Het Blauwe Hart


IJsselmeergebied: Het Blauwe Hart van Nederland

 

Het Blauwe Hart van Nederland is het grootste zoetwatergebied van Europa en wordt gewaardeerd om haar bijzondere natuurwaarde en als prachtig cultureel erfgoed met haar weidse landschap. Samenwerkende partners in Coalitie Blauwe Hart Natuurlijk zetten zich samen in voor een vitaal en gezond IJsselmeergebied voor nu en later.

Het laatste nieuws uit het Blauwe Hart

 

Ontdek de vogels van het IJsselmeergebied met de gratis vogelkaart

Visdief, lepelaar, kluut, nonnetje, grote zaagbek, zeearend en sinds kort zelfs de lachstern; het IJsselmeergebied is een belangrijk en vogelrijk natuurgebied. Vogelbescherming Nederland heeft een speciale vogelkaart gemaakt met de meest voorkomende vogels in het IJsselmeergebied en hoe je ze kunt herkennen. Compleet met tips voor mooie vogelhotspots en vogelrijke fietsroutes. De gratis vogelkaarten zijn verkrijgbaar bij toeristische locaties rond de IJsselmeer- en Markermeerkust. De vogelkaarten maken deel uit van het project Meer IJsselmeer waar Vogelbescherming Nederland met steun van de Nationale Postcode Loterij aan werkt.
 
 

Op weg naar breed geaccepteerde vangstadviezen IJsselmeer/Markermeer

Het visbestandsonderzoek IJsselmeer/Markermeer van Wageningen Marine Research is tot nu toe gebaseerd op bemonsteringen met een verhoogde boomkor. IJsselmeervissers zetten vraagtekens bij die bemonstering en de daarop gebaseerde schatting van de schubvisbestanden. Om de verschillende zienswijzen tussen wetenschap en beroepspraktijk te overbruggen is via een gezamenlijk project van Stichting Transitie IJsselmeer (STIJ) en Wageningen Marine Research in 2018 een vergelijkende bemonstering met zowel de boomkor als de grotere A-toomkuil uitgevoerd. Vervolgens is met de A-toomkuil in oktober 2019 uitgebreider bemonsterd. WMR en STIJ geven een update, ook over de vervolgstap.
 
 

Regionale Energie strategieën: Coalitiepartners bundelen krachten voor echte groene energie

Want groene stroom is pas groen als het niet ten koste gaat van natuur. De partners in de Coalitie Blauwe Hart Natuurlijke hebben de afgelopen maanden goed van zich laten horen in het regionale proces dat loopt voor de energietransitie. In de conceptplanen van de zogeheten Regionale Energie Strategieën (RES) in Noord-Holland staan grote zoekgebieden voor zonne- en windenergie ingetekend. Dat kunnen we natuurlijk niet laten gebeuren. Naast het beïnvloeden van de lokale en regionale besluitvormingsprocessen hebben we ook een zienswijze ingediend. In een gezamenlijke zienswijze voor de concept RES Noord-Holland Noord en Zuid hebben Vogelbescherming Nederland, Natuurmonumenten, It Fryske Gea, Landschap Noord-Holland, Flevo-landschap en Sportvisserij Nederland - allen partner van de Coalitie Blauwe Hart Natuurlijk – en de IJsselmeervereniging, Vereniging van Toerzeilers en het Watersportverbond gepleit om geen windmolens en zonnepanelen in Natura-2000 gebieden en belangrijke vogelgebieden te plaatsen, en dus ook niet in het IJsselmeergebied. Wij zijn uiteraard voorstander van de transitie naar duurzame energie, maar vinden dat dit niet ten koste mag gaan van beschermde natuur en van de achteruitgaande biodiversiteit. Groene stroom is pas groen als het niet ten koste gaat van natuur. Het IJsselmeer is internationale topnatuur, Natura 2000 beschermd en van groot belang voor broedvogels en voor trekvogels, maar zeker ook voor mensen die willen recreëren in dit prachtige gebied! Met onze zienswijzen willen we voorkomen dat het IJsselmeergebied stukje bij beetje door de lokale aanpak, zonder integrale afweging en oog voor omgevingskwaliteiten wordt volgebouwd met windturbines en zonne-eilanden. We missen de overkoepelende blik op het IJsselmeergebied. Dit grote ecosysteem is opgeknipt in meerdere RESsen. Daardoor ontbreekt elke ruimtelijke samenhang in het grotere RES gebied ten aanzien van zoeklocaties. Ook ontbreekt de samenhang met (en kennis over) de andere RESsen die een stukje IJsselmeergebied onder zich hebben. Er lijken ook geen overheden te zijn die zich daar echt hard voor willen maken, en zich druk maken over de kwaliteiten van een groter, buiten hun eigen RES gebied liggende, geheel. Wij hebben dan ook een pleidooi gedaan aan minister Wiebes en minister Ollongren om hier alsnog op toe te zien. Wij pleiten ook voor slimme functiecombinaties op land. We zien kansen om biodiversiteitsherstel te koppelen aan de energietransitie. Voor de RES Noord-Holland noord hebben we een nieuwe denkrichting ontwikkeld waarbij we grootschalige achteroevers en zonnepanelen combineren. Daarmee kunnen we het IJsselmeer – de Natura 2000 – wateren – ontzien. Bovendien leveren de achteroevers een positieve bijdrage aan het meerecosysteem. Deze ondiepe oeverzones ontbreken nu grotendeels in het IJsselmeergebied, maar zijn juist zo cruciaal voor het ecologisch functioneren van het meer. In plaats van ruimte af te nemen van het IJsselmeer, vergroten we in ons voorstel het meerecosysteem door de volgende componenten:  Ontwikkel in de Wieringermeerpolder, direct achter de dijk, een nieuwe grootschalige achteroever voor natuur met overstromingsgraslanden en rietvelden in een strook direct aan de dijk; Breid deze nieuwe natuurstrook uit met een multifunctionele zone met functiecombinatie van waternatuur en drijvende zonnepanelen. Dit vormt tevens een bufferzone tussen natuur en landbouw. We gaan er vanuit dat deze nieuwe denkrichting mee genomen gaat worden in de aanpassingen van de concept RES plannen. Immers, wanneer we met de energietransitie tegelijkertijd aan biodiversiteitsherstel kunnen werken, dan hebben het over echte groene energie!          
 
