Stroom die ten koste gaat van de natuur is wat ons betreft niet groen

Witte zeilbootjes slalommen op het IJsselmeer tussen witte reuzen van bijna 100 meter hoog. Vanaf de dijk bij Creil bekijken Vogelbescherming-medewerkers Jonna van Ulzen en Ruud van Beusekom het tafereel. De noordenwind zwelt aan, de rotorbladen draaien. Drie lange linten van windmolens zoomlijnen de IJsselmeerkust, twee rijen in het water, één binnendijks. De molens zijn onderdeel van Windpark Noordoostpolderwaarvan in 2017 de bouw is voltooid.

De komende jaren krijgt het windpark gezelschap van twee andere windparken in het IJsselmeer: Windpark Fryslan (89 turbines) en Windplan Blauw (61 turbines). En dit voorjaar zijn er plannen gemaakt voor nog meer windturbines op het IJsselmeer. De dertig energieregio’s in Nederland moeten elk in een eigen Regionale Energiestrategie – de RES – vastleggen hoe ze de komende tien jaar voor extra CO2-reductie zorgen. In het Klimaatakkoord is afgesproken dat de Nederlandse CO2-uitstoot in 2030 nog maar de helft zal bedragen van die in 1990, en daartoe moeten de energieregio’s onderzoeken hoe en waar duurzame elektriciteit opgewekt kan worden. Ook het IJsselmeer zou een mogelijke locatie kunnen zijn – zo rekent de RES Noord-Holland Noord met 38 turbines en 310 hectare aan zonnepanelen in het IJsselmeergebied.

Windmolens in het IJsselmeer zijn goedkoper te exploiteren dan op de Noordzee, en het waait er vaak harder dan boven land. Maar protest is er ook. Uit vrees dat witte wieken boven het IJsselmeer, het Markermeer en de Randmeren steeds meer gaan domineren, schreef Vogelbescherming Nederland samen met Natuurmonumenten, It Fryske Gea, Het Flevo-landschap, Landschap Noord-Holland en Sportvisserij Nederland,  allen verenigd in de Coalitie Blauwe Hart Natuurlijk,  in juni jl. een brandbrief. Daarin pleitten ze voor het zoeken naar alternatieven, want ze maken zich zorgen over de impact van zon-en windenergie op het bijzondere landschap – ze vrezen voor een ‘hek’ van windmolens rond het IJsselmeer – en op de natuur, in het bijzonder op vogels.

Vlak voor ons langs scheren twee jonge boerenzwaluwen. Juist deze overgang tussen land en water is een belangrijk rust- en foerageergebied voor tal van vogelsoorten, zegt Van Beusekom. Ook gebruiken veel zangvogels en roofvogels de randzone van het IJsselmeer als trekroute. Maar juist in die randzone zijn de meeste windmolenparken gepland.

Naast habitatverlies en het ontstaan van barrières op de trekroute kleeft er nog een ecologisch nadeel aan de windparken, zegt Van Ulzen. „Een vogel die tegen de ronddraaiende rotorbladen botst is ten dode opgeschreven.” Van Beusekom: „Snelvliegende vogels als eenden en ganzen vliegen algauw 70 tot 80 kilometer per uur met windje mee. Dan kun je moeilijk uitwijken voor die wieken, zeker ’s nachts.” Sommige soorten, zoals de kleine mantelmeeuw, vliegen vaak op rotorhoogte, wat hen extra gevoelig maakt. Van Ulzen: „De tijd van het jaar speelt eveneens mee. Nachten met piekmigratie, waarop veel vogels op trek zijn, kunnen ook riskant zijn. Bij mooi weer vliegen vogels over de molens heen, maar als het weer omslaat gaan ze opeens massaal naar beneden en komen ze in de wieken terecht.”

In 2018 oordeelde de Raad van State nog dat Windpark Fryslan mocht worden aangelegd omdat er voldoende onderzoek zou zijn gedaan naar het effect van de windturbines op de natuur. ‘Voldoende’ lijkt daarin een rekbaar begrip: er zijn nog veel onduidelijkheden over de gevolgen voor de natuur. Zo is onbekend hoeveel vogels door windmolens omkomen. Van Beusekom: „Maar bij de Eemshaven – een windmolenrijk gebied dat heel ongelukkig precies op de trekroute van veel soorten ligt – vallen volgens berekeningen van de Universiteit van Amsterdam ruim 1.000 slachtoffers per jaar.” Nederland hanteert een norm van 1 procent extra sterfte per jaar door windturbines. Uit recent Wagenings onderzoek blijkt dat de huidige grenswaarden voor aanvaardbare vogelsterfte door windturbines grote langetermijneffecten hebben. Het aantal vogels van een soort kan in tien jaar tijd soms met ruim driekwart afnemen. Van Beusekom: „In 2018 kwam in Flevoland een zeearend om het leven door een botsing met een windmolenwiek. Zeearenden krijgen één of twee jongen per jaar. Als een paar daarvan tegen een windmolen aanvliegen dan heeft dat algauw grote invloed op de populatie.” Ook uit buitenlands onderzoek blijkt de nadelige invloed van windmolens op vogels: zo gaat in Spanje de vale gier in aantal achteruit op plaatsen met veel windmolens.

