Het Blauwe Hart


IJsselmeergebied: Het Blauwe Hart van Nederland

 

Het Blauwe Hart van Nederland is het grootste zoetwatergebied van Europa en wordt gewaardeerd om haar bijzondere natuurwaarde en als prachtig cultureel erfgoed met haar weidse landschap. Samenwerkende partners in Coalitie Blauwe Hart Natuurlijk zetten zich samen in voor een vitaal en gezond IJsselmeergebied voor nu en later.

Het laatste nieuws uit het Blauwe Hart

 

Windpark Blauw goedgekeurd door de Raad van State

Op 6 november 2019 heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State de beroepen die zijn ingesteld tegen de aanleg van Windpark Blauw ongegrond verklaard.  De aanleg van dit windpark kan dus door gaan. De beroepen waren ingesteld door omwonenden van dit windpark. Windpark Blauw is een windpark in het noordoosten van Flevoland met 61 molens van meer dan 200 m tiphoogte. Ze komen deels op land, maar ook in twee rijen in het IJsselmeer, evenwijdig aan de dijk tussen de Maxima Centrale (Flevoland) en de Ketelbrug. De molens in het water staan 500 meter uit de kust. Vanaf de dijk is er een rustige zone voor vogels bedacht van 300 meter. Daar zal niet gevaren mogen worden. Deze nieuwe molens vervangen bestaande molens. Onderhandelingen tussen de initiatiefnemers en de IJsselmeervereniging hebben ertoe geleid dat er afspraken zijn gemaakt over een gedegen onderzoek naar de effecten van windparken op vogels in het IJsselmeergebied. De mitigatie die het windpark moet nemen omdat er nadelige effecten zijn voor vogels, vindt Coalitie Blauwe Hart Natuurlijk niet ambitieus genoeg. Zij zien kansen om de Kamperhoek (van het Flevolandschap) sterker te maken voor natuur.
 
 

Brasem: De mus van het IJsselmeer

Eén van de meest algemene vissoorten in het IJsselmeergebied is, of beter gezegd was de brasem, de ‘Abramis brama’. Vanwege zijn formaat is deze vis eigenlijk beter te vergelijken met een grauwe gans, want de brasem kan behoorlijk groot worden. In het IJsselmeer kunnen ze zelfs meer dan 70 centimeter lang worden. Brasems behoren net als de blankvoorn en de karper tot de karperachtigen. Het zijn vissen die in een school leven en waarbij zo’n school uit duizenden exemplaren kan bestaan. Later wordt zo’n school door natuurlijke sterfte en predatie uitgedund. De hele grote brasems leven uiteindelijk in kleine scholen van enkele tientallen vissen. Weinig eisen Brasems stellen relatief weinig eisen aan hun leefomgeving. Ze mijden het liefst wateren met veel waterplanten en komen in heel Nederland voor. Waterplanten zijn echter wel van belang tijdens de paaitijd omdat de vissen hun eitjes op de planten afzetten. Bij gebrek aan planten voldoen stenen en andere onderwaterobstakels ook wel, maar planten hebben de voorkeur. Brasems paaien meestal in mei en juni op ondiepe delen van het water en zijn ze op verschillende plekken langs het IJssel- en Markmeer is in het voorjaar te zien. De mannetjes die tijdens de paaitijd vol zitten met witte knobbels nemen een territorium in dat ze verdedigen tegen andere mannetjes. Voorbij zwemmende vrouwtjes worden dit territorium ingelokt. Als er een match is zetten de vrouwtjes hun eitjes af. Per kilo lichaamsgewicht kan een vrouwtje tot 300.000 eitjes leggen. Een brasem van 10 kilo kan dus wel 3 miljoen eitjes afzetten. De eitjes komen na een paar dagen tot een week uit. Door predatie van kreeftachtigen, vissen en andere organismen overleeft minder dan 1 procent de eerste paar dagen. Verbraseming In de jaren 80 van de vorige eeuw zorgde de vermesting van het binnenwater voor algenbloei en verdwenen de meeste waterplanten. Een ideaal milieu voor deze vissoort. Dit werd nog eens versterkt door het afnemen van hun natuurlijke vijand zoals de snoek. Deze houdt namelijk van helder en plantenrijk water. Brasems wroeten in de bodem op zoek naar muggenlarven, hun favoriete voedsel. Hierbij kunnen ze waterplanten loswoelen, waardoor algen nog meer ruimte krijgen. De Brasem hield hierdoor eigenlijk zijn eigen leefomgeving in stand. Na verloop van tijd nam het aantal brasems zo toe dat er voedselconcurrentie ontstond. Bij vissen leidt dit vaak niet tot sterfte maar tot het afnemen of zelfs stoppen van de groei. Dit verschijnsel wordt ook wel ‘verbraseming’ genoemd. Actief Biologisch Beheer Om de verbraseming te keren en algenrijke wateren weer helder te krijgen zijn in het verleden brasems op grote schaal weggevangen. Deze maatregel zou een ‘schok’ in het water teweegbrengen waardoor het ecosysteem zou omslaan van een troebel algenrijk water naar helder en plantenrijk water. Op lange termijn lijkt dit ook te werken. Het nadeel is echter dat bij het uitdunnen van brasems het water op den duur helder wordt en hierdoor de waterplanten kunnen gaan woekeren. De meeste waterbodems zijn namelijk zeer voedselrijk, een erfenis van een te intensieve landbouw en het gebruik van fosfaathoudende wasmiddelen. Inmiddels is duidelijk geworden dat het algenprobleem veel beter bij de bron kan worden aangepakt. Met andere woorden dat de overmaat aan voedingsstoffen wordt aangepakt. Gelukkig werken de waterbeheerders daar hard aan en worden steeds meer wateren helder. Bescherming Ooit was de brasem op het IJsselmeer de meest voorkomende vissoorten. Tegenwoordig heeft deze karakteristieke vis het moeilijk. Aalscholvers, concurrentie van de exotische zwartbekgrondel en een te intensieve visserij hebben de populatie een behoorlijke knauw gegeven. Gelukkig wordt er voortvarend gewerkt aan een duurzame visserij en lijkt het voorzichtig weer de goede kant op te gaan met de Brasem: de mus van het IJsselmeer.
 
