Het Blauwe Hart


IJsselmeergebied: Het Blauwe Hart van Nederland

 

Het Blauwe Hart van Nederland is het grootste zoetwatergebied van Europa en wordt gewaardeerd om haar bijzondere natuurwaarde en als prachtig cultureel erfgoed met haar weidse landschap. Samenwerkende partners in Coalitie Blauwe Hart Natuurlijk zetten zich samen in voor een vitaal en gezond IJsselmeergebied voor nu en later.

Het laatste nieuws uit het Blauwe Hart

 

Pontische meeuw: een nieuwkomer in het IJsselmeergebied

In het IJsselmeergebied zijn zeven meeuwensoorten jaarrond talrijk. Bekende soorten, die er ook broeden, zijn kokmeeuw, stormmeeuw, zilvermeeuw en kleine mantelmeeuw. We gaan in een volgende nieuwsbrief alle meeuwen nog een keer voorstellen. We starten met een soort waar nog niet veel mensen van gehoord hebben, namelijk de Pontische meeuw. Hij wordt steeds gewoner, ook in het IJsselmeergebied. Sinds begin jaren negentig zijn ze aan een ongekende opmars vanuit het oosten bezig. Het hoofdverspreidingsgebied ligt bij de Kaspische en Zwarte Zee, maar ze breiden uit naar het westen. Ze zijn nu al erg talrijk in Polen en Duitsland. Ze komen daardoor steeds meer in het verspreidingsgebied terecht van de nauw verwante zilvermeeuw. Pontische meeuwen lijken erg veel op zilvermeeuwen. Ze zijn er zo sterk aan verwant dat ze er ook mee kruisen nu de verspreidingsgebieden overlappen. Het vereist enige oefening om de verschillen te zien tussen zilvermeeuw en Pontische meeuw. Het belangrijkste verschil is de bouw. Pontische meeuwen zijn iets groter, staan hoger op de poten en hebben een langere, dunnere snavel en een iets plattere kop. De volwassenen hebben ook iets meer wit op de vleugelpunten. Hun poten zijn vleeskleurig of gelig en die van zilvermeeuwen zijn roze. Het gedrag lijkt erg op de andere meeuwen. Ze zijn echter veel vaker op het open water te vinden dan zilvermeeuwen, bijvoorbeeld achter boten. Ze zijn net iets behendiger en sneller dan zilvermeeuwen en waardoor ze waarschijnlijk beter vissen kunnen vangen. Ze lijken beter aangepast aan het leven in zoete wateren in het binnenland. Zo zijn talrijk in het rivierengebied en  in het IJsselmeergebied mogelijk al talrijker dan zilvermeeuwen. Ze zijn er jaarrond, maar vanaf augustus komen er veel uit Oost-Europa om bij ons te overwinteren. Dan verblijven er groepen van vele tientallen op plekken zoals Marker Wadden, De Kreupel, Kinseldam, IJburg, de Afsluitdijk en de Friese kust. Waarschijnlijk zijn ze rond 2008-2014 ook gaan broeden in het IJsselmeergebied. In die periode waren er altijd individuen in de meeuwenkolonie van De Kreupel. In 2014 was daar een zeker broedpaar en op ook op Ierst was er een paar met pas uitgevlogen jongen. In 2016 werden ze voor het eerst broedend aangetroffen bij Bataviahaven op een dam en in 2020 broedden er al 15 paar op De Kreupel. Waarschijnlijk broeden ze onopgemerkt op meer plekken tussen de andere meeuwen. Let goed op de poten van meeuwen, want in Polen en Duitsland worden veel Pontische meeuwen met ringen gemerkt. Ook jongen in de kolonies van De Kreupel en Bataviahaven krijgen gekleurde pootringen. Zo kunnen onderzoekers zien waar ze heen gaan. Je kan de pootringen aflezen of de meeuwen fotografen en de gegevens invoeren via submit.cr-birding.org.
 
 

