Het Blauwe Hart


IJsselmeergebied: Het Blauwe Hart van Nederland

 

Het Blauwe Hart van Nederland is het grootste zoetwatergebied van Europa en wordt gewaardeerd om haar bijzondere natuurwaarde en als prachtig cultureel erfgoed met haar weidse landschap. Samenwerkende partners in Coalitie Blauwe Hart Natuurlijk zetten zich samen in voor een vitaal en gezond IJsselmeergebied voor nu en later.

Het laatste nieuws uit het Blauwe Hart

 

De Handreiking Omgevingskwaliteit is gereed!

Na de vaststelling van de Agenda IJsselmeergebied 2050 bleek er behoefte te bestaan aan een toolbox met instrumenten om breed gedragen principes van omgevingskwaliteit in de praktijk te laten doorwerken. Het Bestuurlijk Platform IJsselmeergebied (BPIJ) gaf daarom opdracht tot het ontwikkelen van een Handreiking Omgevingskwaliteit. Een omgevingsteam, waarin rijk, provincies en maatschappelijke organisaties zijn vertegenwoordigd, toog aan het werk. Het bleek lastiger dan verwacht, maar nu is de handreiking gereed. Download de brochure Handreiking Omgevingskwaliteit hier. Ronde door het gebied Nu de Handreiking gereed is, gaan we in het nieuwe jaar starten met een ronde door het gebied om initiatiefnemers, projectleiders en overheidsmedewerkers in het IJsselmeergebied te informeren over de Handreiking omgevingskwaliteit, om te vertellen hoe deze ‘werkt’ en de werkwijze vanuit de praktijk eventueel aan te scherpen. En natuurlijk om de werkmethode te promoten!
 
 