 

Vier natuurprojecten in het IJsselmeer kunnen starten!

De natuurambities van Coalitie Blauwe Hart Natuurlijk komen dichterbij door toekenning investeringen aan Programmatische Aanpak Grote Wateren IJsselmeergebied van vijf natuurprojecten in het IJsselmeergebied. De ministers van I&W en LNV kennen de komende jaren 110 (van de 244) miljoen euro toe aan natuurprojecten in het IJsselmeergebied die vallen onder de landelijke Programmatische Aanpak Grote Wateren (PAGW). Met de PAGW werken de ministeries I&W en LNV samen met andere overheden en natuurorganisaties aan het realiseren van een stabiel en samenhangend ecologisch netwerk van grote wateren in Nederland. Coalitie Blauwe Hart Natuurlijk zet zich al jaren in voor een robuust en duurzaam IJsselmeergebied en ziet met deze investeringen hun gezamenlijke ambities dichterbij komen. Bij de Friese kust, Den Oever, langs de Markermeerkust en bij de Oostvaarders- en Lepelaarplassen ontstaat meer natuur. Joop Bongers, voorzitter Coalitie Blauwe Hart Natuurlijk: ‘Het zorgt voor grote meerwaarde van het IJsselmeergebied voor natuur en mensen. Wij zijn heel blij met de investeringen die in de vier IJsselmeerprojecten vanuit de PAGW wordt gestoken. Ook nu blijkt maar weer hoe belangrijk het is om met elkaar te werken aan een gezamenlijk beeld over een toekomstbestendig en robuust IJsselmeergebied.  Het versterkt de draagkracht van het ecosysteem. Wij willen dat meer mensen de komende jaren het gebied gaan ontdekken en kunnen genieten van dit gezonde watergebied met zijn specifieke natuur, prachtig culturele erfgoed en fantastisch landschap.’ aldus Bongers. Samenwerking loont binnen het IJsselmeergebied Partners van Coalitie Blauwe Hart Natuurlijk initiëren en realiseren projecten die de kwaliteit van het IJsselmeergebied helpen verbeteren. Het indijken van de voormalige Zuiderzee heeft ons veiligheid gebracht, maar daarmee is de dynamiek uit het systeem verdwenen en zijn vis- en vogelstanden in het IJsselmeergebied flink afgenomen. Gelukkig kunnen we het tij keren en met behoud van zoetwatervoorziening en waterveiligheid natuurlijke oevers en verbindingen met de zee en het achterland creëren. Eerder zijn grote investeringen gedaan in het nieuwe belangrijke natuurgebied Marker Wadden, een icoon project van de Coalitie. Samenwerken doet de Coalitie ook met andere partijen, zoals de Agenda IJsselmeergebied 2020-2050 en vanuit een gedeelde visie over wat het IJsselmeergebied aan ecologische versterkingen nodig heeft. Deze ambities zijn benoemd in de Factsheet verkenning Grote Wateren – IJsselmeergebied. Dat samenwerken loont, blijkt nu met deze PAGW toekenningen aan projecten als de Friese Kust, Wieringerhoek, de Markermeerkust en Oostvaardersoevers. De provincies rond het IJsselmeergebied hebben een gezamenlijke brief aan de ministers gestuurd om te pleiten voor deze belangrijke natuurprojecten voor het gehele IJsselmeergebied. Dat deze investeringen nu ook door de ministeries zijn toegekend is een grote stap in de richting van het bereiken van onze gezamenlijke ambities: Een robuust en toekomstbestendig IJsselmeergebied als Blauwe Hart van Nederland! De ministeries stellen ook geld beschikbaar voor een tweetal nieuwe projecten: Wieringerhoek, waar mooie kansen liggen voor het creëren van natuurlijke overgangen tussen land en water én tussen zoet en zout; de Oostvaardersroevers waar een nieuwe verbinding komt tussen het water van de Oostvaarders- en Lepelaarplassen en het Markermeer. Zo krijgen vissen er een fantastisch leefgebied bij. Daarnaast ontvangen twee bestaande projecten: de Friese Kust en de Noord-Hollandse Markermeerkust cofinanciering. De partijen van Coalitie Blauwe Hart Natuurlijk spreken wel hun teleurstelling uit dat de aanvraag voor de tweede fase van Marker Wadden vooralsnog niet gehonoreerd is.
 
