Het Blauwe Hart


IJsselmeergebied: Het Blauwe Hart van Nederland

 

Het Blauwe Hart van Nederland is het grootste zoetwatergebied van Europa en wordt gewaardeerd om haar bijzondere natuurwaarde en als prachtig cultureel erfgoed met haar weidse landschap. Samenwerkende partners in Coalitie Blauwe Hart Natuurlijk zetten zich samen in voor een vitaal en gezond IJsselmeergebied voor nu en later.

Het laatste nieuws uit het Blauwe Hart

 

Uitgelichte vissoort: de Baars

Een van de meest in het oog springende vissoorten in het Marker- en IJsselmeer is de baars. Een vis die goed is te herkennen aan de rode vinnen en de zes tot acht donkere dwarsbanden over de flanken. Baarzen vormen vaak grote scholen. De grootte van deze scholen hangt samen met het formaat van de vis. Oude, grote baarzen leven vaak ik kleine groepjes van 4 tot 10 vissen of leven zelfs solitair. Zowel voor de sportvisserij als de beroepsvisserij is de baars een belangrijke doelsoort. Na de paling en de snoekbaars is deze roofvis zelfs de belangrijkste soort voor de beroepsvisserij op het IJsselmeer. Door de verbeterde waterkwaliteit, de terugkeer van onderwatervegetatie en wellicht ook door de opkomst van exotische grondels gaat het goed met de baars. Deze opvallend getekende roofvis komt algemeen voor nagenoeg alle watertypes. Zelfs in brak water gedijt de baars goed. Baarzen paaien van april tot juni en zetten hun kuit af op waterplanten en andere structuren. Het kuit van baarzen heeft een kenmerkende vitrage-achtige structuur. Nadat de baarslarven uit het ei komen vullen ze meteen hun zwemblaas met lucht waarna ze richting het open water migreren. Hier groeien ze op tot een lengte van 8 millimeter. Vervolgens zwemmen ze terug naar de begroeide oeverzone waar verder opgroeien. De groei van baars wordt in sterke mate bepaald door de aanwezigheid van voldoende grote prooidieren. Bij de afwezigheid van voldoende prooivis blijven baarzen op zoöplankton foerageren en worden dan in de groei geremd. In dergelijke situaties kunnen baarzen al bij een lengte van 10 tot 12 centimeter geslachtsrijp worden. [caption id="attachment_2993" align="alignleft" width="300"] Foto's Janny Bosman[/caption] Baarzen kunnen een lengte van meer dan 50 centimeter bereiken en ouder dan 20 jaar worden.  De laatste jaren worden er zowel door sportvissers, beroepsvissers  als duikers opvallend veel grote exemplaren aangetroffen. Aangenomen wordt dat er een relatie is met de veel voorkomende zwartbekgrondels die graag door baarzen worden gegeten. Na een aantal slechte jaren lijkt het in het IJsselmeergebied beter te gaan met de baars. De reden hiervoor is niet bekend. Wellicht is dit het gevolg van de reductie in de staande netten visserij die sinds 2014 is ingevoerd. Wellicht heeft het ook te maken met de sterke opkomst van met name de zwartbekgrond in zowel het IJssel- als het Markermeer.  
 
 

Master Class Bas Haring uitgesteld tot september

De geplande Master Class van Bas Haring voor dinsdag 18 juni kan helaas door onvoorziene omstandigheden niet doorgaan. Bas zou vanuit zijn visie als filosoof en wetenschapper ingaan op de vraag: Welke rol speelt de natuur in onze economie?’ Omdat we wel erg benieuwd zijn naar Bas zijn verhaal, hebben we besloten om zijn Master Class uit te stellen naar de tweede helft van september. Houdt de website in de gaten. De precieze datum en uitnodiging volgen nog.
 
 

