Het Blauwe Hart


IJsselmeergebied: Het Blauwe Hart van Nederland

 

Het Blauwe Hart van Nederland is het grootste zoetwatergebied van Europa en wordt gewaardeerd om haar bijzondere natuurwaarde en als prachtig cultureel erfgoed met haar weidse landschap. Samenwerkende partners in Coalitie Blauwe Hart Natuurlijk zetten zich samen in voor een vitaal en gezond IJsselmeergebied voor nu en later.

Het laatste nieuws uit het Blauwe Hart

 

Vogelvriendelijk genieten van het IJsselmeergebied

Langzaam zakt de zon onder in de verte. Een lange rij aalscholvers trekt voorbij. In de rietkraag roeren zich kleine karekieten en rietzangers; een visdiefje duikt naar vis. Het water schittert, het gevoel van ruimte en rust is overweldigend. Is het nodig meer te zeggen over het IJsselmeer? Een heerlijk meer voor watersporters. Maar óók een internationaal beschermd natuurgebied voor tienduizenden vogels. Ze ruien, broeden, rusten, foerageren en overwinteren er. En al die vogels hebben rust nodig om gezond te blijven. Dat hoeft geen probleem te zijn. Mens en vogel kunnen prima samengaan mits watersporters zich aan de Gedragscode Recreatie IJsselmeergebied houden. Erg ingewikkeld is dat niet: -  Houd afstand van groepen watervogels -  Vaar nooit door groepen vogels heen -  Ontzie riet en oeverplanten -  Anker niet in buurt van rustende en ruiende vogels en geef vogels met jongen de ruimte -  Kitesurf alleen op de daarvoor aangewezen locaties. De gedragscode is niet alleen voor vogels belangrijk, maar in ons aller belang. Want zeg nou zelf; wat is een water zonder vogels, een lege lucht en stille rietkraag? Internationaal Natuurgebied Het IJsselmeergebied – IJsselmeer, Markermeer en Randmeren - is niet zomaar een natuurgebied. Het is door Europa aangewezen als internationaal belangrijk natuurgebied; een Natura2000-gebied. Een mooie titel en één met verplichtingen. Deze Europese wetgeving stelt doelen aan aantallen kwetsbare vogelsoorten. Zo moet het IJsselmeer bijvoorbeeld opvang bieden aan 3.300 visdief-broedpaartjes, en was er bij de laatste telling (2017-2018) slechts twee derde deel hiervan aanwezig. In de winter ‘horen’ er 180 nonnetjes (een kleine eenden soort) te zijn en zijn het er slechts de helft; in trektijd 70.000 zwarte sterns terwijl tellingen maar op 10.000 uitkomen. De doelen worden dus bij lange na niet gehaald. Een belangrijke oorzaak hiervan is voedseltekort. Er is te weinig kleine vis beschikbaar voor visetende vogels. Dit komt door de visserij, maar ook door het ontbreken van natuurlijke oeverzones waar vissen kunnen paaien en opgroeien. Dat maakt het kwetsbare evenwicht van het vogelleven nog kritieker. Alleen als het voedsel zoeken niet al te veel energie kost, lukt het ze om de enorme klus van broeden, voeden, ruien, trekken en overwinteren in barre tijden te volbrengen. Rust Maar voldoende voedsel alleen is niet genoeg. Vogels zijn heel gevoelig voor verstoring, blijkt uit onderzoek in binnen- en buitenland. Een paar voorbeelden. Het gemiddeld aantal per nest grootgebrachte jongen daalt bij verstoorde zwarte sterns van 1,1 naar 0,4. Aalscholvers die een half uur onrustig zijn moeten 23 gram vis extra eten. Kleine zwanen die geregeld verstoord worden, verlaten definitief het slaapgebied waar ze overdag rusten. Eenden vliegen op (en verspillen dus energie) als er op honderden meters afstand kitesurfers passeren. Watervogels die zes tot zeven uur per dag gestoord worden, verbruiken 20 tot 50% meer energie. Energie die in de – toch al sterk verminderde - resterende tijd bijeen geschrapt moet worden. Stress Als vogels niet opvliegen wanneer zeil- of motorboten