Weinig zwarte sterns in het IJsselmeergebied in 2020

De zwarte stern kan als icoonsoort van het IJsselmeergebied worden gezien. Nergens ter wereld komen direct na de broedtijd zo veel zwarte sterns bij elkaar om te ruien en op te vetten voor de reis naar Afrika. In topjaren zoals 1997 waren er soms wel 100.000 tegelijk aanwezig! Ze komen naar het IJsselmeer vanuit een enorm broedgebied dat zich uitstrekt van Nederland tot ver achter de Oeral. Tegenwoordig zijn het hooguit 20.000 exemplaren. In 2020 waren ze in juli zelfs opvallend schaars op het IJsselmeer. Wat is er aan de hand?

Zwarte sterns zijn iets kleiner dan de visdief. In de broedperiode zijn ze zwart van onder en donkergrijs van boven. In de winter zijn ze, net als andere sternsoorten, wit van onderen en ze hebben een klein zwart kopkapje. Ze broeden in kolonies in ondiepe moerassen met veel waterplanten. Na de broedtijd foerageren en slapen ze in groepen. Dat doen ze in grote brakke en zoete visrijke wateren waarbij het IJsselmeer en de Zee van Azov twee topgebieden zijn. Overdag foerageren ze boven het open water vooral op kleine visjes, maar ook op insecten als dansmuggen en vliegende mieren. Het IJsselmeer is als foerageergebied belangrijker dan het Markermeer. In de nacht slapen ze op kale zandige eilanden of wadvlakten. De zwarte sterns die in het IJsselmeergebied foerageren, slapen vooral op het Balgzand, De Kreupel, Marker Wadden, Trintelzand en her en der op kleinere zandplaten en eilanden.  In het verleden sliepen ze ook op andere plekken zoals de Oostvaardersplassen.

In het Blauwe Hart is spiering een cruciale voedselbron voor de sterns. Die vangen ze vooral in als de visjes vlak bij het oppervlak zwemmen. Spiering zwemt daar als het water troebel is of als ze bijvoorbeeld door baarzen omhoog gejaagd worden. De laatste jaren neemt de spieringpopulatie sterk in omvang af, en daarmee het voedsel voor de zwarte sterns. Dat is waarschijnlijk de reden dat de aantallen van 100.000 tot minder dan 10.000 in de huidige situatie kelderden. Elk jaar tellen vrijwilligers de sterns op slaapplaatsen in het IJsselmeergebied en in 2020 waren er in juli vrijwel geen aanwezig op De Kreupel en Marker Wadden. Twee plekken waar ze de afgelopen jaren juist veel sliepen en waar vele mensen op af kwamen om ze te bekijken. Waarschijnlijk is er in 2020 uitzonderlijk weinig spiering. In juli foerageerden wel enkele duizenden zwarte sterns op de Waddenzee voor de spuisluizen van Den Oever. Daar kon je ze prachtig zien vanaf de uitkijktoren. In de avond vlogen ze naar het Balgzand. Kleinere aantallen sliepen op het Trintelzand. Dus het voedselaanbod verslechtert in de loop der jaren, maar het aanbod aan alternatieve rustplekken neemt toe. Dat laatste is gunstig omdat ze dan goede plekken kunnen kiezen, maar er dient in het IJsselmeergebied plek te komen of te blijven voor pelagische scholenvis als spiering, sprot of ansjovis als we de zwarte stern voor de toekomst willen behouden.

Jan van der Winden

 

terug naar het nieuwsoverzicht