 

De natuur als spons

Veel natuur gaat verloren door de droogte, concluderen Natuurmonumenten, Landschappen.nl en het Wereld Natuur Fonds. Hoe erg is dat? En wat valt er aan te doen? Onno Havermans1 september 2020, 9:10 artikel Trouw Beeld: ANP De natuur als spons “We hebben een watersysteem om water af te voeren, dat moet echt anders”, zegt hydrologe Corine Geujen van Natuurmonumenten. “De natuur kan als een spons fungeren, het water vasthouden en langzaam weer afgeven. Maar dan worden ook omliggende landbouwgebieden nat.” Dat laatste hoeft niet erg te zijn, als boeren daarop zijn voorbereid. Ook de landbouw heeft baat bij een duurzamer watersysteem. Provincies en waterschappen moeten samenwerken in waterbeheer en ruimtelijke ordening door bufferzones aan te wijzen, zegt Geujen. “Vroeger had je op de hoge zandgronden duizenden vennen. Daarvan is 90 procent verdwenen, er liggen nu maisvelden die worden ontwaterd. Beken mogen niet overstromen, want dan krijg je wateroverlast bij de landbouw. Het is ook niet onze bedoeling een boer zomaar onder water te zetten, maar geef hem een andere plek als hij in zo’n buffer zit, of de mogelijkheid over te schakelen op andere teelten. In een schil rondom de natuurgebieden moet duidelijk zijn: hier is het zeiknat in februari. Moerassen mogen weer moerassen zijn.” De Regge bij Ommen is een goed voorbeeld van hoe zo’n buffer werkt, zegt Geujen. “Dat was een soort kanaal, met dijken, maar de beek is teruggebracht tot zijn oorspronkelijke dimensie: veel kleiner en minder diep, maar hij mag overstromen. En dat zien we aan de grondwaterstand in onze gebieden, waar de Regge veel minder aan dat water trekt.” Wat ook helpt is regenwater opvangen. “Als je dat gebruikt voor doorspoeling van het toilet, hoef je minder drinkwater te winnen. In België heeft bijna elk huis een watercontainer, dat kan hier ook.” Is het nog te redden? Verdeeld over het land zijn de verschillen groot, maar gemiddeld komt Nederland dit jaar 250 tot 300 mm water tekort, zegt Corine Geujen. “Zelfs een paar extreme buien van 30 mm lossen die achterstand niet op, temeer daar we in voorgaande jaren ook al een tekort hebben opgebouwd. In gebieden aan de voet van de Veluwe of de stuwwal van Nijmegen en de beekdalen die grenzen aan de Brabantse dekzandruggen zie je dat er dit jaar geen kweltoestroom is van de hogere landruggen. Het regenwater spoelt meteen weg. Daaraan zie je hoe groot de achterstand is.” Wat is er zo erg aan? “We hebben de biodiversiteit nodig om het systeem veerkrachtig te houden”, zegt biologe Louise Vet, emeritus hoogleraar ecologie in Wageningen. “Een grote variatie op soorten- en genetisch niveau is nodig om tegen klappen te kunnen en aan te passen aan veranderingen. De druk is al groot door de uitstoot van stikstof en CO2 en daar komt de droogte nog bij. Sommige planten hebben zich in honderden jaren aangepast aan de omstandigheden en die staan nu in enkele decennia onder druk. Op bepaalde plantensoorten komen weer bepaalde insecten af die voedsel zijn voor vogels en andere dieren, en dat ga je allemaal verliezen. Je kleedt het systeem uit.” Dat is ook ethisch niet juist, vindt Vet. “Wie zijn wij nou dat we dit vernaggelen? Verlies van al het mooie op deze planeet kan heel hard gaan. Het is zeer droevig als we dit laten gebeuren.” Kan dat zomaar, met beschermde soorten? Het rijk is verplicht de natuur te beschermen, zegt Louise Vet. “Dat is een afspraak, een opdracht. Maar we zoeken naar gemakkelijke oplossingen en dat heeft geleid tot de problematiek van de stikstofmaatregelen. De ene adviescommissie na de andere, politiek wordt de bescherming afgebrokkeld voor economische groei. Nu heeft de rechter, nationaal en internationaal, vastgesteld dat het beter moet. We moeten toe naar een integrale benadering, niet alleen van stikstof maar ook van klimaat, CO2 en droogte. Er kan zoveel als je het integraal aanpakt: opslag van CO2, opvang van de bodemdaling, herstel van de biodiversiteit. En we kunnen verliezers omzetten in winnaars, we moeten de rekening niet alleen bij de boeren neerleggen.” Zijn er nog lichtpuntjes? Er zijn twee boomsoorten in de problemen, zegt bosadviseur Simon Klingen: fijnsparren, die worden aangetast door de letterzetter, een insect dat gebruikmaakt van de droogte die deze naaldboom verzwakt. En lariksen, die eigenlijk niet in Nederland thuishoren. Ze houden van vocht en hebben het dus moeilijk op zandgrond. “Maar de eiken, beuken en dennen maken het nog goed. Het Nederlandse bos kan wel een stootje hebben.”