of kitesurfers in de buurt komen, betekent dat niet dat de vogels ervan geen schade ondervinden. Elke dreiging veroorzaakt een enorme stressreactie. Onderzoek toont aan dat de hartslag van een verstoorde vogel duidelijk hoger ligt dan een vogel in een rustige omgeving. Een hogere hartslag kost meer energie. Net als bij mensen tast voortdurende min of meer ernstige verstoring en dus stress het immuunsysteem aan met (dodelijke) ziekten tot gevolg. Ruiende vogels zoals eenden, zwanen en ganzen kunnen tijdelijk niet vliegen en kunnen dus onmogelijk de dreiging ontvluchten en ook voor broedende vogels is wegvliegen niet zomaar een optie. Vluchten betekent immers onderkoeling van eieren of jongen met alle gevolgen van dien. De afstand waarop vogels verstoord worden is vaak groter dan gedacht. Zo vliegen in groepen rustende meerkoeten al weg als op ruim 300 meter afstand een zeilboot passeert, stopt een grote zaagbek met foerageren en vliegt een kleine zwaan op. De afstand waarop vogels gestrest raken is nog veel groter. Al met al is een flinke afstand houden tot de vogels hard nodig. Gedragscode Recreatie IJsselmeergebied De Gedragscode Recreatie IJsselmeergebied is een initiatief van Watersportverbond, Coalitie Blauwe Hart Natuurlijk, Vogelbescherming Nederland, Hiswa, Sportvisserij Nederland en de Vereniging voor Beroepschartervaart. De regels uit de gedragscode zijn eigenlijk heel eenvoudig: -  Groepen vogels zijn gevoeliger dan individuele vogels. Dat komt door het ‘kopieereffect’. Als één vogel schrikt en opvliegt is dat voor de rest vaak reden om ook maar op de wieken te gaan. Een groep vogels reageert al naar gelang het meest gevoelige individu. Onvoldoende afstand heeft daardoor extra impact. Houd afstand van groepen vogels en vaar nooit door groepen vogels heen. -  Riet en oeverplanten zijn broedgebied voor onder meer de zeldzame roerdomp, grote karekiet en waterral. Plus natuurlijk futen, eenden, kleine karekieten en tal van andere soorten. Bovendien zijn de oevers belangrijk voor vissen. De jonge vissen kunnen tussen de waterplanten schuilen voor vijanden als grote snoeken. Ontzie riet en andere oeverplanten. -  Net als mensen hebben vogels rust nodig om bij te komen, voedsel te verteren en spieren te onderhouden. Ruiende vogels kunnen niet vliegen en zijn daardoor nog stressgevoeliger. Anker niet in de buurt van rustende vogels. -  Broedende en voedende oudervogels zullen zo lang mogelijk blijven zitten. Pas als ze ‘stijf staan van de stress’ gaan ze op de vleugels. Het effect is groot. De stress kost de oudervogel heel veel energie. In de steek gelaten eieren en jongen raken onderkoeld en zijn bovendien gevoeliger voor predatie. Geef broedende vogels en vogels met jongen de ruimte. -  Van alle watersporten blijkt dat kitesurfers (onbedoeld) de grootste verstorende werking hebben op vogels. Hier zijn speciale gebieden voor aangewezen. Belangrijk om als kitesurfer binnen deze aangewezen gebieden te blijven! Vogels zijn gevoelig voor verstoring. Gevoeliger dan u zich wellicht realiseert en waardoor u onbedoeld de vogels benadeelt. Dat hoeft niet. Door u aan de Gedragscode te houden, gaan vogels en mensen prima samen. Geniet van het mooie IJsselmeergebied en de vogelrijkdom om u heen, maar doe dat vogelvriendelijk. Bekijk hier de Gedragscode Waterrecreatie IJsselmeergebied Tip: Benieuwd naar de vogels in het IJsselmeergebied? Vogelbescherming Nederland heeft een vogelherkenningskaart ontwikkeld. Daarop staan de meest voorkomende vogelsoorten alsook een aantal tips voor mooie vogelkijkplekken in het IJsselmeergebied. www.vogelbescherming.nl/ijsselmeer
 