Natuurbescherming is een kwestie van ethisch handelen

Graag delen we met u een interessant artikel, een filosofische verhandeling over natuurbescherming met als titel: Natuurbescherming is een kwestie van ethisch handelen Hierin wordt o.a. gesteld dat er meer aandacht zou moeten zijn voor de relationele waarde van de natuur, dat wil zeggen de zingeving die mensen in natuur ervaren en de verbondenheid die ze voelen. Juist in deze tijd lijkt dit ons een mooie wens voor iedereen in 2021! DOOR WILLY VAN STRIEN Bron: Bionieuws, maart 2020 Nederlandse milieufilosofen scharen zich achter natuurbeschermers in hun streven naar het behoud van soorten en ecosystemen: natuurbescherming is een kwestie van ethisch handelen. Hun argumenten daarachter verschillen. Is het logisch om boeren strenge stikstofmaatregelen op te leggen ten behoeve van gevoelige plant- en diersoorten in natuurgebieden? Hebben natuurorganisaties een punt als ze naar de rechter stappen omdat voor de Formule 1 in Zandvoort leefgebied van padden en zandhagedissen  wordt  vernield? Dat zulke vragen gesteld worden laat zien dat bescherming van soorten niet voor iedereen vanzelfsprekend is. De natuur- bescherming zit al gauw in het defensief. En dat terwijl de droge natuur in Nederland er slecht voor staat, zoals het vorige maand verschenen Living Planet Report van het Wereld Natuur Fonds aangeeft (zie: ‘Stikstofdeken verstikt vooral natuur in open gebieden’, Bionieuws, 15 februari). ‘Omdat bescherming van de natuur om de natuur zelf tot op heden weinig zoden aan de dijk heeft gezet, zijn natuurbeschermers de nadruk gaan leggen op diensten die de natuur levert voor menselijke welvaart en welzijn, zoals voedsel, grondstoffen, schoon water, schone lucht, kustverdediging, bestuiving, plaagbestrijding’, zegt Marc Davidson, hoogleraar milieufilosofie aan de Universiteit van Maastricht en verbonden aan de Universiteit van Amsterdam. ‘Via deze zogenoemde ecosysteemdiensten, zo is het argument, is natuur belangrijk voor ons welzijn. Maar daarin is men doorgeslagen.’ Het gevaar daarvan is, dat men soorten en ecosystemen alleen bescherming gunt voor zover ze nuttig zijn. Dat maakt het voor natuurbeschermers verleidelijk om de betekenis van soorten voor ons welzijn te benadrukken en soms te overdrijven. Dan staan er mensen op die dat aanvechten en de vraag stellen of we alle soorten moeten willen behouden; misschien volstaat de helft ook (zie: interviews met filosoof Bas Haring: ‘De natuur kan best wat soorten missen’, de Volkskrant, 2 augustus 2019 en ‘Een soort heeft op zichzelf geen waarde, punt’, Bionieuws, 26 mei 2012). Maar wat milieufilosofen betreft is die vraag niet relevant: natuurbescherming is een kwestie van ethisch, oftewel deugdzaam, handelen. De nadruk die nu op economisch belang ligt, is te sterk. ‘Mensen hechten juist aan niet-nuttige aspecten: ze vinden natuur mooi en indrukwekkend’, zegt milieufilosoof Martin Drenthen, verbonden aan de Radboud Universiteit in Nijmegen. ‘Maar door de nadruk op ecosysteem- diensten worden die waarden vergeten.’ Natuur heeft het recht om er te zijn, onafhankelijk van nut en waardering, stelt Riyan van den Born, als sociaal-milieukundige werkzaam aan de Radboud Universiteit: ‘Zo denkt rond de 80 of zelfs 90 procent van de mensen in verschillende landen erover, blijkt uit een enquête die wij hielden.’ ‘De aarde is niet van ons alleen’, vindt Hub Zwart, milieu- filosoof en decaan aan de Erasmus School of Philosophy in Rotterdam. Jozef Keulartz, oud-hoogleraar milieufilosofie aan de Radboud Universiteit en verbonden aan Wageningen University & Research, zegt: ‘Het is een schande dat er in Nederland nog slechts 15 procent van de oorspronkelijke biodiversiteit is.’ En antropoloog Helen Kopnina, onderzoeker en docent duurzaam ondernemen aan de Haagse Hogeschool, stelt dat we de biodiversiteits- crisis alleen kunnen oplossen als we het bestaansrecht van de natuur om zichzelf erkennen. Tot zover zijn zij het met elkaar eens. INTRINSIEK De waarde die natuur om zichzelf heeft staat bekend als intrinsieke waarde; de betekenis die natuur voor mensen heeft, inclusief esthetische en emotionele betekenis, is de instrumentele waarde. De Wet natuurbescherming beoogt aan beide waarden recht te doen. Maar wat is intrinsieke waarde precies? Waar kennen we het aan toe? En hoe kan het de natuurbescherming ondersteunen? Daarover lopen de meningen onder milieufilosofen uiteen. Volgens de meest gangbare opvatting kunnen we eenheden (organismen, soorten en ecosystemen) op grond van bepaalde eigenschappen intrinsieke waarde toekennen. En dat maakt die eenheden moreel relevant, dat wil zeggen dat we de verplichting hebben om hun floreren te bevorderen. ‘Dat wil niet zeggen dat de progressie van de mensheid zich niet zou mogen voortzetten’, zegt Davids- on. ‘Het betekent wel dat we elk gebruik van natuur met goede argumenten moeten kunnen verdedigen.’ Hij benadrukt dat intrinsieke waarde iets fundamenteel anders is dan instrumentele waarde. ‘Sommige mensen proberen het daarin te fietsen, maar dat zou de betekenis van instrumentele waarde te ver oprekken. De natuur zou ons van dienst zijn door morele beperkingen op te leggen. Dat is onzinnig.’ Voor hem hebben levende organismen, dus individuen, intrinsieke waarde omdat ze autonoom zijn en een doel in zichzelf: ze bestaan niet om iets anders te dienen. Maar aan soorten en ecosystemen kent hij geen intrinsieke waarde toe. ‘Dat is een gevaarlijk pad, omdat het welzijn van individuen dan ondergeschikt kan worden gemaakt aan het behoud van soorten of ecosystemen. En voor natuurbescherming is het in de praktijk ook niet nodig. Een soort bestaat uit individuen, en als een soort of ecosysteem in het nauw zit, bijvoorbeeld door vervuiling of versnippering van leefgebieden, kunnen de individuen zich niet ontplooien en is er dus reden om in te grijpen omwille van hun welzijn. En een ecosysteem als een primair tropisch regenwoud heeft zoveel waarden, inclusief de intrinsieke waarde van de individuele organismen die er leven, dat je het woud als geheel geen intrinsieke waarde hoeft toe te kennen om bescherming te rechtvaardigen.’ ‘Natuurlijk hebben ook soorten intrinsieke waarde, en hun instrumentele waarde is daaraan ondergeschikt’, stelt Keulartz daar tegenover. ‘Elke soort is immers uniek en heeft zijn eigen plek op aarde verworven in een langdurig evolutionair proces. Soorten behoren tot ons biologisch erfgoed.’ Hij pleit voor een benadering waarin het behoud van soorten een zelfstandig doel is, naast het welzijn van individuele dieren. ‘Die twee benaderingen hoeven elkaar niet uit te sluiten.’ En ecosystemen? ‘Ik neig ertoe om ook die intrinsieke waarde toe te kennen. Als geheel van soorten die via allerlei relaties met elkaar verbonden zijn vind ik ook eco- systemen beschermwaardig.’ En dat geldt wat hem betreft niet alleen voor ongerepte leefgemeenschappen zoals primair tropisch regenwoud, maar ook voor historische, door de mens geschapen ecosystemen, zoals heide. ‘En er ontstaan nu door menselijk ingrijpen nieuwe ecosystemen waarin nieuwe relaties van de grond komen. Ook die moeten we een kans geven zich te ontwikkelen.’ ‘We kunnen ook soorten intrinsieke waarde geven’, beaamt antropoloog Kopnina. ‘Doen we dat niet, dan zijn alleen aaibare en nuttige soorten beschermd, en dat is een willekeurige set. De vele creepy and crawly-soor- ten laag in de voedselketen, zoals wormen en insecten, zijn belangrijk voor het functioneren van ecosystemen. Zij vallen dan buiten de boot.’ Op grond waarvan kent zij soorten een intrinsieke waarde toe? ‘Vooral omdat mensen het niet oké vinden dat door onze activiteiten soorten versneld uitsterven. Uit intrinsieke waarde volgt morele verplichting, maar omgekeerd geldt ook dat we ten opzichte van soorten een morele verplichting voelen, dus dat we kennelijk vinden dat soorten intrinsieke waarde hebben.’ Ook ecosystemen hebben voor haar intrinsieke waarde, evenals de biosfeer als geheel. Maar dat onderscheid in intrinsieke en instrumentele waarde van de natuur is kunstmatig en in de praktijk helpt het gepraat erover de natuurbescherming weinig verder, stelt Zwart: ‘Het toekennen van instrumentele waarden rechtvaardigt dat we ons gedragen alsof de aarde alleen van ons is, en daarmee veroorzaken we een biodiversiteitscrisis. Het toekennen van intrinsieke waarden blijkt onvoldoende om dat te verhinderen.’ Hij heeft weerzin tegen het gebruik van deze termen. ‘We zetten onszelf op een centrale positie van waaruit we bedenken en beslissen wat waarde heeft. In plaats van die afstandelijke houding in te nemen kunnen we beter onze relatie met de natuur verbeteren. In die relatie ontstaan waardering en respect voor de natuur en is bescherming vanzelfsprekend.’ VALS Drenthen is ook niet gelukkig met de termen: ‘Intrinsieke waarde is een lastig begrip. Ook intrinsieke waarde is iets wat wij belangrijk vinden, de tegenstelling met instrumentele waarde is in die zin vals. Er zou meer aandacht moeten zijn voor de relationele waarde van de natuur, dat wil zeggen de zingeving die mensen in natuur ervaren en de verbondenheid die ze voelen. Mensen die bijzondere natuur, zoals een blauwgrasland met bijzondere zeggensoorten, op waarde weten te schatten, moeten hun fascinatie met anderen delen. Zo maken ze duidelijk waarom zorg voor de natuur ertoe doet.’ Die relationele of ‘eudemonische’ waarde is wat men- sen die zich voor de natuur inzetten drijft, concludeert Van den Born uit onderzoek; instrumentele waarde en intrinsieke waarde spreken de actievelingen minder aan. ‘Relationele waarde verschilt van instrumentele waarde, omdat mensen die zich met natuur verbonden voelen iets terug willen doen voor de natuur. Het huidige natuurbeleid, dat zich vooral richt op instrumentele waarde, mis- kent die wederkerige relatie en ondergraaft de motivatie van natuurbeschermers. Naast intrinsieke en instrumentele waarde van natuur is relationele waarde dan ook als derde pijler van belang.’ Maar niet iedereen voelt ervoor om relationele waarde die aparte plek te geven. Davidson: ‘Het is een van de nieuwe termen die geïntroduceerd zijn omdat dertig jaar natuur- beleid de mensen nog niet in beweging heeft gekregen. Ik vind zo’n wildgroei aan termen verwarrend en onnodig.’ Praktijkvoorbeeld damherten In de Amsterdamse Waterleidingduinen (AWD) leven damherten, die van nature niet in Nederland voorkomen. Sinds 2005 is hun aantal explosief gestegen. Veel bezoekers vinden zoveel herten prachtig. De keerzijde is echter dat, vrijwel zeker als gevolg van de toegenomen damhertpopulatie, reeën sterk achteruitgingen en bloemplanten vrijwel zijn verdwenen, met uitzondering van het giftige duinkruiskruid. In hun kielzog verdwenen ook dagvlinders die hun waard- planten en nectarplanten verloren, zo laat De Vlinderstichting zien. Het oranjetipje deed het zeer slecht: de populatiegrootte in 2016 was slechts 1 procent van die in 2005. Ook andere insecten en insectenetende vo- gels zullen achteruitgaan. Hoe is dit ethisch verantwoord op te lossen? Het is kiezen tussen verschillende kwaden. Keulartz: ‘Er worden enorme aantallen ge- zonde dieren afgeschoten; in 2017 bijvoorbeeld 1.440 van de 3.253 damherten in de AWD. Het welzijn van de overgebleven die- ren is allerbelabberdst. Grootschalige bejaging leidt bovendien tot een hoge reproductiesnelheid van de dieren.’ Drenthen: ‘Maar het lijkt me niet wenselijk de achteruitgang van biodiversiteit als gevolg van overbegrazing te accepteren. Het gebied is te klein om roofdieren te introduceren. Dan blijft het weghalen van de gehele populatie damherten eigenlijk als enige optie over.’ Wet natuurbescherming (in werking getreden op 1 januari 2017, gaat in 2021 op in Omgevingswet) Artikel 1.10 1 Deze wet is gericht op: a.           het beschermen en ontwikkelen van de natuur, mede vanwege de intrinsieke waarde, en het behouden en herstellen van de biologische diversiteit; b.           het doelmatig beheren, gebruiken en ontwikkelen van de natuur ter vervulling van maatschappelijke functies, en c.            het verzekeren van een samenhangend beleid gericht op het behoud en beheer van waardevolle landschappen, vanwege hun bijdrage aan de biologische diversiteit en hun cultuurhistorische betekenis, mede ter vervulling van maatschappelijke functies.    
 
