Natuurbescherming is een kwestie van ethisch handelen

Graag delen we met u een interessant artikel, een filosofische verhandeling over natuurbescherming met als titel: Natuurbescherming is een kwestie van ethisch handelen

Hierin wordt o.a. gesteld dat er meer aandacht zou moeten zijn voor de relationele waarde van de natuur, dat wil zeggen de zingeving die mensen in natuur ervaren en de verbondenheid die ze voelen. Juist in deze tijd lijkt dit ons een mooie wens voor iedereen in 2021!

DOOR WILLY VAN STRIEN

Bron: Bionieuws, maart 2020

Nederlandse milieufilosofen scharen zich achter natuurbeschermers in hun streven naar het behoud van soorten en ecosystemen: natuurbescherming is een kwestie van ethisch handelen. Hun argumenten daarachter verschillen.

Is het logisch om boeren strenge stikstofmaatregelen op te leggen ten behoeve van gevoelige plant- en diersoorten in natuurgebieden? Hebben natuurorganisaties een punt als ze naar de rechter stappen omdat voor de Formule 1 in Zandvoort leefgebied van padden en zandhagedissen  wordt  vernield? Dat zulke vragen gesteld worden laat zien dat bescherming van soorten niet voor iedereen vanzelfsprekend is. De natuur- bescherming zit al gauw in het defensief.

En dat terwijl de droge natuur in Nederland er slecht voor staat, zoals het vorige maand verschenen Living Planet Report van het Wereld Natuur Fonds aangeeft (zie: ‘Stikstofdeken verstikt vooral natuur in open gebieden’, Bionieuws, 15 februari).

‘Omdat bescherming van de natuur om de natuur zelf tot op heden weinig zoden aan de dijk heeft gezet, zijn natuurbeschermers de nadruk gaan leggen op diensten die de natuur levert voor menselijke welvaart en welzijn, zoals voedsel, grondstoffen, schoon water, schone lucht, kustverdediging, bestuiving, plaagbestrijding’, zegt Marc Davidson, hoogleraar milieufilosofie aan de Universiteit van Maastricht en verbonden aan de Universiteit van Amsterdam. ‘Via deze zogenoemde ecosysteemdiensten, zo is het argument, is natuur belangrijk voor ons welzijn. Maar daarin is men doorgeslagen.’

Het gevaar daarvan is, dat men soorten en ecosystemen alleen bescherming gunt voor zover ze nuttig zijn. Dat maakt het voor natuurbeschermers verleidelijk om de betekenis van soorten voor ons welzijn te benadrukken en soms te overdrijven. Dan staan er mensen op die dat aanvechten en de vraag stellen of we alle soorten moeten willen behouden; misschien volstaat de helft ook (zie: interviews met filosoof Bas Haring: ‘De natuur kan best wat soorten missen’, de Volkskrant, 2 augustus 2019 en ‘Een soort heeft op zichzelf geen waarde, punt’, Bionieuws, 26 mei 2012).

Maar wat milieufilosofen betreft is die vraag niet relevant: natuurbescherming is een kwestie van ethisch, oftewel deugdzaam, handelen. De nadruk die nu op economisch belang ligt, is te sterk. ‘Mensen hechten juist aan niet-nuttige aspecten: ze vinden natuur mooi en indrukwekkend’, zegt milieufilosoof Martin Drenthen, verbonden aan de Radboud Universiteit in Nijmegen. ‘Maar door de nadruk op ecosysteem- diensten worden die waarden vergeten.’ Natuur heeft het recht om er te zijn, onafhankelijk van nut en waardering, stelt Riyan van den Born, als sociaal-milieukundige werkzaam aan de Radboud Universiteit: ‘Zo denkt rond de 80 of zelfs 90 procent van de mensen in verschillende landen erover, blijkt uit een enquête die wij hielden.’

‘De aarde is niet van ons alleen’, vindt Hub Zwart, milieu- filosoof en decaan aan de Erasmus School of Philosophy in Rotterdam. Jozef Keulartz, oud-hoogleraar milieufilosofie aan de Radboud Universiteit en verbonden aan Wageningen University & Research, zegt: ‘Het is een schande dat er in Nederland nog slechts 15 procent van de oorspronkelijke biodiversiteit is.’ En antropoloog Helen Kopnina, onderzoeker en docent duurzaam ondernemen aan de Haagse Hogeschool, stelt dat we de biodiversiteits- crisis alleen kunnen oplossen als we het bestaansrecht van de natuur om zichzelf erkennen. Tot zover zijn zij het met elkaar eens.