 

Marker Wadden eerste zelfvoorzienende eiland van Nederland

Op Marker Wadden, het nieuwste stukje Nederland, is een geheel duurzame en zelfvoorzienende nederzetting gebouwd. Elektriciteit wordt ter plekke opgewekt met zonnepanelen en als reservebron een slapende windmolen, water komt uit een lokale bron en wordt ter plekke afgevoerd en gezuiverd. Het eiland is niet aangesloten op het landelijke netwerk van elektriciteit, gas, drinkwater of riolering en is daarmee het eerste off grid eiland van Nederland. Ook bij de bouw en inrichting van de gebouwen staat duurzaamheid voorop. Vandaag wordt de nederzetting geopend. Bij de aanleg van de nederzetting is vooral de mix van zelfvoorzienende en duurzame voorzieningen uniek. André Rijsdorp, projectleider van de bouw bij Natuurmonumenten: “Het integreren van de verschillende duurzame systemen was een enorme puzzel. Van een geheel zelfvoorzienend systeem zijn geen voorbeelden dus hebben we heel veel zelf moeten uitdokteren. Dat was een flinke uitdaging”. Passend in duinlandschap De nederzetting bestaat uit hoogwaardige architectonische gebouwen voor beheer en toezicht, onderzoek door natuuronderzoekers, opvang van bezoekers en vier eilandhuisjes voor de recreatieve verhuur. “Het is een ensemble van gebouwen met een heel karakteristiek silhouet dat stevig verankerd is in het weidse duinlandschap. Het architectonische idioom van de Nederzetting is geïnspireerd op het fenomenale project Sea Ranch in Californië” aldus Franz Ziegler van het architectenbureau Ziegler|Branderhorst. De houten gebouwen zijn gebouwd met hout uit eigen bossen van Natuurmonumenten en zijn grotendeels elders al gebouwd en op transport gezet, zodat er zo min mogelijk verstoring is geweest van de natuur ter plekke. De omvang van de bebouwing van het eiland is beperkt en bedraagt niet meer dan 0.1% van de oppervlakte van de natuureilanden Marker Wadden. De nederzetting ligt op het Haveneiland, het enige van de vijf natuureilanden dat toegankelijk is voor publiek. De andere eilanden zijn natuurgebied. Marker Wadden Marker Wadden zijn de nieuwe natuureilanden in het Markermeer en het nieuwste stukje Nederland. Ook de eilanden zijn vooruitstrevend aangelegd met zand, klei, veen en slib uit het Markermeer, een wereldprimeur. De natuurlijk oevers dragen bij aan verbetering van de waterkwaliteit van het meer en de ontwikkeling van nieuwe natuur. Het is een natuurlijk paradijs voor vogels, vissen, insecten en planten en inmiddels ook een unieke recreatiebestemming in het hart van Nederland. Marker Wadden is onderdeel van Nationaal Park Nieuw Land. Steun Natuurmonumenten is belangrijkste financier van de nederzetting op Marker Wadden. Dankzij bijdragen van de Nationale Postcode Loterij, Boskalis, het Gieskes-Strijbis Fonds (veldstation voor onderzoekers) en een subsidie vanuit Leader+ met bijdrage van provincie Flevoland en gemeente Lelystad is de nederzetting gebouwd. IKEA, Forbo Flooring en Cellnex hebben de inrichting en de straalverbinding helpen te realiseren. Landal GreenParks verzorgt de verhuur van de vier eilandhuisjes, 100% van de verhuuropbrengsten komt ten goede aan Marker Wadden. Foto: Marten van Dijl
 
 

Deltacongres 2020 in Maastricht – 12 november

In deze tijd van directe crisis en zorg omtrent de uitbraak van het coronavirus lijkt het werken aan de lange termijnopgave van het Deltaprogramma relatief. Toch is het belangrijk dat het werken aan de waterveiligheid, de zoetwaterbeschikbaarheid en de leefbaarheid van onze kwetsbare Nederlandse delta voortgang vindt. Met inachtneming van de maatregelen die mogelijk nog zullen komen, kondigen wij aan dat het elfde Nationaal Deltacongres op donderdag 12 november zal plaatvinden in het MECC Maastricht. Ook dit jaar worden er weer ruim 1500 deelnemers verwacht. Iedereen die betrokken is bij en geïnteresseerd is in het Deltaprogramma is van harte welkom op het congres: maatschappelijke organisaties, bedrijfsleven, kennisinstellingen en overheden.
 
