Krooneend icoon van het heldere water

De mannetjes krooneend spant letterlijk de kroon met zijn overdaad aan kleuren: een oranjerode kop, koraalrode snavel, fraaie witte flanken contrasterend met een zwarte onderstaart en borst. Zijn kruin is goudkleurig en kan als een kroontje van veren opgezet worden, vandaar zijn naam. Vanwege die kleurpracht worden ze, als tamme eend, vaak in collecties gehouden. Krooneenden zijn in Nederland echter van wilde herkomst. Het IJsselmeergebied is momenteel het belangrijkste leefgebied in Nederland voor ze.

In Nederland waren ze als broedvogel nooit echt talrijk, maar in de jaren vijftig waren er buiten de broedtijd lokaal vele honderden op het Zwarte Meer en in oktober 1965 zelfs 1600 op het Veluwemeer aanwezig. Daarna kelderde de populatie en een dieptepunt werd rond 1989 bereikt toen ze bijna weg waren en vrijwel uitsluitend nog op de Vinkeveense Plassen voorkwamen. De verklaring was simpel. Krooneenden zijn uitgesproken voedselspecialisten. Ze eten vrijwel uitsluitend kranswieren. Dat zijn waterplanten die in helder water groeien en dan vaak massaal de bodem kunnen bedekken. Met name sterkranswier is geliefd. Anders dan fonteinkruiden blijven deze planten laag bij de bodem en vormen dus geen hinder voor vaarverkeer. Door afvoer van ongezuiverd rioolwater in onze meren werd het water in de jaren zeventig en tachtig troebel en verdwenen kranswieren uit het IJsselmeergebied en daarmee ook de krooneenden.

Het water in het IJsselmeergebied is de afgelopen 20 jaar op steeds meer plekken helder geworden, waardoor kranswieren weer zijn teruggekeerd. In de Gouwzee keerde sterkranswier terug en daar waren de eerste groet groepen krooneenden. Nu groeit het ook voor de Friese kust en op de Randmeren. Eigenlijk hoef je niet eens onder water te kijken waar sterkranswier groeit. Want precies op die plekken verzamelen zich vanaf eind juli de krooneenden die klaar zijn met broeden. In de loop van september-oktober zijn ze het talrijkst op die plekken. Tegenwoordig zijn er weer bijna net zo veel krooneenden in het IJsselmeergebied als in de periode voordat het water troebel werd. Op de Randmeren, Gouwzee en langs de Friese kust zijn groepen van 200 tot 300 exemplaren geen uitzondering meer. Ze blijven er zo lang het kranswier groeit en dat is met het warme winterweer steeds langer.

Krooneenden bouwen hun nest in de kruidlaag op eilanden en vooral op locaties waar meeuwen of sterns broeden. Ze profiteren van meeuwen en sterns die roofdieren wegjagen. Ook in het Blauwe Hart broeden ze tegenwoordig. Nergens echt talrijk, maar op eilanden in de Randmeren broeden er tientallen en verder bij de Friese kust, de kust van Waterland en enkele op andere locaties als Marker Wadden, Den Oever en Diemen. De jongen eten de eerste weken vooral kleine insecten en daarna schakelen ze over op kranswier.

In zachte winters blijven veel krooneenden in het IJsselmeergebied. Als het vriest gaan ze echter naar open water langs de Nederlandse kust of naar Frankrijk. Maar zodra de dooi invalt komen ze terug.

Krooneenden kunnen schuw zijn, maar zeker niet altijd. Tegenwoordig verblijft er bijvoorbeeld een mooie groep in winter en voorjaar bij IJburg (IJburglaan). Je kan ze daar vanaf de kant prachtig zien baltsen en het gekke nasale geluid van de mannetjes horen.

Jan van der Winden

terug naar het nieuwsoverzicht