INTRINSIEK

De waarde die natuur om zichzelf heeft staat bekend als intrinsieke waarde; de betekenis die natuur voor mensen heeft, inclusief esthetische en emotionele betekenis, is de instrumentele waarde. De Wet natuurbescherming beoogt aan beide waarden recht te doen. Maar wat is intrinsieke waarde precies? Waar kennen we het aan toe? En hoe kan het de natuurbescherming ondersteunen? Daarover lopen de meningen onder milieufilosofen uiteen.

Volgens de meest gangbare opvatting kunnen we eenheden (organismen, soorten en ecosystemen) op grond van bepaalde eigenschappen intrinsieke waarde toekennen. En dat maakt die eenheden moreel relevant, dat wil zeggen dat we de verplichting hebben om hun floreren te bevorderen. ‘Dat wil niet zeggen dat de progressie van de mensheid zich niet zou mogen voortzetten’, zegt Davids- on. ‘Het betekent wel dat we elk gebruik van natuur met goede argumenten moeten kunnen verdedigen.’

Hij benadrukt dat intrinsieke waarde iets fundamenteel anders is dan instrumentele waarde. ‘Sommige mensen proberen het daarin te fietsen, maar dat zou de betekenis van instrumentele waarde te ver oprekken. De natuur zou ons van dienst zijn door morele beperkingen op te leggen. Dat is onzinnig.’

Voor hem hebben levende organismen, dus individuen, intrinsieke waarde omdat ze autonoom zijn en een doel in zichzelf: ze bestaan niet om iets anders te dienen. Maar aan soorten en ecosystemen kent hij geen intrinsieke waarde toe. ‘Dat is een gevaarlijk pad, omdat het welzijn van individuen dan ondergeschikt kan worden gemaakt aan het behoud van soorten of ecosystemen. En voor natuurbescherming is het in de praktijk ook niet nodig. Een soort bestaat uit individuen, en als een soort of ecosysteem in het nauw zit, bijvoorbeeld door vervuiling of versnippering van leefgebieden, kunnen de individuen zich niet ontplooien en is er dus reden om in te grijpen omwille van hun welzijn. En een ecosysteem als een primair tropisch regenwoud heeft zoveel waarden, inclusief de intrinsieke waarde van de individuele organismen die er leven, dat je het woud als geheel geen intrinsieke waarde hoeft toe te kennen om bescherming te rechtvaardigen.’

‘Natuurlijk hebben ook soorten intrinsieke waarde, en hun instrumentele waarde is daaraan ondergeschikt’, stelt Keulartz daar tegenover. ‘Elke soort is immers uniek en heeft zijn eigen plek op aarde verworven in een langdurig evolutionair proces. Soorten behoren tot ons biologisch erfgoed.’ Hij pleit voor een benadering waarin het behoud van soorten een zelfstandig doel is, naast het welzijn van individuele dieren. ‘Die twee benaderingen hoeven elkaar niet uit te sluiten.’

En ecosystemen? ‘Ik neig ertoe om ook die intrinsieke waarde toe te kennen. Als geheel van soorten die via allerlei relaties met elkaar verbonden zijn vind ik ook eco- systemen beschermwaardig.’ En dat geldt wat hem betreft niet alleen voor ongerepte leefgemeenschappen zoals primair tropisch regenwoud, maar ook voor historische, door de mens geschapen ecosystemen, zoals heide. ‘En er ontstaan nu door menselijk ingrijpen nieuwe ecosystemen waarin nieuwe relaties van de grond komen. Ook die moeten we een kans geven zich te ontwikkelen.’

‘We kunnen ook soorten intrinsieke waarde geven’, beaamt antropoloog Kopnina. ‘Doen we dat niet, dan zijn alleen aaibare en nuttige soorten beschermd, en dat is een willekeurige set. De vele creepy and crawly-soor- ten laag in de voedselketen, zoals wormen en insecten, zijn belangrijk voor het functioneren van ecosystemen. Zij vallen dan buiten de boot.’ Op grond waarvan kent zij soorten een intrinsieke waarde toe? ‘Vooral omdat mensen het niet oké vinden dat door onze activiteiten soorten versneld uitsterven. Uit intrinsieke waarde volgt morele verplichting, maar omgekeerd geldt ook dat we ten opzichte van soorten een morele verplichting voelen, dus dat we kennelijk vinden dat soorten intrinsieke waarde hebben.’ Ook ecosystemen hebben voor haar intrinsieke waarde, evenals de biosfeer als geheel. Maar dat onderscheid in intrinsieke en instrumentele waarde van de natuur is kunstmatig en in de praktijk helpt het gepraat erover de natuurbescherming weinig verder, stelt Zwart: ‘Het toekennen van instrumentele waarden rechtvaardigt dat we ons gedragen alsof de aarde alleen van ons is, en daarmee veroorzaken we een biodiversiteitscrisis. Het toekennen van intrinsieke waarden blijkt onvoldoende om dat te verhinderen.’ Hij heeft weerzin tegen het gebruik van deze termen. ‘We zetten onszelf op een centrale positie van waaruit we bedenken en beslissen wat waarde heeft. In plaats van die afstandelijke houding in te nemen kunnen we beter onze relatie met de natuur verbeteren. In die relatie ontstaan waardering en respect voor de natuur en is bescherming vanzelfsprekend.’