 

Wij wensen iedereen hele fijne kerstdagen en een gezond, en gelukkig nieuwjaar

Ook in 2021 zet de Coalitie Blauwe Hart Natuurlijk zich in om de omgevingskwaliteiten en natuurwaarden van het IJsselmeergebied als Blauwe Hart van Nederland te verbeteren. Dit grote zoetwatermeer heeft een onmisbare functie in het internationale netwerk voor vogels, vissen en biodiversiteit. De Coalitie vindt het belangrijk dat alle plannen in het gebied integraal worden bezien en afgewogen. Dat geldt zeker in 2021 voor alle RESsen (5 stuks) die gedeeltelijk over het IJsselmeergebied zijn verdeeld. Wij vinden overigens dat duurzame energie niet primair thuis hoort in dit natuurgebied en denken mee over alternatieven. De Coalitie blijft zich inzetten voor de verbetering van de onderwaterwereld en de biodiversiteit en werkt aan de bekendheid van dit unieke gebied! Ook in 2021 blijft ons motto: Samen voor een vitaal en gezond IJsselmeergebied voor nu en later!
 
 

Het IJsselmeer wordt niet langer meer vergeten

Foto: Simon Bleeker Artikel:Jan-Peter Soenveld Bron: Het Friesche Dagblad     Een ongekende zilvervloot vaart de komende jaren naar de IJsselmeerkust. Er liggen miljoenen klaar voor de natuur, recreatie en economie in het gebied. Kunnen die belangen hand in hand gaan, of ligt industrialisatie van het gebied op de loer?Als gedeputeerde Sander de Rouwe (Fryslân) over de Afsluitdijk rijdt, valt hem het contrast op tussen het IJsselmeer en de Waddenzee. Twee wateren, slechts gescheiden door een dam van een paar meter breed. ,,Dan zie ik aan mijn rechterkant het beroemdste water van Nederland. Met allerlei fondsen en tientallen organisaties die zich ermee bemoeien. En tien meter verderop aan de andere kant ligt het meest vergeten gebied van Nederland. Dat is stilaan uitgestorven, qua natuur en visstand, maar ook alles daaromheen. Het is mijn ambitie om die schrijnende situatie aan te pakken.” De Rouwe staat daarin niet alleen. Na decennia teloorgang en negeren zijn sinds een paar jaar alle ogen op het IJsselmeer gericht, om verschillende redenen. Sommigen zien vooral de natuur, en anderen een uniek gebied voor sport. Voor sommigen is het onze belangrijkste bron van zoet water, terwijl anderen het meer als een bron van inkomsten zien. Maar ongeacht vanuit welk oogpunt gekeken wordt: een ieder zal zien dat er flink wat gebeurt, en dat er veel geld vrijkomt. Onder hen is Frans de Nooij, bestuurslid van de IJsselmeervereniging, de club van kritische liefhebbers van het gebied. Hij bespeurt een positieve kentering als het gaat om het IJsselmeer. ,,Op dit moment is het belangrijkste dat, nadat het tientallen jaren almaar slechter gaat met de vogel- en visstand, er toch plannen gemaakt worden om die structureel te verbeteren.” Hij refereert daarbij aan de 110 miljoen euro die de komende jaren in biodiversiteit in het IJsselmeer wordt geïnvesteerd. Daarvan gaat acht miljoen euro naar Fryslân. ,,Dit is een substantiële bijdrage voor de robuustheid van de biodiversiteit. Bij een eerder project, de Markerwadden, moesten we het nog hebben van private partijen als Natuurmonumenten en de Postcodeloterij. Het rijk was terughoudend. Dat is aan het veranderen.” De precieze plannen voor de kust zijn nog niet bekend. Het doel wel. ,,Er moeten oeverszones komen die voor vissen interessant zijn. Een jonge vis moet zijn eten op een halve meter afstand vinden. Daar wordt aan gewerkt door de oeverzones te minder diep te maken. Dan komt er hopelijk ook voldoende voedsel voor de vogels.” En de 110 miljoen euro is niet het enige geldpotje. Sinds 2018 is het waterpeil van het IJsselmeer