Een dramatisch lage Spieringstand en de gevolgen voor de Visdief

De Spiering was traditioneel een vis zonder aanzien. Het gezegde ‘een spiering is ook vis als er anders niks is’ geeft aan dat deze soort alleen gegeten werd als al het andere voedsel op was. Op het dieetlijstje van de menselijke consumenten bungelde deze onderaan. In het voedselweb ‘bungelt ‘de Spiering ook onderaan, maar dan als een cruciale bouwsteen. De Spiering zelf eet plankton en wordt gegeten door een heel scala aan soorten bovenin het voedselweb: vissen en vogels. Voor vogels zoals de Visdief is de Spiering een favoriete prooi. Geen moeilijke vinnen, lekker vet en precies de juiste maat. Ook de Dwergmeeuw, Zwarte stern en de zaagbekken (Grote, Middelste en het Nonnetje) eten graag Spiering. Maar de Spieringstand is ingestort. Op dit moment ontbreekt de Spiering vrijwel in het IJsselmeer en Markermeer. In de lange historie van visserijonderzoek is de spieringstand nog nooit zo laag geweest. Gevreesd wordt voor de gevolgen… De warme zomer van 2018 heeft waarschijnlijk de Spiering de das omgedaan. Vermoed wordt dat de bovenste laag van het IJsselmeer te warm werd voor de jonge spiering. Die overleefde dat niet. Het laatste overgebleven restant van het Spieringbestand dat vanuit het IJsselmeer naar de Waddenzee trekt/uitspoelt, is daar vervolgens illegaal bevist het afgelopen seizoen. Foto: Spiering (boven) en baars (onder). De Spiering is het ideale vogelvoer in het IJsselmeer. Photo: Jan van der Winden Ecology uit Van der Winden, Dirksen & Poot 2017). De eerste tekenen van een dramatisch broedseizoen voor de Visdief beginnen zichtbaar te worden. Visdiefjes komen eind april terug uit hun overwinteringsgebieden in west Afrika. Op de broedkolonies op de eilanden Marker Wadden en De Kreupel arriveerden de Visdiefjes dit jaar wel erg laat, en in  veel lagere aantallen dan in vorige jaren. In onderstaande figuur staat het dieet weergegeven van de Visdieven van de Kreupel en de Marker Wadden in 2017 en eerder (2005-2016 van alleen De Kreupel). Duidelijk is dat Spiering van levensbelang is voor de visdief. Illustratie van de prooisoorten die Visdieven voerden aan hun jongen op De Kreupel (in 2005-2016) (90% Spiering!). En prooisoorten die ze 2017 aanvoerden op de Kreupel en op de Marker Wadden (respectievelijk 60% en 40% Spiering). Bron: Van der Winden, Dirksen en Poot (2017). De verwachting is dat er dit jaar geen Spiering is voor de visdiefkuikens van het IJsselmeer. Er zullen maar weinig jongen groot worden en zij zullen het moeten doen met kleine baarsjes. Als het niet beter gaat met de Spiering, blijft de Visdief het moeilijk houden. Bron: Van der Winden J., S. Dirksen & M. Poot 2018. Visdieven in het IJsselmeergebied. Aantalsontwikkeling, kolonisatie eilanden en broedsucces. Rapport 2018-02, Jan van der Winden Ecology, Utrecht.
 
 

Wat is TEO en biedt het kansen voor het IJsselmeergebied?

In 2018 is door onderzoeksinstituut Deltares in samenwerking met CE Delft de potentie voor TEO (thermische energie uit oppervlakte) voor heel Nederland bepaald. Er is gekeken naar de technische potentie: hoeveel warmte kan er uit het oppervlaktewater gehaald worden met een minimumtemperatuur van 15 graden, en een maximale afkoeling van 5 graden. Daarnaast is gekeken naar de potentie om de gewonnen warmte op te slaan in de ondergrond, om de seizoenen te overbruggen.  (zie verder https://www.deltares.nl/nl/projecten/nationaal-potentieel-van-aquathermie/ of https://www.hetblauwehart.org/wp-content/uploads/2019/05/TEO-magazine.pdf) Vervolgens is gekeken naar de warmtevraag: uitgangspunt was dat er voldoende warmtevraag moet zijn, in voldoende dichtheid, om een TEO warmtenet economisch haalbaar te maken. Ook moet de afstand tot het oppervlaktewater niet te groot zijn. In de studie is een maximum van 5 km gehanteerd. Dit is voor alle CBS wijken in Nederland bepaald. Vervolgens zijn vraag en aanbod gematcht. Dit leidt tot een nationale potentiekaart. Onderstaande kaart laat zien in hoeverre het stedelijk gebied rond het IJsselmeergebied voorzien kan worden van warmte uit de meren. Wat al valt te verwachten, is dat de meren een groot potentieel hebben om omliggend stedelijk gebied van warmte te voorzien. En aangezien het stedelijk gebied vooral rond het Markermeer te vinden is, ligt daar de meeste potentie. Steden als Hoorn, Lelystad, Volendam kunnen volledig van warmte voorzien worden uit het Markermeer. Als ook grote delen van Almere en delen van Amsterdam. Maar ook langs de randmeren, kan bijvoorbeeld Harderwijk vrijwel volledig worden verwarmd. Langs het IJsselmeerkust ligt veel minder stedelijk gebied. Urk en Enkhuizen lichten op als kansrijk. Daarnaast zijn er kleinere steden en dorpen in met name Friesland, die in de potentiestudie niet voldeden aan het criterium  van een voldoende warmtevraag. In de praktijk kunnen ook daar mogelijkheden zijn om wel kleinschaliger TEO systemen aan te leggen. Consequentie van warmtewinning uit het IJsselmeer in de zomer zal zijn dat het water iets afkoelt. Gezien het formaat van de meren zal dit een nauwelijks meetbaar effect geven. Wel zal lokaal een afkoeling optreden. Te verwachten ecologische effecten hiervan worden de komende tijd onderzocht. Dit kan positief uitpakken (minder opwarming van het water), maar mogelijk zijn er situaties en momenten in het jaar waar een nadelig effect kan optreden. Al met al kan het IJsselmeergebied een grote leverancier van warmte worden in het omliggend stedelijk gebied, en hiermee kan thermische energie een bouwsteen zijn in de energietransitie plannen in de omliggende regio’s.