Een mogelijke oplossing zou zijn om windmolens tijdelijk uit te schakelen tijdens de vogeltrek, zegt de Amsterdamse hoogleraar ecologie Judy Shamoun-Baranes. In samenwerking met Rijkswaterstaat kijkt ze met collega’s hoofdzakelijk naar windenergie op zee. „We gebruiken radarbeelden om de aantallen vogels te monitoren en willen zo betrouwbare voorspellingen leveren: over 48 uur verwachten we hier piekmigratie. Dan kunnen de windmolens tijdelijk worden uitgezet.” Juist in een toch al versnipperd landschap kunnen windmolens negatieve gevolgen hebben, zegt ze. „Zo’n windpark zal op zichzelf niet het einde van de vogels betekenen. Maar als je alles optelt – landgebruik, gifstoffen, de verdwijning van broedgebieden, de achteruitgang van insecten – dan is de toestand zorgelijk.”

Van Beusekom pakt zijn verrekijker. „Kokmeeuw. Pontische meeuw. Geelpootmeeuw. Allemaal soorten die hier in Flevoland broeden.” Op een paaltje droogt een aalscholver zijn vleugel. „Die zoekt voedsel in het IJsselmeer.”

Odile Rasch, programmamanager RES Noord-Holland Noord, benadrukt dat de plannen nog lang niet definitief zijn, en dat er op basis van de concept-RES veel reacties zijn binnengekomen. Zo stond eind juni in lokale media dat het college van Medemblik geen extra windmolens in de gemeente wil plaatsen, maar wel nadenkt over zonnepanelen op land en op het water. Rasch: „Het zoekgebied waarbinnen we naar een locatie zoeken voor de windmolens en zonnepanelen is bewust groot ingetekend omdat we veel belangen moeten meewegen: die van de vogels, ruimtelijk impact, vaarroutes, visserij en recreatie.” Sovon Vogelonderzoek Nederland is nu in opdracht van Ministerie van LNV bezig met de ontwikkeling van een kaar, waarop wordt aangegeven waar windmolens kunnen staan zonder voor sterke verstoring te zorgen. Odile Rasch noemt zulke kaarten ‘goede bronnen’ voor verder onderzoek.

Van Ulzen, ferm: „Wij zijn niet tegen windenergie. Ik wil mijn laptop kunnen opladen in het stopcontact, én ik wil tegelijkertijd niet dat de poolkappen smelten. Dus dan is duurzame energie een logische keuze. Alleen is het zo zonde dat oplossingen voor de klimaatcrisis soms lijnrecht indruisen tegen oplossingen voor de biodiversiteitscrisis.” Een deel van het probleem ligt volgens haar bij de regionale aanpak van de energiestrategieën. „Het ontbreekt aan regie van bovenaf.”

Juist voor het IJsselmeergebied kan dit desastreus uitpakken. De natuurkwaliteit staat al onder druk. Er worden maatregelen voorbereid om die kwaliteit te verhogen. De Markerwadden zijn daarvan een mooi voorbeeld. Ook de ruimtelijke kwaliteit van het open water met grote zichtlijnen komt door deze ontwikkelingen onder druk te staan. Frits Palmboom heeft tien gouden regels opgesteld en die worden breed gedragen. Door het ontbreken van een integrale regie dreigt al snel de weg van de minste weerstand gevolgd te worden en dan is de open en onbewoonde ruimte van het IJsselmeergebied te snel en te gemakkelijk in beeld. Ook op land en in de bebouwde omgeving is er nog heel veel duurzame energie op te wekken. Dat kost wat meer moeite.

Jop Fackeldey, gedeputeerde Duurzame Energie van Flevoland is het daar niet mee eens. „Juist als je een regio goed kent kun je veel beter tot een afgewogen oordeel komen. De RES is in die zin juist een reactie op het eerdere landelijke energieakkoord, waarbij windmolens werden verdeeld over Nederland, zonder regionale input.” Veel omwonenden kwamen daartegen in verzet; in Groningen en Drenthe kwam het zelfs tot gewelddadige acties.

Een oplossing zou kunnen liggen in een slimme combinatie van landschapsfuncties, zegt Van Ulzen. „Bijvoorbeeld door windmolenparken te combineren met zonnepanelen. Dat zorgt voor een stabiel energienet – als de zon niet schijnt, waait het vaak, en vice versa – en voorkomt bovendien dat er een te groot areaal volgebouwd raakt met ofwel windparken ofwel zonneparken.” Turend over het water: „We zijn absoluut voor groene stroom. Maar stroom die ten koste gaat van de natuur is wat ons betreft niet groen.”

terug naar het nieuwsoverzicht