flexibeler. Om de gevolgen daarvan te ondervangen investeert het rijk twaalf miljoen euro in meerdere Friese projecten, en de regio doet daar vijf miljoen euro bij. Er is verder zeven miljoen euro voor het baggeren van de toegang van jachthavens, twaalf miljoen voor de vaargeul Amsterdam-Lemmer, en zes miljoen euro voor de uitbreiding van het aantal ligplaatsen tussen Amsterdam en Lemmer. Om vissers uit te kopen ligt 9,2 miljoen klaar, en vergeet de honderden miljoenen niet die in de Afsluitdijk worden geïnvesteerd. En dan is een belangrijke geldbron nog niet genoemd: de 89 windmolens van Windpark Fryslân, die momenteel in aanbouw zijn "1." . Niet alleen komt er een omgevingsfonds van jaarlijks zeven ton, maar de provincie Fryslân is aandeelhouder in het park. De opbrengst gaat deels naar de IJsselmeerregio. ,,In totaal gaat het dan om vijftig miljoen euro in twintig jaar”, vertelt gedeputeerde De Rouwe. ,,Dat is serieus geld, bedoeld voor de brede welvaart van het gebied. En waarschijnlijk wordt dat bedrag via cofinanciering nog hoger, 100 miljoen of 150 miljoen.” Kom met ideeën! Vanaf volgend jaar kunnen mensen plannen indienen voor de besteding van dit geld. Dat kan van alles zijn. Van een nieuw fietspad tot de verduurzaming van een dorpshuis. De Rouwe: ,,Daarom de oproep: kom met goede ideeën. Er is eerder te veel geld dan te weinig.” Voor De Nooij voelt dit geld als spiegeltjes en kraaltjes in ruil voor een uniek gebied. Zijn vereniging is mordicus tegen het park en verdere industrialisatie van het meer. Hij vreest dat overheden en bedrijven naar het meer kijken voor energieopwekking. ,,Energiebedrijven verdienen daar goud geld aan. Fryslân en Flevoland hebben gezegd dat ze geen nieuwe windmolens meer willen. Dat is mooi, al is het kwaad daar al geschied. Maar Noord-Holland heeft het IJsselmeer wel ontdekt als locatiegebied.”   De IJsselmeervereniging staat niet alleen in die vrees. Zo liet de Vogelbescherming recent weten te vrezen dat het IJsselmeer ‘van een natuurlijk topjuweel dreigt te verworden tot energieleverancier’. De windmolens leiden volgens de Vogelbescherming tot de dood van veel vogels. ‘Veel vogels vliegen ’s nachts. Ze zien de windmolens niet, vliegen ertegen-aan en worden – om het heel cru te zeggen – kapotgeslagen. Een gruwelijke dood.’ En met zonnepanelen op het water boet het meer in qua openheid, wat vogels afschrikt. De Nooij denkt zelf niet dat er meer windparken komen. ,,De provincies willen het niet, en het rijk heeft de blik op de Noordzee gericht.” Ook grootschalige drijvende zonneparken, waar bijvoorbeeld D66 recent nog voor pleitte, acht hij niet kansrijk. ,,Dat kan niet wegens de golfslag en de ijsgang. Dan gaat alles stuk. Geloof het of niet, maar ik heb vroeger nog geschaatst op het IJsselmeer. Dus het kan.” Zonne-atollen De Nooij kijkt vooral argwanend naar zonne-atollen: eilandjes met zonnepanelen erop, waar vooral in Noord-Holland naar gekeken wordt. Deze eilandjes zouden ook goed zijn voor vissen en vogels, omdat die ondiepe oevers krijgen. ,,Maar wij zien daar helemaal niets in. Het IJsselmeer krijgt daarmee een lelijk en industrieel uiterlijk. Laten we eerst al die datacentra volleggen met zonnepanelen, en dan verder kijken. Het IJsselmeer is geen dooie bak met water, waar een bedrijventerrein van gemaakt kan worden. Er moet wel aan de energietaakstelling voldaan worden, maar dat mag niet ten koste gaan van een van de belangrijkste natuurgebieden van Europa.” Niettemin lijkt het meer niet te ontsnappen aan energieprojecten. Sietske Poepjes, tevens inwoner van IJsselmeerdorp Makkum, heeft als gedeputeerde