Het Blauwe Hart


IJsselmeergebied: Het Blauwe Hart van Nederland

 

Het Blauwe Hart van Nederland is het grootste zoetwatergebied van Europa en wordt gewaardeerd om haar bijzondere natuurwaarde en als prachtig cultureel erfgoed met haar weidse landschap. Samenwerkende partners in Coalitie Blauwe Hart Natuurlijk zetten zich samen in voor een vitaal en gezond IJsselmeergebied voor nu en later.

Het laatste nieuws uit het Blauwe Hart

 

Zaterdag 5 september ‘Rondje Pampus’. Zwemmen voor de natuur!

Coalitie Blauwe Hart Natuurlijk* organiseert in samenwerking met Swimfantastic en Forteiland Pampus, ‘Rondje Pampus’ onder het motto ‘Natuur beleef je in het water’! Zwemmen in het openwater, speciaal in het IJsselmeergebied, is een unieke natuurbeleving.  De natuur in het IJsselmeergebied heeft het moeilijk. De vis- en vogelstand is verslechterd, goede en gevarieerde leefgebieden ontbreken. Zo houden harde dijken trekvissen tegen en is de overgang van zout naar zoet water te abrupt voor ze. Met dit zwemevent vragen wij aandacht voor de kwetsbare natuur in het IJsselmeergebied als Blauwe Hart van Nederland en voor het belang van schoon en gezond water voor vogels, vissen en mensen. Zwemmen voor de natuur Elk jaar gaat een deel van de opbrengst van deelnemers en sponsoren naar een goed doel, dat bijdraagt aan de verbetering van de waterkwaliteit en de natuur in het IJsselmeergebied. Dit jaar staat ons zwemevent in het teken van plastics in het water en doneren wij aan een onderzoek uitgevoerd door The Great Bubble Barrier, waarbij onderzocht wordt hoe microplastics uit het water gefilterd kan worden. Zo kunnen we de plasticvervuiling effectief tegengaan. The Bubble Barrier is inmiddels in staat om microplastics vanaf 1 mm af te vangen, maar meer onderzoek is nodig om nog kleinere deeltjes uit het water te kunnen halen. Voor het IJsselmeergebied een belangrijke ontwikkeling, want het IJsselmeer is een belangrijke drinkwaterbron voor Noord-Holland. Rondje Pampus Zwemmen rond het eiland Pampus is de afgelopen jaren uitgegroeid tot een populair zwemevent waar jong en oud graag aan deelnemen. Dit jaar zwemt – in verband met Corona- een beperkt aantal deelnemers mee en heeft de organisatie het programma moeten aanpassen. Het aanmoedigen van de zwemmers is helaas niet mogelijk, maar zij zullen zich meer dan ooit verbonden voelen met de natuur en het belang van schoon en gezond water. Krachten bundelen voor het Blauwe Hart Coalitie Blauwe Hart Natuurlijk initieert en realiseert projecten die de kwaliteit van het IJsselmeergebied helpen verbeteren. Vanuit dit samenwerkingsverband zetten zij zich in voor een gezond en vitaal IJsselmeergebied. De Coalitiepartners partners: Vogelbescherming Nederland, Landschap Noord-Holland, Flevo-landschap, It Fryske Gea, Natuurmonumenten, Sportvisserij Nederland, Staatsbosbeheer en PWN werken samen aan een integrale aanpak voor natuur. De Agenda IJsselmeergebied 2050 en het Programma Aanpak Grote Wateren zijn voorbeelden van integraal beleid waar de Coalitie Blauwe Hart Natuurlijk nauw bij betrokken is. Het IJsselmeergebied heeft alles in zich om uit te groeien tot hèt Blauwe Hart van Nederland, met water als sterk verbindend thema. Zowel overheden als maatschappelijke organisaties, bedrijfsleven en kennisinstellingen hebben hierin een rol. Daarom: Krachten bundelen voor het Blauwe Hart! Dit zwemevent is georganiseerd door:           Partners Coalitie Blauwe Hart Natuurlijk  
 
 

