Johannes Kramer wil ‘regionale landschapsstrategie’ voor het IJsselmeer

Alle overheden die bij het IJsselmeer betrokken zijn, moeten een gemeenschappelijk plan opstellen, waarin staat wat er wel en wat er niet kan in het gebied. Met dat idee kwam Johannes Kramer van de Fryske Nasjonale Partij en gedeputeerde Fryslân 13 maart 2019 in een door het Comité Geen Zandindustrie IJsselmeer georganiseerd gesprek met de provinciale politiek in Leeuwarden. Kramer noemt zo’n aanpak een regionale landschapsstrategie.

Gedeputeerde Johannes Kramer bepleitte 13 maart een landschapsvisie voor het IJsselmeer die gericht is op omgevingskwaliteiten van het gebied. (LC 14 maart). Er zijn genoeg visies en bestuursconvenanten voor het IJsselmeer, variërend van de recent gepubliceerde ‘Cultuurhistorische IJsselmeer Landschapsbiografie’ tot ‘Agenda IJsselmeer 2050’, maar het komt nog te weinig tot een gezamenlijke uitwerking. En daar ligt exact het probleem dat vergelijkbaar is met dat van de Waddenzee. Te veel overheden, te veel deelovereenkomsten en daarboven een rigide wetgeving met bijbehorende beheerplanning.

Waar het aan schort is een gebiedsgerichte aanpak met een bestuurlijke autoriteit, zo vult Monique Boskma adviseur Leefomgeving en oud-VVD-statenlid aan in haar reactie in de Leeuwarder Courant van 14 maart jl. Zo’n autoriteit zou door het rijk moeten worden geïnstalleerd en grotendeels betaald moeten worden omdat het rijk een systeemverantwoordelijkheid kent voor Europese wetgeving. Denk daarbij bijvoorbeeld aan de Kaderrichtlijn Water, Natura 2000 en diverse klimaatverdragsteksten. Deze autoriteit zou meer moeten doen dan de huidige Deltacommissaris, die over de water gerelateerde zaken van het IJsselmeer gaat. De autoriteit zou enerzijds de grenzen en voorwaarden van de planvorming en wetgeving moeten bewaken en anderzijds de landschappelijke en natuurlijke kwaliteiten.

Voorts zou er aandacht kunnen uitgaan naar realistische inspraak, waarbij inwoners op voorhand op de hoogte worden gesteld van de grenzen van bestaande wetgeving en planvorming. Dat laatste is hard nodig, want het voorkomt teleurstelling bij de inspraak door inwoners of onzinnige uitspraken door politici dat een natuurbeschermingsvergunning moet worden ingetrokken. Zijn daarmee het landschap, de vrije ruimte en de kustlijnen, kortom de omgevingskwaliteiten van het gebied veiliggesteld? Helaas in het geheel niet. Zelfs de strenge Naturawetgeving heeft niet kunnen voorkomen dat het algemeen belang van energievoorziening steeds weer prevaleert boven natuur. Het IJsselmeer is verworden tot een waterplas, ommuurd door een hek van windmolens en ook nog geschikt geacht voor zonneweides, volgens het rijksrapport Energieverkenning IJsselmeergebied. Arme waterrecreant, die overigens volgens Waterrecreatie Advies BV nog wel goed is voor een economische spin-off van een slordige 600 miljoen euro.

Concluderend kan men stellen dat het alle (politieke) partijen, die (water)landschap en natuur een warm hart toedragen, ontbreekt aan munitie ter onderbouwing van het wezenlijke belang van het natuurlijk (water)landschap ten opzichte van energietransitie. Zolang Nederland deze transitie wil oplossen met kringlooponvriendelijke windmolens en (drijvende) zonneweiden, blijft het landschap vogelvrij – helaas letterlijk en figuurlijk.

Tot slot doet Boskma een dringende oproep: Het zou goed zijn als het nieuwe college van gedeputeerde staten van Fryslân deze IJsselmeer autoriteit zou willen opnemen in het nieuwe provinciale regeerakkoord en komend jaar een lobby begint richting IPO en rijk. Dit laatste sluit mooi aan bij de oproep die Coalitie Blauwe Hart Natuurlijk doet aan de nieuw te vormen colleges van de IJsselmeerprovincies: Zorg voor een eenduidige aanpak t.a.v. het IJsselmeergebied en benader het gebied als één dossier. Samen en integraal!

terug naar het nieuwsoverzicht