van Fryslân de energietransitie in haar portefeuille. Bij de huidige Regionale Energiestrategie (RES) van Fryslân wil de provincie naast Windpark Fryslân geen andere energieprojecten in het IJsselmeer. ,,Maar het is zaak om met z’n allen te kijken naar wat er bij RES 2.0 wel in het IJsselmeer zou kunnen.” Extra windmolens sluit ze daarbij uit, zonnepanelen niet. ,,De zonneparken op het water zitten nog in een testfase. Er is een proeflocatie aangewezen bij de Afsluitdijk, en dat is het enige concrete wat er nu is. En een paar dingen zijn nog wel precair. Want we hebben ook op binnenwateren gezien dat de panelen afdrijven als die niet goed vastzitten.” Het onderzoek naar zonne-eilanden volgt de provincie met belangstelling. ,,Maar daar kun je pas iets van zeggen als je de testresultaten kent, en je met je eigen inwoners erover hebt gesproken.” ,,En aquathermie is ook een mogelijkheid die je moet bekijken”, vult De Rouwe aan. ,,Je moet het meer beschermen, ook qua uitzichten. Nieuwe windparken aan de Friese kust zien wij niet zitten. Maar we willen ook niet nog meer gas uit Rusland en Groningen halen. Het IJsselmeer biedt ook kansen voor de toekomst.” ,,RES 1.0 komt in 2021, RES 2.0 verwachten we een paar jaar later , daar moeten we rekening mee houden”, aldus Poepjes. ,,Dan moet je van tevoren huiswerk hebben gedaan.” Flexibel waterpeil Het meer is bovendien onze belangrijkste bron voor zoet water. Het waterpeil is sinds 2018 flexibeler. De Rouwe: ,,En dat wordt alleen maar belangrijker door de klimaatverandering.” ,,In een droge zomer kan ik dat met eigen ogen zien in Makkum”, aldus Poepjes. ,,Je ziet de waterlijn naar achteren trekken. Het strand wordt dan veel groter.” ,,Maar het peilbesluit leidt ook tot schade”, vervolgt De Rouwe. ,,De 17 miljoen euro is voornamelijk bedoeld voor kustherstel. Wij hebben glooiende kusten, die steeds verder afgeknabbeld worden als gevolg van hoge waterstanden in combinatie met storm vanuit het (zuid)westen. Dat gaan we herstellen met dat geld. En die acht miljoen euro is voor natuurherstel, vooral in buitendijkse natuurgebieden.” Natuur, recreatie en economie hoeven volgens de gedeputeerden niet per se te botsen in het IJsselmeer. Maar dan is wel afstemming nodig, tussen alle partijen die een stukje van de taart willen. De Rouwe: ,,Voorheen was het meer een weeskindje. Dan bestaat er ook het gevaar dat iedereen langs elkaar heen werkt. Bij de herwaardering van het gebied moeten we ook met elkaar kijken wat we wel en niet willen. Het is geen niemandsland waar iedereen maar kan doen wat hij wil.” Hij vindt op dat punt een medestander in De Nooij van de IJsselmeervereniging. ,,Er gebeurt van alles in het gebied, en dat is goed. Maar nu moeten we voor het hele IJsselmeer eens een goed idee maken. Anders hebben we straks vijf projecten met hetzelfde doel. Er liggen zo veel plannen en er zijn zo veel bedragen, dat het lastig is om overzicht te krijgen. Wat nog ontbreekt is totaalvisie op het hele gebied.” Maar de stelling dat het IJsselmeer er de komende decennia op meerdere vlakken op vooruit gaat, durft De Nooij wel aan. ,,De biodiversiteit wordt stevig aangepakt. En dat is ook nodig, want van sommige vogels is nog maar 30 procent over van wat er een halve eeuw geleden was. Al die ambities vinden we geweldig.” En aan het einde van hetgesprek met De Nooij, komt er plotseling zelfs ook nog wat nuance over de windparken. ,,Ik was laatst bij de Noordoostpolder en dan zie je die enorme windmolens daar. Dat is wel indrukwekkend. Dus als ik puur voor mijzelf spreek, weet ik niet of het nou zo lelijk is op zo’n plek.”