Krooneend icoon van het heldere water

De mannetjes krooneend spant letterlijk de kroon met zijn overdaad aan kleuren: een oranjerode kop, koraalrode snavel, fraaie witte flanken contrasterend met een zwarte onderstaart en borst. Zijn kruin is goudkleurig en kan als een kroontje van veren opgezet worden, vandaar zijn naam. Vanwege die kleurpracht worden ze, als tamme eend, vaak in collecties gehouden. Krooneenden zijn in Nederland echter van wilde herkomst. Het IJsselmeergebied is momenteel het belangrijkste leefgebied in Nederland voor ze. In Nederland waren ze als broedvogel nooit echt talrijk, maar in de jaren vijftig waren er buiten de broedtijd lokaal vele honderden op het Zwarte Meer en in oktober 1965 zelfs 1600 op het Veluwemeer aanwezig. Daarna kelderde de populatie en een dieptepunt werd rond 1989 bereikt toen ze bijna weg waren en vrijwel uitsluitend nog op de Vinkeveense Plassen voorkwamen. De verklaring was simpel. Krooneenden zijn uitgesproken voedselspecialisten. Ze eten vrijwel uitsluitend kranswieren. Dat zijn waterplanten die in helder water groeien en dan vaak massaal de bodem kunnen bedekken. Met name sterkranswier is geliefd. Anders dan fonteinkruiden blijven deze planten laag bij de bodem en vormen dus geen hinder voor vaarverkeer. Door afvoer van ongezuiverd rioolwater in onze meren werd het water in de jaren zeventig en tachtig troebel en verdwenen kranswieren uit het IJsselmeergebied en daarmee ook de krooneenden. Het water in het IJsselmeergebied is de afgelopen 20 jaar op steeds meer plekken helder geworden, waardoor kranswieren weer zijn teruggekeerd. In de Gouwzee keerde sterkranswier terug en daar waren de eerste groet groepen krooneenden. Nu groeit het ook voor de Friese kust en op de Randmeren. Eigenlijk hoef je niet eens onder water te kijken waar sterkranswier groeit. Want precies op die plekken verzamelen zich vanaf eind juli de krooneenden die klaar zijn met broeden. In de loop van september-oktober zijn ze het talrijkst op die plekken. Tegenwoordig zijn er weer bijna net zo veel krooneenden in het IJsselmeergebied als in de periode voordat het water troebel werd. Op de Randmeren, Gouwzee en langs de Friese kust zijn groepen van 200 tot 300 exemplaren geen uitzondering meer. Ze blijven er zo lang het kranswier groeit en dat is met het warme winterweer steeds langer. Krooneenden bouwen hun nest in de kruidlaag op eilanden en vooral op locaties waar meeuwen of sterns broeden. Ze profiteren van meeuwen en sterns die roofdieren wegjagen. Ook in het Blauwe Hart broeden ze tegenwoordig. Nergens echt talrijk, maar op eilanden in de Randmeren broeden er tientallen en verder bij de Friese kust, de kust van Waterland en enkele op andere locaties als Marker Wadden, Den Oever en Diemen. De jongen eten de eerste weken vooral kleine insecten en daarna schakelen ze over op kranswier. In zachte winters blijven veel krooneenden in het IJsselmeergebied. Als het vriest gaan ze echter naar open water langs de Nederlandse kust of naar Frankrijk. Maar zodra de dooi invalt komen ze terug. Krooneenden kunnen schuw zijn, maar zeker niet altijd. Tegenwoordig verblijft er bijvoorbeeld een mooie groep in winter en voorjaar bij IJburg (IJburglaan). Je kan ze daar vanaf de kant prachtig zien baltsen en het gekke nasale geluid van de mannetjes horen. Jan van der Winden
 
 

