Twee miljoen glasaaltjes uitgezet

Een aantal vissers heeft vrijdag 2 miljoen glasaaltjes uitgezet in de zoete wateren van Spakenburg, Harderwijk en Almere. Zij deden dit in opdracht van de Stichting Dupan, die de palingstand met ‘het herbevolkingsproject’ een flinke impuls wil geven.

 

Herbevolken

Het grote probleem voor de jonge glasaaltjes zijn de kustbarrières. De glasaal verlaat de Sargassozee, een langwerpige regio in het noorden van de Atlantische Oceaan en wil zich voeden in de voedselrijke zoete Europese wateren, maar de trekvis kan door allerlei verdedigingssystemen tegen hoogwater de tocht niet vervolgen. Om die reden worden de glasaaltjes een handje geholpen. Vissers vangen jaarlijks 20 ton glasaal in de zoute zeeën voor ‘het herbevolken’ van binnenwateren in een groot aantal Europese landen.

 

„In heel Europa geldt de verplichting om jonge paling in zoetwater uit te zetten”, zegt Koelewijn. „Dat staat in inkt geschreven in de Europese Aalverordening. Door ze te vangen en hier uit te zetten eindigen de jonge palinkjes niet als visvoer of vogelvoer. Nietsdoen is geen optie.”

 

Vrijheid

De uitgezette glasaaltjes krioelen hun vrijheid tegemoet in het Eemmeer. De trekvissen moeten hun weg zien te vinden door Europese zoete wateren waar ze kunnen groeien. Als ze volwassen zijn (een jaar of vijftien oud) en niet voortijdig zijn gevangen of in een gemaal terecht zijn gekomen dan trekken ze als schieraal (die 3 kilo kan worden en een meter lang) weer terug naar de Sargassozee. De schieraal paait daar en de cirkel is rond. De cyclus kan opnieuw beginnen.

 

„Niet alle uitgezette glasaaltjes zullen het redden. Roofvogels en roofvissen zullen er wat verorberen”, zegt William Swinkels, terwijl hij glasaaltjes te water laat. „Maar als één volwassen schieraal de tocht van 6000 kilometer aflegt naar de Sargassozee om daar kuit te schieten, is dat goed voor 1 tot 3 miljoen eitjes.”

 

Dupan beheert het Eel Stewardship Fund. De stichting investeert behalve in het ‘herbevolken’ van Nederlandse wateren met jonge paling, vanuit dit fonds ook in het over de dijk helpen van volwassen palingen naar zee en in gericht wetenschappelijk onderzoek.

 

Hindernissen

De volwassen paling (schieraal) wil zich voortplanten, maar stuit volgens Koelewijn op weg naar de oceaan in Nederland op zo’n 15.000 hindernissen: „Dammen, sluizen en gemalen. De laatste dertig jaar zijn veel gemalen vervangen door snel draaiende pompen met desastreuze gevolgen voor migrerende palingen. Zij komen in die ‘gehaktmolen’ en worden vermorzeld.”

 

Medewerkers van Dupan redden met het project ”Paling over de Dijk” geslachtsrijpe palingen door ze voor gemalen weg te vangen met fuiken en aan de andere kant van het gemaal weer uit te zetten.

 

Bron: www.rd.nl

terug naar het nieuwsoverzicht