Uitnodiging Studio Meer IJsselmeer  

In het IJsselmeergebied gebeurt het de komende jaren! Er vinden grote natuurherstelprojecten plaats, zoals de Wieringerhoek en de Vismigratierivier. Tegelijkertijd spelen er veel maatschappelijke opgaven. Hoe gaat dit samen? En, hoe kunnen we het IJsselmeergebied als grootste zoetwatermeer van West-Europa én cruciale plek op de Oost-Atlantische vogeltrekroute samen tot volle wasdom brengen? Vogelbescherming Nederland nodigt u graag mede namens de Coalitie Blauwe Hart Natuurlijk* uit voor Studio Meer IJsselmeer. In drie webinars leggen we vragen en stellingen voor aan IJsselmeer experts. Dit wisselen we af met korte vlogs van Camilla Dreef en Marco Kraal die een aantal kenmerkende vogels en -vissen uitlichten. En er is er is een leuke kennisquiz. Benieuwd naar hoe we samen het Blauwe Hart van Nederland de aandacht willen geven die het verdient? Meld u dan hier aan voor een van de webinars! Webinar 1: Maandag 15 februari van 19.30-20.45 uur  Wat is er aan de hand met het IJsselmeergebied? Harm van der Geest, ecoloog aan de Universiteit van Amsterdam geeft uitleg over het ecosysteem. Wat is er aan de hand met het nog relatief jonge zoetwatermeer ecosysteem en hoe waardevol is het gebied: wat gaat goed, wat kan beter? Chris Bakker, adjunct-directeur bij It Fryske Gea, gaat meer praktisch in op wat er nodig is voor de natuur. Hoe kunnen we met voor- en achteroevers binnen de randvoorwaarden van waterveiligheid en zoetwatervoorziening toch aan het nodige natuurherstel werken? Webinar 2: Donderdag 4 maart van 19.30-20.45 uur  Wat is er nodig om het IJsselmeergebied tot volle wasdom te brengen? Rosalie Heins, adviseur ecologie bij Rijkswaterstaat, geeft een toelichting over wat er gebeurt aan ecologisch herstel in het IJsselmeergebied vanuit de Programmatische Aanpak Grotere Wateren. Welke kansen ziet zij en hoe verzilveren we die? Piet Verdonschot, onderzoeker aquatische ecologie aan de universiteiten Wageningen en Amsterdam, reflecteert: Wat is er nodig om de potentie van het IJsselmeergebied tot volle ontwikkeling te brengen? Webinar 3: Woensdag 17 maart van 19.30-20.45 uur Hoe kunnen we natuurherstel en andere opgaven met elkaar combineren? Leo Bruinzeel, ecoloog bij Vogelbescherming Nederland, deelt welke kansen hij ziet om de natuuropgaven te vervlechten met andere maatschappelijke opgaven. Wat is het wenkend perspectief? Laat u verrassen en inspireren aan de hand van een aantal spraakmakende pitches! Doe mee Benieuwd naar hoe we samen het  Blauwe Hart van Nederland de aandacht willen geven die het verdient? Meld u dan snel aan voor één of meerdere webinars vanuit Studio Meer IJsselmeer. Deelname is gratis, maar aanmelden is nodig om de link naar de uitzendingen te ontvangen. Aanmelden kan via de aanmeldknop of door een e-mail te sturen aan studiomeerijsselmeer@gmail.com. De livesessies starten om 19.30 uur en duren tot ongeveer 20.45 uur. Geef in uw aanmelding aan welke sessie(s) u wilt volgen.           *Studio Meer IJsselmeer is een initiatief van Vogelbescherming Nederland en wordt mede mogelijk gemaakt door de Coalitie Blauwe Hart Natuurlijk. In de Coalitie bundelen It Fryske Gea, PWN Waterleidingbedrijf Noord-Holland, Het Flevo Landschap, Landschap Noord-Holland, Staatsbosbeheer, Natuurmonumenten, Sportvisserij Nederland en Vogelbescherming Nederland de krachten voor een gezond en vitaal IJsselmeergebied. Studio Meer IJsselmeer komt tot stand dankzij een financiële bijdrage van de Nationale Postcode Loterij.  
 
 

De Handreiking Omgevingskwaliteit is gereed!

Na de vaststelling van de Agenda IJsselmeergebied 2050 bleek er behoefte te bestaan aan een toolbox met instrumenten om breed gedragen principes van omgevingskwaliteit in de praktijk te laten doorwerken. Het Bestuurlijk Platform IJsselmeergebied (BPIJ) gaf daarom opdracht tot het ontwikkelen van een Handreiking Omgevingskwaliteit. Een omgevingsteam, waarin rijk, provincies en maatschappelijke organisaties zijn vertegenwoordigd, toog aan het werk. Het bleek lastiger dan verwacht, maar nu is de handreiking gereed. Download de brochure Handreiking Omgevingskwaliteit hier. Ronde door het gebied Nu de Handreiking gereed is, gaan we in het nieuwe jaar starten met een ronde door het gebied om initiatiefnemers, projectleiders en overheidsmedewerkers in het IJsselmeergebied te informeren over de Handreiking omgevingskwaliteit, om te vertellen hoe deze ‘werkt’ en de werkwijze vanuit de praktijk eventueel aan te scherpen. En natuurlijk om de werkmethode te promoten!
 