Stroom die ten koste gaat van de natuur is wat ons betreft niet groen

Witte zeilbootjes slalommen op het IJsselmeer tussen witte reuzen van bijna 100 meter hoog. Vanaf de dijk bij Creil bekijken Vogelbescherming-medewerkers Jonna van Ulzen en Ruud van Beusekom het tafereel. De noordenwind zwelt aan, de rotorbladen draaien. Drie lange linten van windmolens zoomlijnen de IJsselmeerkust, twee rijen in het water, één binnendijks. De molens zijn onderdeel van Windpark Noordoostpolderwaarvan in 2017 de bouw is voltooid. De komende jaren krijgt het windpark gezelschap van twee andere windparken in het IJsselmeer: Windpark Fryslan (89 turbines) en Windplan Blauw (61 turbines). En dit voorjaar zijn er plannen gemaakt voor nog meer windturbines op het IJsselmeer. De dertig energieregio’s in Nederland moeten elk in een eigen Regionale Energiestrategie – de RES – vastleggen hoe ze de komende tien jaar voor extra CO2-reductie zorgen. In het Klimaatakkoord is afgesproken dat de Nederlandse CO2-uitstoot in 2030 nog maar de helft zal bedragen van die in 1990, en daartoe moeten de energieregio’s onderzoeken hoe en waar duurzame elektriciteit opgewekt kan worden. Ook het IJsselmeer zou een mogelijke locatie kunnen zijn – zo rekent de RES Noord-Holland Noord met 38 turbines en 310 hectare aan zonnepanelen in het IJsselmeergebied. Windmolens in het IJsselmeer zijn goedkoper te exploiteren dan op de Noordzee, en het waait er vaak harder dan boven land. Maar protest is er ook. Uit vrees dat witte wieken boven het IJsselmeer, het Markermeer en de Randmeren steeds meer gaan domineren, schreef Vogelbescherming Nederland samen met Natuurmonumenten, It Fryske Gea, Het Flevo-landschap, Landschap Noord-Holland en Sportvisserij Nederland,  allen verenigd in de Coalitie Blauwe Hart Natuurlijk,  in juni jl. een brandbrief. Daarin pleitten ze voor het zoeken naar alternatieven, want ze maken zich zorgen over de impact van zon-en windenergie op het bijzondere landschap – ze vrezen voor een ‘hek’ van windmolens rond het IJsselmeer – en op de natuur, in het bijzonder op vogels. Vlak voor ons langs scheren twee jonge boerenzwaluwen. Juist deze overgang tussen land en water is een belangrijk rust- en foerageergebied voor tal van vogelsoorten, zegt Van Beusekom. Ook gebruiken veel zangvogels en roofvogels de randzone van het IJsselmeer als trekroute. Maar juist in die randzone zijn de meeste windmolenparken gepland. Naast habitatverlies en het ontstaan van barrières op de trekroute kleeft er nog een ecologisch nadeel aan de windparken, zegt Van Ulzen. „Een vogel die tegen de ronddraaiende rotorbladen botst is ten dode opgeschreven.” Van Beusekom: „Snelvliegende vogels als eenden en ganzen vliegen algauw 70 tot 80 kilometer per uur met windje mee. Dan kun je moeilijk uitwijken voor die wieken, zeker ’s nachts.” Sommige soorten, zoals de kleine mantelmeeuw, vliegen vaak op rotorhoogte, wat hen extra gevoelig maakt. Van Ulzen: „De tijd van het jaar speelt eveneens mee. Nachten met piekmigratie, waarop veel vogels op trek zijn, kunnen ook riskant zijn. Bij mooi weer vliegen vogels over de molens heen, maar als het weer omslaat gaan ze opeens massaal naar beneden en komen ze in de wieken terecht.” In 2018 oordeelde de Raad van State nog dat Windpark Fryslan mocht worden aangelegd omdat er voldoende onderzoek zou zijn gedaan naar het effect van de windturbines op de natuur. ‘Voldoende’ lijkt daarin een rekbaar begrip: er zijn nog veel onduidelijkheden over de gevolgen voor de natuur. Zo is onbekend hoeveel vogels door windmolens omkomen. Van Beusekom: „Maar bij de Eemshaven – een windmolenrijk gebied dat heel ongelukkig precies op de trekroute van veel soorten ligt – vallen volgens berekeningen van de Universiteit van Amsterdam ruim 1.000 slachtoffers per jaar.” Nederland hanteert een norm van 1 procent extra sterfte per jaar door windturbines. Uit recent Wagenings onderzoek blijkt dat de huidige grenswaarden voor aanvaardbare vogelsterfte door windturbines grote langetermijneffecten hebben. Het aantal vogels van een soort kan in tien jaar tijd soms met ruim driekwart afnemen. Van Beusekom: „In 2018 kwam in Flevoland een zeearend om het leven door een botsing met een windmolenwiek. Zeearenden krijgen één of twee jongen per jaar. Als een paar daarvan