VALS

Drenthen is ook niet gelukkig met de termen: ‘Intrinsieke waarde is een lastig begrip. Ook intrinsieke waarde is iets wat wij belangrijk vinden, de tegenstelling met instrumentele waarde is in die zin vals. Er zou meer aandacht moeten zijn voor de relationele waarde van de natuur, dat wil zeggen de zingeving die mensen in natuur ervaren en de verbondenheid die ze voelen. Mensen die bijzondere natuur, zoals een blauwgrasland met bijzondere zeggensoorten, op waarde weten te schatten, moeten hun fascinatie met anderen delen. Zo maken ze duidelijk waarom zorg voor de natuur ertoe doet.’

Die relationele of ‘eudemonische’ waarde is wat men- sen die zich voor de natuur inzetten drijft, concludeert Van den Born uit onderzoek; instrumentele waarde en intrinsieke waarde spreken de actievelingen minder aan. ‘Relationele waarde verschilt van instrumentele waarde, omdat mensen die zich met natuur verbonden voelen iets terug willen doen voor de natuur. Het huidige natuurbeleid, dat zich vooral richt op instrumentele waarde, mis- kent die wederkerige relatie en ondergraaft de motivatie van natuurbeschermers. Naast intrinsieke en instrumentele waarde van natuur is relationele waarde dan ook als derde pijler van belang.’

Maar niet iedereen voelt ervoor om relationele waarde die aparte plek te geven. Davidson: ‘Het is een van de nieuwe termen die geïntroduceerd zijn omdat dertig jaar natuur- beleid de mensen nog niet in beweging heeft gekregen. Ik vind zo’n wildgroei aan termen verwarrend en onnodig.’

Praktijkvoorbeeld damherten

In de Amsterdamse Waterleidingduinen (AWD) leven damherten, die van nature niet in Nederland voorkomen. Sinds 2005 is hun aantal explosief gestegen. Veel bezoekers vinden zoveel herten prachtig. De keerzijde is echter dat, vrijwel zeker als gevolg van de toegenomen damhertpopulatie, reeën sterk achteruitgingen en bloemplanten vrijwel zijn verdwenen, met uitzondering van het giftige duinkruiskruid. In hun kielzog verdwenen ook dagvlinders die hun waard- planten en nectarplanten verloren, zo laat De Vlinderstichting zien. Het oranjetipje deed het zeer slecht: de populatiegrootte in 2016 was slechts 1 procent van die in 2005. Ook andere insecten en insectenetende vo- gels zullen achteruitgaan.

Hoe is dit ethisch verantwoord op te lossen? Het is kiezen tussen verschillende kwaden. Keulartz: ‘Er worden enorme aantallen ge- zonde dieren afgeschoten; in 2017 bijvoorbeeld 1.440 van de 3.253 damherten in de AWD. Het welzijn van de overgebleven die- ren is allerbelabberdst. Grootschalige bejaging leidt bovendien tot een hoge reproductiesnelheid van de dieren.’ Drenthen: ‘Maar het lijkt me niet wenselijk de achteruitgang van biodiversiteit als gevolg van overbegrazing te accepteren. Het gebied is te klein om roofdieren te introduceren. Dan blijft het weghalen van de gehele populatie damherten eigenlijk als enige optie over.’

Wet natuurbescherming

(in werking getreden op 1 januari 2017, gaat in 2021 op in Omgevingswet)

Artikel 1.10

1 Deze wet is gericht op:

a.           het beschermen en ontwikkelen van de natuur, mede vanwege de intrinsieke waarde, en het behouden en herstellen van de biologische diversiteit;

b.           het doelmatig beheren, gebruiken en ontwikkelen van de natuur ter vervulling van maatschappelijke functies, en

c.            het verzekeren van een samenhangend beleid gericht op het behoud en beheer van waardevolle landschappen, vanwege hun bijdrage aan de biologische diversiteit en hun cultuurhistorische betekenis, mede ter vervulling van maatschappelijke functies.

 

 

terug naar het nieuwsoverzicht