 

Natuurbescherming is een kwestie van ethisch handelen

Graag delen we met u een interessant artikel, een filosofische verhandeling over natuurbescherming met als titel: Natuurbescherming is een kwestie van ethisch handelen Hierin wordt o.a. gesteld dat er meer aandacht zou moeten zijn voor de relationele waarde van de natuur, dat wil zeggen de zingeving die mensen in natuur ervaren en de verbondenheid die ze voelen. Juist in deze tijd lijkt dit ons een mooie wens voor iedereen in 2021! DOOR WILLY VAN STRIEN Bron: Bionieuws, maart 2020 Nederlandse milieufilosofen scharen zich achter natuurbeschermers in hun streven naar het behoud van soorten en ecosystemen: natuurbescherming is een kwestie van ethisch handelen. Hun argumenten daarachter verschillen. Is het logisch om boeren strenge stikstofmaatregelen op te leggen ten behoeve van gevoelige plant- en diersoorten in natuurgebieden? Hebben natuurorganisaties een punt als ze naar de rechter stappen omdat voor de Formule 1 in Zandvoort leefgebied van padden en zandhagedissen  wordt  vernield? Dat zulke vragen gesteld worden laat zien dat bescherming van soorten niet voor iedereen vanzelfsprekend is. De natuur- bescherming zit al gauw in het defensief. En dat terwijl de droge natuur in Nederland er slecht voor staat, zoals het vorige maand verschenen Living Planet Report van het Wereld Natuur Fonds aangeeft (zie: ‘Stikstofdeken verstikt vooral natuur in open gebieden’, Bionieuws, 15 februari). ‘Omdat bescherming van de natuur om de natuur zelf tot op heden weinig zoden aan de dijk heeft gezet, zijn natuurbeschermers de nadruk gaan leggen op diensten die de natuur levert voor menselijke welvaart en welzijn, zoals voedsel, grondstoffen, schoon water, schone lucht, kustverdediging, bestuiving, plaagbestrijding’, zegt Marc Davidson, hoogleraar milieufilosofie aan de Universiteit van Maastricht en verbonden aan de Universiteit van Amsterdam. ‘Via deze zogenoemde ecosysteemdiensten, zo is het argument, is natuur belangrijk voor ons welzijn. Maar daarin is men doorgeslagen.’ Het gevaar daarvan is, dat men soorten en ecosystemen alleen bescherming gunt voor zover ze nuttig zijn. Dat maakt het voor natuurbeschermers verleidelijk om de betekenis van soorten voor ons welzijn te benadrukken en soms te overdrijven. Dan staan er mensen op die dat aanvechten en de vraag stellen of we alle soorten moeten willen behouden; misschien volstaat de helft ook (zie: interviews met filosoof Bas Haring: ‘De natuur kan best wat soorten missen’, de Volkskrant, 2 augustus 2019 en ‘Een soort heeft op zichzelf geen waarde, punt’, Bionieuws, 26 mei 2012). Maar wat milieufilosofen betreft is die vraag niet relevant: natuurbescherming is een kwestie van ethisch, oftewel deugdzaam, handelen. De nadruk die nu op economisch belang ligt, is te sterk. ‘Mensen hechten juist aan niet-nuttige aspecten: ze vinden natuur mooi en indrukwekkend’, zegt milieufilosoof Martin Drenthen, verbonden aan de Radboud Universiteit in Nijmegen. ‘Maar door de nadruk op ecosysteem- diensten worden die waarden vergeten.’ Natuur heeft het recht om er te zijn, onafhankelijk van nut en waardering, stelt Riyan van den Born, als sociaal-milieukundige werkzaam aan de Radboud Universiteit: ‘Zo denkt rond de 80 of zelfs 90 procent van de mensen in verschillende landen erover, blijkt uit een enquête die wij hielden.’ ‘De aarde is niet van ons alleen’, vindt Hub Zwart, milieu- filosoof en decaan aan de Erasmus School of Philosophy in Rotterdam. Jozef Keulartz, oud-hoogleraar milieufilosofie aan de Radboud Universiteit en verbonden aan Wageningen University & Research, zegt: ‘Het is een schande dat er in Nederland nog slechts 15 procent van de oorspronkelijke biodiversiteit is.’ En antropoloog Helen Kopnina, onderzoeker en docent duurzaam ondernemen aan de Haagse Hogeschool, stelt dat we de biodiversiteits- crisis alleen kunnen oplossen als we het bestaansrecht van de natuur om zichzelf erkennen. Tot zover zijn zij het met elkaar eens. INTRINSIEK De waarde die natuur om zichzelf heeft staat bekend als intrinsieke waarde; de betekenis die natuur voor mensen heeft, inclusief esthetische en emotionele betekenis, is de instrumentele waarde. De Wet natuurbescherming beoogt aan beide waarden recht te doen. Maar wat is intrinsieke waarde precies? Waar kennen we het aan toe? En hoe kan het de natuurbescherming ondersteunen? Daarover lopen de meningen onder milieufilosofen uiteen. Volgens de meest gangbare opvatting kunnen we eenheden (organismen, soorten en ecosystemen) op grond van bepaalde eigenschappen intrinsieke waarde toekennen. En dat maakt die eenheden moreel relevant, dat wil zeggen dat we de verplichting hebben om hun floreren te bevorderen. ‘Dat wil niet zeggen dat de progressie van de mensheid zich niet zou mogen voortzetten’, zegt Davids- on. ‘Het betekent wel dat we elk gebruik van natuur met goede argumenten moeten kunnen verdedigen.’ Hij benadrukt dat intrinsieke waarde iets fundamenteel anders is dan instrumentele waarde. ‘Sommige mensen proberen het daarin te fietsen, maar dat zou de betekenis van instrumentele waarde te ver oprekken. De natuur zou ons van dienst zijn door morele beperkingen op te leggen. Dat is onzinnig.’ Voor hem hebben levende organismen, dus individuen, intrinsieke waarde omdat ze autonoom zijn en een doel in zichzelf: ze bestaan niet om iets anders te dienen. Maar aan soorten en ecosystemen kent hij geen intrinsieke waarde toe. ‘Dat is een gevaarlijk pad, omdat het welzijn van individuen dan ondergeschikt kan worden gemaakt aan het behoud van soorten of ecosystemen. En voor natuurbescherming is het in de praktijk ook niet nodig. Een soort bestaat uit individuen, en als een soort of ecosysteem in het nauw zit, bijvoorbeeld door vervuiling of versnippering van leefgebieden, kunnen de individuen zich niet ontplooien en is er dus reden om in te grijpen omwille van hun welzijn. En een ecosysteem als een primair tropisch regenwoud heeft zoveel waarden, inclusief de intrinsieke waarde van de individuele organismen die er leven, dat je het woud als geheel geen intrinsieke waarde hoeft toe te kennen om bescherming te rechtvaardigen.’ ‘Natuurlijk hebben ook soorten intrinsieke waarde, en hun instrumentele waarde is daaraan ondergeschikt’, stelt Keulartz daar tegenover. ‘Elke soort is immers uniek en heeft zijn eigen plek op aarde verworven in een langdurig evolutionair proces. Soorten behoren tot ons biologisch erfgoed.’ Hij pleit voor een benadering waarin het behoud van soorten een zelfstandig doel is, naast het welzijn van individuele dieren. ‘Die twee benaderingen hoeven elkaar niet uit te sluiten.’ En ecosystemen? ‘Ik neig ertoe om ook die intrinsieke waarde toe te kennen. Als geheel van soorten die via allerlei relaties met elkaar verbonden zijn vind ik ook eco- systemen beschermwaardig.’ En dat geldt wat hem betreft niet alleen voor ongerepte leefgemeenschappen zoals primair tropisch regenwoud, maar ook voor historische, door de mens geschapen ecosystemen, zoals heide. ‘En er ontstaan nu door menselijk ingrijpen nieuwe ecosystemen waarin nieuwe relaties van de grond komen. Ook die moeten we een kans geven zich te ontwikkelen.’ ‘We kunnen ook soorten intrinsieke waarde geven’, beaamt antropoloog Kopnina. ‘Doen we dat niet, dan zijn alleen aaibare en nuttige soorten beschermd, en dat is een willekeurige set. De vele creepy and crawly-soor- ten laag in de voedselketen, zoals wormen en insecten, zijn belangrijk voor het functioneren van ecosystemen. Zij vallen dan buiten de boot.’ Op grond waarvan kent zij soorten een intrinsieke waarde toe? ‘Vooral omdat mensen het niet oké vinden dat door onze activiteiten soorten versneld uitsterven. Uit intrinsieke waarde volgt morele verplichting, maar omgekeerd geldt ook dat we ten opzichte van soorten een morele verplichting voelen, dus dat we kennelijk vinden dat soorten intrinsieke waarde hebben.’ Ook ecosystemen hebben voor haar intrinsieke waarde, evenals de biosfeer als geheel. Maar dat onderscheid in intrinsieke en instrumentele waarde van de natuur is kunstmatig en in de praktijk helpt het gepraat erover de natuurbescherming weinig verder, stelt Zwart: ‘Het toekennen van instrumentele waarden rechtvaardigt dat we ons gedragen alsof de aarde alleen van ons is, en daarmee veroorzaken we een biodiversiteitscrisis. Het toekennen van intrinsieke waarden blijkt onvoldoende om dat te verhinderen.’ Hij heeft weerzin tegen het gebruik van deze termen. ‘We zetten onszelf op een centrale positie van waaruit we bedenken en beslissen wat waarde heeft. In plaats van die afstandelijke houding in te nemen kunnen we beter onze relatie met de natuur verbeteren. In die relatie ontstaan waardering en respect voor de natuur en is bescherming vanzelfsprekend.’ VALS Drenthen is ook niet gelukkig met de termen: ‘Intrinsieke waarde is een lastig begrip. Ook intrinsieke waarde is iets wat wij belangrijk vinden, de tegenstelling met instrumentele waarde is in die zin vals. Er zou meer aandacht moeten zijn voor de relationele waarde van de natuur, dat wil zeggen de zingeving die mensen in natuur ervaren en de verbondenheid die ze voelen. Mensen die bijzondere natuur, zoals een blauwgrasland met bijzondere zeggensoorten, op waarde weten te schatten, moeten hun fascinatie met anderen delen. Zo maken ze duidelijk waarom zorg voor de natuur ertoe doet.’ Die relationele of ‘eudemonische’ waarde is wat men- sen die zich voor de natuur inzetten drijft, concludeert Van den Born uit onderzoek; instrumentele waarde en intrinsieke waarde spreken de actievelingen minder aan. ‘Relationele waarde verschilt van instrumentele waarde, omdat mensen die zich met natuur verbonden voelen iets terug willen doen voor de natuur. Het huidige natuurbeleid, dat zich vooral richt op instrumentele waarde, mis- kent die wederkerige relatie en ondergraaft de motivatie van natuurbeschermers. Naast intrinsieke en instrumentele waarde van natuur is relationele waarde dan ook als derde pijler van belang.’ Maar niet iedereen voelt ervoor om relationele waarde die aparte plek te geven. Davidson: ‘Het is een van de nieuwe termen die geïntroduceerd zijn omdat dertig jaar natuur- beleid de mensen nog niet in beweging heeft gekregen. Ik vind zo’n wildgroei aan termen verwarrend en onnodig.’ Praktijkvoorbeeld damherten In de Amsterdamse Waterleidingduinen (AWD) leven damherten, die van nature niet in Nederland voorkomen. Sinds 2005 is hun aantal explosief gestegen. Veel bezoekers vinden zoveel herten prachtig. De keerzijde is echter dat, vrijwel zeker als gevolg van de toegenomen damhertpopulatie, reeën sterk achteruitgingen en bloemplanten vrijwel zijn verdwenen, met uitzondering van het giftige duinkruiskruid. In hun kielzog verdwenen ook dagvlinders die hun waard- planten en nectarplanten verloren, zo laat De Vlinderstichting zien. Het oranjetipje deed het zeer slecht: de populatiegrootte in 2016 was slechts 1 procent van die in 2005. Ook andere insecten en insectenetende vo- gels zullen achteruitgaan. Hoe is dit ethisch verantwoord op te lossen? Het is kiezen tussen verschillende kwaden. Keulartz: ‘Er worden enorme aantallen ge- zonde dieren afgeschoten; in 2017 bijvoorbeeld 1.440 van de 3.253 damherten in de AWD. Het welzijn van de overgebleven die- ren is allerbelabberdst. Grootschalige bejaging leidt bovendien tot een hoge reproductiesnelheid van de dieren.’ Drenthen: ‘Maar het lijkt me niet wenselijk de achteruitgang van biodiversiteit als gevolg van overbegrazing te accepteren. Het gebied is te klein om roofdieren te introduceren. Dan blijft het weghalen van de gehele populatie damherten eigenlijk als enige optie over.’ Wet natuurbescherming (in werking getreden op 1 januari 2017, gaat in 2021 op in Omgevingswet) Artikel 1.10 1 Deze wet is gericht op: a.           het beschermen en ontwikkelen van de natuur, mede vanwege de intrinsieke waarde, en het behouden en herstellen van de biologische diversiteit; b.           het doelmatig beheren, gebruiken en ontwikkelen van de natuur ter vervulling van maatschappelijke functies, en c.            het verzekeren van een samenhangend beleid gericht op het behoud en beheer van waardevolle landschappen, vanwege hun bijdrage aan de biologische diversiteit en hun cultuurhistorische betekenis, mede ter vervulling van maatschappelijke functies.