tegen een windmolen aanvliegen dan heeft dat algauw grote invloed op de populatie.” Ook uit buitenlands onderzoek blijkt de nadelige invloed van windmolens op vogels: zo gaat in Spanje de vale gier in aantal achteruit op plaatsen met veel windmolens. Een mogelijke oplossing zou zijn om windmolens tijdelijk uit te schakelen tijdens de vogeltrek, zegt de Amsterdamse hoogleraar ecologie Judy Shamoun-Baranes. In samenwerking met Rijkswaterstaat kijkt ze met collega’s hoofdzakelijk naar windenergie op zee. „We gebruiken radarbeelden om de aantallen vogels te monitoren en willen zo betrouwbare voorspellingen leveren: over 48 uur verwachten we hier piekmigratie. Dan kunnen de windmolens tijdelijk worden uitgezet.” Juist in een toch al versnipperd landschap kunnen windmolens negatieve gevolgen hebben, zegt ze. „Zo’n windpark zal op zichzelf niet het einde van de vogels betekenen. Maar als je alles optelt – landgebruik, gifstoffen, de verdwijning van broedgebieden, de achteruitgang van insecten – dan is de toestand zorgelijk.” Van Beusekom pakt zijn verrekijker. „Kokmeeuw. Pontische meeuw. Geelpootmeeuw. Allemaal soorten die hier in Flevoland broeden.” Op een paaltje droogt een aalscholver zijn vleugel. „Die zoekt voedsel in het IJsselmeer.” Odile Rasch, programmamanager RES Noord-Holland Noord, benadrukt dat de plannen nog lang niet definitief zijn, en dat er op basis van de concept-RES veel reacties zijn binnengekomen. Zo stond eind juni in lokale media dat het college van Medemblik geen extra windmolens in de gemeente wil plaatsen, maar wel nadenkt over zonnepanelen op land en op het water. Rasch: „Het zoekgebied waarbinnen we naar een locatie zoeken voor de windmolens en zonnepanelen is bewust groot ingetekend omdat we veel belangen moeten meewegen: die van de vogels, ruimtelijk impact, vaarroutes, visserij en recreatie.” Sovon Vogelonderzoek Nederland is nu in opdracht van Ministerie van LNV bezig met de ontwikkeling van een kaar, waarop wordt aangegeven waar windmolens kunnen staan zonder voor sterke verstoring te zorgen. Odile Rasch noemt zulke kaarten ‘goede bronnen’ voor verder onderzoek. Van Ulzen, ferm: „Wij zijn niet tegen windenergie. Ik wil mijn laptop kunnen opladen in het stopcontact, én ik wil tegelijkertijd niet dat de poolkappen smelten. Dus dan is duurzame energie een logische keuze. Alleen is het zo zonde dat oplossingen voor de klimaatcrisis soms lijnrecht indruisen tegen oplossingen voor de biodiversiteitscrisis.” Een deel van het probleem ligt volgens haar bij de regionale aanpak van de energiestrategieën. „Het ontbreekt aan regie van bovenaf.” Juist voor het IJsselmeergebied kan dit desastreus uitpakken. De natuurkwaliteit staat al onder druk. Er worden maatregelen voorbereid om die kwaliteit te verhogen. De Markerwadden zijn daarvan een mooi voorbeeld. Ook de ruimtelijke kwaliteit van het open water met grote zichtlijnen komt door deze ontwikkelingen onder druk te staan. Frits Palmboom heeft tien gouden regels opgesteld en die worden breed gedragen. Door het ontbreken van een integrale regie dreigt al snel de weg van de minste weerstand gevolgd te worden en dan is de open en onbewoonde ruimte van het IJsselmeergebied te snel en te gemakkelijk in beeld. Ook op land en in de bebouwde omgeving is er nog heel veel duurzame energie op te wekken. Dat kost wat meer moeite. Jop Fackeldey, gedeputeerde Duurzame Energie van Flevoland is het daar niet mee eens. „Juist als je een regio goed kent kun je veel beter tot een afgewogen oordeel komen. De RES is in die zin juist een reactie op het eerdere landelijke energieakkoord, waarbij windmolens werden verdeeld over Nederland, zonder regionale input.” Veel omwonenden kwamen daartegen in verzet; in Groningen en Drenthe kwam het zelfs tot gewelddadige acties. Een oplossing zou kunnen liggen in een slimme combinatie van landschapsfuncties, zegt Van Ulzen. „Bijvoorbeeld door windmolenparken te combineren met zonnepanelen. Dat zorgt voor een stabiel energienet – als de zon niet schijnt, waait het vaak, en vice versa – en voorkomt bovendien dat er een te groot areaal volgebouwd raakt met ofwel windparken ofwel zonneparken.” Turend over het water: „We zijn absoluut voor groene stroom. Maar stroom die ten koste gaat van de natuur is wat ons betreft niet groen.”
 