 

Tom Buijse: op zoek naar de optimale visstand

Buijses fascinatie voor vis gaat ver terug. Tijdens zijn studie Biologie werd hij gegrepen door de vraag hoe je deze hernieuwbare, natuurlijke voedselbron duurzaam kunt exploiteren. ‘Ik heb daarvoor promotieonderzoek gedaan naar de snoekbaarspopulatie in het IJsselmeer. Ik zeg altijd: vis is je kapitaal. Daar kun je alleen de rente van oogsten. Het lastige is alleen dat de aanwas van vis door de jaren heen sterk kan fluctueren. Dus het bepalen van de rente is veel moeilijker dan het op het eerste gezicht lijkt.’ Beleving In de loop der jaren werd zijn interesse voor vis steeds breder. ‘Vis - ook zoetwatervis - was vroeger in ons land vooral voedsel. En hoewel wij zelf tegenwoordig niet veel zoetwatervis meer eten, gebeurt dat in omringende landen nog steeds volop. Vissen is voor veel mensen tegenwoordig een belangrijke vorm van ontspanning. Nederland kent maar liefst 600 duizend geregistreerde sportvissers. Vissen zijn voor veel mensen ook beleving. Hoe vaak zie je niet mensen vanaf een brug het water inturen om te kijken of er nog iets zwemt. Vis maakt ten slotte een belangrijk onderdeel uit van het natte voedselweb. Het is niet voor niets een belangrijke indicator voor de ecologische waterkwaliteit. Vandaar dat het ook is opgenomen als één van de vier maatlatten in de Kaderrichtlijn Water.’ Optimale visstand Buijse vindt het een uitdaging al deze aspecten bij elkaar te brengen in zijn onderzoek. ‘Vis gaat over waterkwaliteit, over natuur. Het gaat ook over recreatie en beleving. Mijn doel is om - kijkend naar al deze aspecten en functies - met aanbevelingen te komen voor een optimale visstand. Ik zeg met nadruk optimaal, niet maximaal. Het gaat niet om aantallen en kilo’s. Dat is niet zo moeilijk. Daarvoor hoef je alleen veel nutriënten in het water te gooien. Daar krijg je veel vis van, maar dan bijna alleen algemene soorten. Het gaat mij erom dat water- en natuurbeheerders, maar ook sportvissers en gewone burgers gebruik maken van elkaars kennis en er met elkaar voor gaan zorgen dat we levensvatbare vispopulaties krijgen die horen bij de uiteenlopende soorten wateren die we in Nederland hebben. Stromende wateren, stilstaande wateren, sloten, beken, rivieren, meren en plassen. Daar kunnen we allemaal op onze eigen manier van genieten. Als natuurliefhebber, waterkwaliteitsbeheerder, visser, of gewoon als mens.’ Leefomgevingen Wat de stromende wateren betreft: de afgelopen twintig jaar zijn er in ons land veel vismigratievoorzieningen aangelegd om te zorgen dat vissen zich vrij kunnen bewegen in hun stroomgebied. Het kan gaan om het bypassen van stuwen en gemalen via vistrappen en visliften, maar bijvoorbeeld ook om visvriendelijke gemalen en het openzetten van sluizen om vissen te laten passeren. Waarom al die moeite? Buijse: ‘Vissen hebben voor hun ontwikkeling uiteenlopende leefomgevingen nodig. Stromingsminnende soorten zetten hun eitjes het liefst af in flink stromend water. De stroming zorgt voor de zuurstof die de eitjes nodig hebben. De vissenlarven die uit de eitjes komen, zoeken daarna rustiger water in de buurt op, om zich daar verder te ontwikkelen. Naarmate de larven kleine vissen worden, zoeken ze plekken op met veel schuilmogelijkheden. Dat doen ze om te voorkomen dat ze worden opgegeten door grotere vissen of vogels. Uiteindelijk zwemmen ze naar plekken waar ze zelf voldoende voedsel kunnen vinden. De migratievoorzieningen moeten ervoor zorgen dat ze al deze plekken kunnen bereiken.’ Er zijn natuurlijk ook vissen die hun levenscyclus gewoon voltooien in een enkel meer of plas. Maar ook daarbinnen hebben ze volgens Buijse uiteenlopende leefomgevingen nodig. ‘De nadruk in stilstaande wateren ligt op een goede waterkwaliteit, dat wil zeggen: helder water met doorzicht. Dat is een belangrijke voorwaarde voor een goede, gevarieerde visstand. Maar je hebt ook goed ontwikkelde oevers nodig waar vissen kunnen paaien. Dat is een kwestie van inrichting, maar ook van enige variatie in het peilbeheer. Dat is goed voor de ontwikkeling van bijvoorbeeld riet.’ Effectiviteit Hoe succesvol zijn de aangelegde vismigratievoorzieningen eigenlijk? Die vraag is volgens Buijse lastig te beantwoorden, al zijn er wel aanwijzingen dat veel van de voorzieningen op dit moment niet optimaal functioneren omdat het beheer en onderhoud in een aantal gevallen te wensen overlaten: ‘Het hangt er vanaf met welk doel ze ooit zijn aangelegd en of dat doel wordt bereikt. Eigenlijk durf ik daar geen harde uitspraken over te doen. We hebben in ieder geval een goed overzicht van alle migratiebarrières  in Nederland, maar ook van alle aangelegde vismigratievoorzieningen. Dat is een mooi startpunt om onderzoek te doen naar de effectiviteit en om te kijken hoe we deze verder kunnen verbeteren.’ Meer nodig Volgens Buijse is er overigens meer nodig dan het aanleggen van deze voorzieningen om ervoor te zorgen dat bijzondere soorten als Barbeel en Serpeling weer kunnen komen op de plekken die ze nodig hebben om hun levenscyclus te voltooien. ‘Je kunt langs een stuw wel een vistrap aanleggen. Maar een stuw in een beek is meer dan iets waar een vis niet langs kan. Een stuw kan tot 10 kilometer bovenstrooms de stroming beïnvloeden. Die neemt af, waardoor er voor de stuw meer organisch materiaal bezinkt. Daardoor ontstaan er andere leefomgevingen waar stromingminnende vissoorten niet blij mee zijn. Die zijn door de stuw dus eigenlijk dubbel de pineut: geen verbinding en als er wel een verbinding is geen geschikte habitat. Je ziet in deze systemen daarom vaak een verschuiving van soorten. Bijzondere soorten maken plaats voor meer algemene soorten, die minder kieskeurig zijn. We moeten wellicht op zoek naar meer natuurlijke manieren om de connectiviteit te herstellen.’ Tot slot: Tom Buijse wil bij zijn onderzoek als buitengewoon hoogleraar nadrukkelijk de sportvisserij betrekken. Voor sommige water- en natuurbeheerders is dat vloeken in de kerk. Hoe kijkt hij er zelf tegenaan? ‘Ik begrijp dat er mensen zijn die niets moeten hebben van hengelaars, bijvoorbeeld omdat ze ethische bezwaren hebben. Tegelijkertijd zijn er grote groepen hengelaars, die net als water- en natuurbeheerders, graag mooi en helder water zien, waar de vissen zitten die erin horen. Op een aantal plekken werken waterschappen en sportvisorganisaties hiervoor ook al heel goed samen. Natuurlijk blijven er altijd hengelaars die vooral grote karpers willen vangen. Maar die zijn in de minderheid. De meeste sportvissers kijken echt verder dan hun eigen hengel.’   Bron: www.stowa.nl