in ontvangst nemen uit handen van Hein Pieper, vicevoorzitter van de Unie van Waterschappen en portefeuillehouder innovatie. De Houtribdijk is gebouwd in de jaren 60 en 70 om het Markermeer in te polderen. Omdat de dam niet meer voldoet aan de waterveiligheidsnorm, wordt deze door Rijkswaterstaat versterkt. Dit gebeurt aan 1 kant van de dijk met grote zandpakketten tegen de dijk. Het zand breekt de kracht van de golven, zodat de dijk het hele IJsselmeergebied kan blijven beschermen tegen opstuwing en golven. Daarnaast komt er door deze zandige oevers meer biodiversiteit: de zachte overgang trekt ander waterleven aan dan de harde versterking die al volop in het IJsselmeergebied te vinden is. Dit komt ook de waterkwaliteit van het IJsselmeer ten goede. Lees hier over de andere  prijswinnaars        
 
 

Vissen zullen gaan houden van migratierivier

In het Friesch Dagblad van 4 december 2019:  55 miljoen euro moet de vismigratierivier in de Afsluitdijk bij Kornwerderzand gaan kosten. Onderzoek wijst uit dat de vis ligt te wachten om het IJsselmeer op te mogen. ,,Dammen en dijken zijn altijd een ecologische ramp geweest. Dat kunt u hier zien.” Erik Bruins Slot van De Nieuwe Afsluitdijk toont op het symposium Nederland Verbrakt van de Waddenacademie een luchtfoto van de Afsluitdijk, met aan de noordzijde de Waddenzee die voortdurend in beweging is, en aan de onderzijde verstild en donker van kleur het IJsselmeer. ,,Het IJsselmeer is na 1932 een doods, geamputeerd ecologisch systeem geworden.” Dat klopt aan de ene kant wel, beaamt visstandonderzoeker Ben Griffioen van Wageningen Marine Research, want zoutwatersoorten als haring zijn compleet verdwenen uit de voormalige Zuiderzee. ,,Maar de habitat voor zoetwatersoorten en migrerende soorten als glasaal is natuurlijk vergroot.” Over die migratiesoorten gaat het deze dinsdagmiddag in een deelsessie van het symposium in NHL Stenden, dat in het teken staat van brakke mariene systemen als de Waddenzee en het IJsselmeer rond de spuisluizen bij Kornwerderzand en Den Oever, het project Holwerd aan Zee, het uitstroomgebied van het Haringvliet en de Lauwerskust. We moeten niet uit het oog verliezen dat het een vispassage is, geen leefgebied De Afsluitdijk wordt de komende jaren ingrijpend opgehoogd en versterkt om hem klimaatbestendig te maken. De aanleg van een vismigratierivier naast het sluizencomplex van Kornwerderzand, om vissen de mogelijkheid te bieden vrijelijk de dijk te passeren, hoort ook bij het project. ,,Ontwikkelen zonder ecologische component kan tegenwoordig niet meer”, zei Bruins Slot. Hij liet zien hoe de kunstmatige rivier van drie kilometer lengte, opgekruld in een stuk of tien bochten, aan de zuidkant van de dijk in het IJsselmeer komt. Er zitten zogenoemde wachtdeuren in, die bij vloed dichtgeduwd worden en bij eb automatisch openen. ,,De natuur doet zelf de deuren open en dicht.” Er ontstaat een brakwaterzone in de migratierivier; het zout van de Waddenzee dringt niet of nauwelijks door tot in het IJsselmeer, laat Bruins Slot met getijdenmodellen zien. Inclusief het ,,estuariene” deel van zeven hectare aan de noordkant - een natuurlijk in- en uitstroomgebied - beslaat het hele complex vijftig hectare. Er wordt 1,4 miljoen kuub zand gebruikt en 150.000 ton stenen. Bijkomstigheid waar vandaag nauwelijks bij wordt stilgestaan: de zoetwaterinlaat van de Friese boezem vanuit de IJssel zal mogelijk een stuk zuidelijker moeten komen te liggen dan het huidige Hooglandgemaal in Stavoren, dus meer bij Kampen in de buurt. De aanleg begint in 2020, al kan de PFAS-impasse misschien nog roet in het eten gooien, en dan moet de rivier in 2022 klaar zijn voor proeven. In 2023 moet hij helemaal operationeel zijn. Het systeem is berekend op een zeespiegelstijging van vijftig centimeter. Goede vraag Een van de aanwezigen op het symposium, een publiek van professionals en leden van de Waddenvereniging, vraagt of de kosten van 55 miljoen euro wel opwegen tegen het percentage migrerende vis dat juist op deze plek langs de Nederlandse kust ingangen naar zoet water zoekt. ,,Een goede vraag”, vindt onderzoeker Griffioen, want dat percentage is eigenlijk niet bekend. Wel zijn er zeer lokale soorten als stekelbaars en spiering die de Noordzee niet opkomen. Maar voor andere doelsoorten als zeeforel, zeeprik, bot en haring geldt dat niet. Griffioen deed onderzoek naar het visgedrag in de spuikom van de huidige spuisluizen. Migrerende vis blijkt zich te verzamelen in de kom. Er is een lokstroom van zoet water uit het IJsselmeer waar ze op afkomen. Zodra de sluizen opengaan kunnen ze naar binnen. Bij de vismigratierivier hebben ze geen wachttijden meer en kunnen ze vrij heen en weer zwemmen. Toeristen kunnen wandelen op begroeide zandplaten en kunnen onder de Afsluitdijk door een onderwaterraam kijken naar de langszwemmende vissen. Het publiek wil weten of de rivier niet predatiegevoelig is. Daar is volgens Griffioen nader onderzoek naar nodig, maar omdat de wachttijden in de spuikom verdwijnen, vervalt ook een groot huidig predatierisico. De lengte van de rivier kan dat dan weer (deels) opheffen. Bruins Slot: ,,We moeten niet uit het oog verliezen dat het een vispassage is, geen leefgebied, al proberen we met een zandig systeem wel gunstige omstandigheden te creëren voor soorten die niet binnen één of twee getijden naar binnen kunnen.”