Goede reproductie visdieven in het IJsselmeergebied

Foto: Visdief met kleurring die op Marker Wadden gemerkt werd en op 30 augustus nabij Almere op de dijk aan het uitrusten was. Deze visdief is al bijna in winterkleed. De snavel verkleurt dan van scharlaken rood naar zwarte en de grijze veren worden door spierwitte veren vervangen. Foto Eric Roeland.

 

Voor het vierde jaar op rij hebben visdieven in het IJsselmeergebied een goed seizoen achter de rug. De meeste visdieven broeden recentelijk op De Kreupel, eilanden langs de Houtribdijk en Marker Wadden. In 2017 en 2018 broedden hier nog minimaal 4000 paar. In 2019 plotseling minder dan de helft hiervan. In 2020 waren het er weer iets meer (ongeveer 2400 paar).

Terwijl elders in Nederland de eerste visdieven al eind april op de eieren zitten, was dat in het IJsselmeergebied pas na half mei het geval. Daardoor kropen de eerste kuikens pas na 10 juni uit hun ei. Daar staat tegenover dat er tot laat in juli nieuwe vestigingen waren. Dit betekent dat er begin september nog jongen gevoerd werden, terwijl de meeste visdieven dan al in West-Afrika zijn. De visdieven brachten redelijk veel jongen groot. De gegevens van De Kreupel zijn nog niet beschikbaar, maar op Marker Wadden werd gemiddeld bijna 1 kuiken per paar vliegvlug. Dat lijkt weinig, maar is goed voor een vogelsoort die meer dan 20 jaar oud kan worden. Berekend is dat een paartje jaarlijks gemiddeld 0,8 jong moet grootbrengen om de populatie in stand te kunnen houden. Dat lukt al een paar jaar in het IJsselmeergebied zodat het gebied de eigen broek kan ophouden voor wat betreft de visdieven!

In 2020 werden bijna 100 visdieven met een kleurring uitgerust. We willen weten of ze uitwisselen tussen de eilanden en of en welke visdieven nieuwe eilanden gaan bezetten in de komende jaren. Dat leverde al direct leuk resultaat, want we zagen in juli visdieven op Marker Wadden die in juni op De Kreupel geringd waren. Na het broedseizoen zwierven ze uit naar de Waddenzee en over het IJsselmeer. Ze bleven tot laat in augustus. Dit duidt er op dat ze ter plekke voldoende reserves konden vinden voor hun lange reis naar Afrika.

Jan van der Winden

 

 

terug naar het nieuwsoverzicht