 

5 september Zwemevent rond Pampus

Ook in Coronatijden beleef je de natuur in het water! Deze zwemeditie rond Pampus zal de geschiedenis ingaan als het jaar waarin Corona ons land opschudde en er met een afgeslankt aantal deelnemers gezwommen kon worden. Tenminste, we doen er alles aan om ervoor te zorgen dat het zwemevent rond Pampus door kan gaan! We zijn echter nog volop in gesprek met de gemeente Gooise Meren - die over Pampus gaat- om aan alle Corona maatregelen te kunnen voldoen. Ons goede doel dit jaar: Deelnemers aan Rondje Pampus beleven niet alleen de natuur in het water, maar dragen ook bij aan projecten voor de natuur en helpen zo mee aan een vitaal en robuust IJsselmeergebied. Dit jaar staat in het teken van de waterkwaliteit en doneren we aan een onderzoek uitgevoerd door The Great Bubble Barrier, en is mede door PWN geïnitieerd, waarbij gekeken wordt hoe we microplastics uit het water kunnen halen. Ze kijken ook naar de meest effectieve plekken waar ze het microplastic uit het water kunnen halen, zodat de plasticvervuiling wordt gestopt, voordat deze onze grote wateren binnendringt. Dat doen ze door middel van een bellenscherm. Bijvoorbeeld in Amsterdam. In de grachten van Amsterdam hebben zij in samenwerking met RWS een proef uitgezet om plastic deeltjes uit het water te filteren. Ook in de IJsselmonding zijn al proeven geweest met goede resultaten. De Bubble Barrier (het bellenscherm) is inmiddels in staat om microplastics vanaf 1 mm af te vangen, maar meer onderzoek is nodig om ook nog kleinere plasticdeeltjes uit het water te kunnen halen. Bubble Barrier in Amsterdam is te bezoeken bij het Westerdoksplein. Kijk hier ook het filmpje met de uitleg over de Bubble Barrier. Hoe gaat het met ons goede doel van vorig jaar: het onderzoek naar de brasem in het IJsselmeer? Afgelopen jaar ging de opbrengst van deelnemers en sponsoren naar Sportvisserij Nederland. Joop Bongers, directeur van Sportvisserij Nederland nam een cheque in ontvangst ter waarde van € 4.728,57. Deze bijdrage is ingezet om in samenwerking met Wageningen Marine Research onderzoek te doen naar de leefgewoonten van de brasem in het IJsselmeergebied. Een aantal brasems zijn voorzien van een zender zodat er meer inzicht komt in het gedrag van brasems. Op 5 november 2019 zijn er 3 hydrofoons (ontvangers) in het Ketelmeer geplaatst, nabij de Ketelburg. Zo kan met signalen van de gezenderde brasem over de gehele breedte van het Ketelmeer ontvangen. De 3 hydrofoons in het Ketelmeer maken deel uit van een groot zendernetwerk in het IJsselmeer, Markermeer, Zuidelijke Randmeren en stroomopwaarts de Overijsselse Vecht op tot Nordhorn (D). In totaal gaat het om meer dan 70 hydrofoons die op strategische plekken zijn geplaatst. Niet alleen brasem worden gevolgd. Ook bijvoorbeeld gezenderde Blankvoorn, Snoekbaars en Houting kan men volgen. En zelfs 6 Zeeforellen! Met deze ontvangers kunnen meerjarige trekroutes in beeld worden gebracht. Het project is nog niet ten einde. Men gaat in het voorjaar van 2021 meer vissen zenderen!