Terug van weggeweest: dwergstern en strandplevier

Wie had gedacht dat strandplevier en dwergstern terug zouden keren als broedvogels in het IJsselmeergebied?

Beide soorten zijn rasechte pioniervogels van zandige en slibrijke kale vlaktes.
Dwergsterns zijn de kleinste sterns van Europa. Ze broeden hier en overwinteren voor de kust van West Afrika. De volwassen vogels hebben een hagelwit verenkleed, felgele snavel en een zwart kopkapje. Sierlijk vliegen ze boven het ondiepe water om kleine visjes te vangen. Door hun schelle roepjes trekken ze de aandacht, waarna je moet letten op een sterntje dat biddend naar prooien zoekt. Zo ook op Marker Wadden waar een nieuw broed- en voedselgebied is ontstaan in het Markermeer. Hier vissen ze in het ondiepe water en broeden ze in kleine kolonies, het liefst op schelpenbankjes. En dat doen ze met succes; al twee jaar groeien er veel kuikens op. Om te weten of ze terug keren hebben we er een aantal een kleurring gegeven. Op deze wijze dragen de dwergsterns van het IJsselmeergebied bij aan een West-Europees kleurringproject om de verplaatsingen van dwergsterns in kaart te brengen.

Dwergstern

 

Strandplevieren keren ook in het voorjaar terug uit West Afrika om in Europa te broeden. Hun rug is net zo zandkleurig als hun broedplekken. De mannetjes hebben bovendien een fraai roestbruin kopkapje. Op kale open plekken broeden ze het liefste, maar voor de nestplek wordt toch vaak de rand van een struikje of steenhoopje uitgekozen. Op Marker Waden doen ze hun naam geen eer aan. De kilometers lange stranden werden niet gebruikt als broedplek, maar wel de opgedroogde slibvelden grenzend aan slik. Ze vangen op die moddervlaktes insecten door er achteraan te rennen.

Plevier

 

Landelijk zijn beide soorten ernstig bedreigd en staan niet voor niets op de Rode Lijst voor bedreigde broedvogels. In zoete gebieden is vrijwel nergens meer voldoende dynamiek om geschikte broedplekken te laten ontstaan, daarom zijn de Waddenzee en Delta favoriet. Zoute gebieden dus. In het verleden waren de grote rivieren en de Zuiderzee ook van belang. Als het waterpeil echter stabiel is, overstromingen tot het verleden behoren en zoutinvloed afwezig is, groeien open zandplaten snel dicht met vegetatie. In het IJsselmeergebied is dit goed te zien bij de Natuurboog en bij de Kinseldam. Zonder beheer begroeid het zand met bos. En zelfs met intensief maaibeheer kan je het  niet kaal houden. De laatste keer dat deze soorten in het IJsselmeergebied gebroed hebben was kortstondig op De Kreupel. Maar nu zijn ze teruggekeerd op Marker Wadden en Trintelzand met maar liefst 10 paar strandplevier en 10 tot 15 paar dwergstern. Dat lijkt weinig maar is toch meer dan 5-10 % van de landelijke populatie! Hoewel de huidige plekken waarschijnlijk niet geschikt kunnen blijven als broedplek, kunnen we nu nog een paar jaar van deze schitterende vogels genieten. Daarbij tonen deze nieuwe gebieden aan dat het mogelijk is om deze soorten leefgebied te bieden.

Ga hier naar de andere IJsselmeergebied projecten.

Jan van der Winden en Camilla Dreef

 

terug naar het nieuwsoverzicht