De ijsvogel: blauwe vogel in het blauwe hart

Afbeelding: Joke Huijser-Spekken

 

Door Jan van der Winden

Wellicht denkt niet iedereen aan ijsvogels als vaste bewoners van het IJsselmeergebied. Toch kan je ze jaarrond langs de oevers en bij eilanden tegenkomen. Vrijwel iedereen wordt enthousiast van een ontmoeting met een ijsvogel. De kleuren doen immers tropisch aan. Er zijn ongeveer 120 soorten ijsvogels op de wereld en die leven vrijwel allemaal in warme klimaten. De Europese ijsvogel broedt heeft een zeer groot verspreidingsgebied dat zich ver naar het noorden uitstrekt. De meeste soorten zijn uitstekende vissers, maar er zijn ook insectenetende bosbewoners. De één is nog mooier dan de andere. Onze ijsvogel is prachtig azuurblauw van boven en oranje van onderen. Hij eet vooral vis en leeft dus langs stromend of stilstaand water. Ze graven in een steile oeverwand een nestgang uit, van 50 tot 90 cm, met een nestkamer aan het eind. Daar leggen ze 4 tot 8 eieren die na 20 dagen uitkomen. In een broedseizoen kunnen ze soms wel drie keer jongen produceren. Dan kan een paar dus meer dan 12 jongen in een seizoen grootbrengen. Dat is heel hard nodig want ijsvogels kunnen niet tegen ijs! Als het water bevroren is, kunnen ze niet vissen. Dat leidt in strenge winters tot enorme sterfte en overleeft soms minder dan 40% van de ijsvogels. In topjaren broeden er minimaal 1000 paar in Nederland en na strenge winters dus een fractie hiervan. Dankzij de zachte winters van de afgelopen jaren waren er veel ijsvogels. Maar de vorst van midden februari kan hier een eind aan gemaakt hebben. We zullen zien.

Bijzonder aan de Europese ijsvogel is dat een deel van de individuen in de winter blijft en een deel op trek gaat. Zo komen er ijsvogels uit noordelijke streken naar Nederland. En dan zijn ze werkelijk overal aanwezig, van stadsparken tot de oevers van grote meren. In het IJsselmeergebied zijn ook in het winterhalfjaar het talrijkst. De natuurlijke oevers van de randmeren zijn het mooiste voor ze, maar langs het IJssel- en Markermeer kan je ze echter ook overal aantreffen. Als er maar wat bomen, riet of struiken groeien. Ze zitten dan ook in havens, bij sluisjes en bij beekmondingen. Mogelijk verblijven er in zachte winters enkele honderden ijsvogels in het IJsselmeergebied. Her en der broeden ook ijsvogels langs de oevers of vlak bij de meren aan de binnenzijde van de dijk. Waarschijnlijk broeden er wel enkele tot vele tientallen paren in het gebied. Je kan ijsvogels in de winter helpen door plekken met open water niet te verstoren zodat ijsvogels daar kunnen vissen. En het is vrij eenvoudig om ijsvogels als broedvogel aan de oever van het IJsselmeergebied te krijgen, namelijk met behulp van een simpele ijsvogelwand.

 

terug naar het nieuwsoverzicht