 

De Grote Karekiet

De grote karekiet is een karakteristieke rietvogel, waarvan de populatie sinds de jaren ’90 van de vorige eeuw helaas met 90% is afgenomen. Het aantal broedparen is gedaald tot minder dan 100 paren! De Noordelijke Randmeren in het IJsselmeergebied is een van de kerngebieden waar de grote karekiet nog voorkomt. Vogelbescherming Nederland werkt samen met vele partners aan een reddingsplan voor deze bijzondere IJsselmeerbewoner. Zo werd het broedgedrag afgelopen zomer gevolgd met wildcamera’s. Dat levert niet alleen veel kennis op, maar ook unieke beelden. https://www.facebook.com/grotekarekiet/videos/373978463503830/   De grote karekiet is bruin van boven en vuilwit van onderen. Een stuk groter dan de kleine karekiet, een krachtige snavel en een contrastrijkere, opvallende wenkbrauwstreep. De luide zang is zeer kenmerkend met harde rauwe "krrr-krrr-kiet-kiet"- tonen. Van alle rietzangers is de grote karekiet het meest gebonden aan stevig, overjarig riet aan de rand van open water. Dat heeft vooral te maken met het zware nest, dat door jong riet of andere vegetatie niet gedragen kan worden. Grote karekieten leven vooral van middelgrote insecten, die in riet en ruigtevegetaties verzameld worden. Het zijn trekvogels, die de winter doorbrengen in tropisch Afrika. De grote karekiet staat op de Rode Lijst van Nederlandse broedvogels als 'bedreigd'. Er resteren nog drie kernen: de Noordelijke Randmeren, Loosdrechtse Plassen en de Gelderse Poort. Sinds de jaren vijftig van de vorige eeuw is de populatie met 90% afgenomen. Het aantal broedparen is gedaald tot minder dan 100 paren. Om de neergaande lijn om te buigen is in 2015 op basis van het Actieplan bedreigde moerasvogels een start gemaakt met het project Reddingsplan grote karekiet. Aanvankelijk is begonnen in de Loosdrechtse Plassen. In 2017 is het project verbreed naar de Noordelijke Randmeren.  Doel van herstelproject is het achterhalen van de oorzaken van de achteruitgang in de populatie (onderzoek/monitoring) en uitvoeren van biotoopherstel (maatregelen). Omdat het vijf voor twaalf is, zijn bij wijze van experiment vanaf de start van het project maatregelen uitgevoerd om rietkragen lokaal te herstellen. Het onderzoek richt zich onder andere op de kwaliteit van het biotoop, het broedsucces en de trekroutes. Er zijn knelpuntenanalyses gemaakt van de rietkragen in Loosdrecht en de Noordelijke Randmeren. Daaruit blijkt dat het areaal aan geschikt overjarig waterriet afgelopen decennia drastisch is afgenomen. Vooral ten gevolge van een grote begrazingsdruk door met name grauwe ganzen, maar ook door opgaande begroeiing (bomen en struiken) en beschoeiing van oevers. Door middel van monitoring wordt de rietontwikkeling gevolgd op plaatsen waar geen maatregelen zijn genomen, en op locaties waar rietkragen zijn beschermd met gaasrasters. Daaruit blijkt dat de plaatsing van gaasrasters tegen begrazing van riet een positief effect heeft op de ontwikkeling van rietkragen; rietkragen lopen uit richting open water tot aan de rasters zodat bredere rietkragen ontstaan waar grote karekieten baat bij hebben. Er is ook onderzoek gedaan naar de trekroutes om meer te weten te komen over eventuele problemen in de overwinteringsgebieden en/of bij tussenstops. De variatie in de gekozen routes van individuele vogels, de grote geografische bandbreedte in het overwinteringsgebied en de relatief grote mate van terugvangst van gezenderde vogels lijken erop te duiden dat daar niet de oorzaken voor de achteruitgang liggen. In het najaar van 2019 is een onderzoeksrapport opgeleverd door B-ware/Radbouduniversiteit over de sturingsfactoren van waterriet. De voedselrijkom van bodem en waterkolom is van evident belang voor gezond en sterk waterriet. Te schrale bodems en voedselarm water leveren geen goed riet op voor de grote karekiet. Kijk hier voor meer info over de grote karekiet en het beschermingsplan op en volg de facebook pagina van De Grote Karekiet.