Brasem: De mus van het IJsselmeer

Eén van de meest algemene vissoorten in het IJsselmeergebied is, of beter gezegd was de brasem, de ‘Abramis brama’. Vanwege zijn formaat is deze vis eigenlijk beter te vergelijken met een grauwe gans, want de brasem kan behoorlijk groot worden. In het IJsselmeer kunnen ze zelfs meer dan 70 centimeter lang worden.

Brasems behoren net als de blankvoorn en de karper tot de karperachtigen. Het zijn vissen die in een school leven en waarbij zo’n school uit duizenden exemplaren kan bestaan. Later wordt zo’n school door natuurlijke sterfte en predatie uitgedund. De hele grote brasems leven uiteindelijk in kleine scholen van enkele tientallen vissen.

Weinig eisen

Brasems stellen relatief weinig eisen aan hun leefomgeving. Ze mijden het liefst wateren met veel waterplanten en komen in heel Nederland voor. Waterplanten zijn echter wel van belang tijdens de paaitijd omdat de vissen hun eitjes op de planten afzetten. Bij gebrek aan planten voldoen stenen en andere onderwaterobstakels ook wel, maar planten hebben de voorkeur.

Brasems paaien meestal in mei en juni op ondiepe delen van het water en zijn ze op verschillende plekken langs het IJssel- en Markmeer is in het voorjaar te zien. De mannetjes die tijdens de paaitijd vol zitten met witte knobbels nemen een territorium in dat ze verdedigen tegen andere mannetjes. Voorbij zwemmende vrouwtjes worden dit territorium ingelokt. Als er een match is zetten de vrouwtjes hun eitjes af. Per kilo lichaamsgewicht kan een vrouwtje tot 300.000 eitjes leggen. Een brasem van 10 kilo kan dus wel 3 miljoen eitjes afzetten. De eitjes komen na een paar dagen tot een week uit. Door predatie van kreeftachtigen, vissen en andere organismen overleeft minder dan 1 procent de eerste paar dagen.

Verbraseming

In de jaren 80 van de vorige eeuw zorgde de vermesting van het binnenwater voor algenbloei en verdwenen de meeste waterplanten. Een ideaal milieu voor deze vissoort. Dit werd nog eens versterkt door het afnemen van hun natuurlijke vijand zoals de snoek. Deze houdt namelijk van helder en plantenrijk water. Brasems wroeten in de bodem op zoek naar muggenlarven, hun favoriete voedsel. Hierbij kunnen ze waterplanten loswoelen, waardoor algen nog meer ruimte krijgen. De Brasem hield hierdoor eigenlijk zijn eigen leefomgeving in stand. Na verloop van tijd nam het aantal brasems zo toe dat er voedselconcurrentie ontstond. Bij vissen leidt dit vaak niet tot sterfte maar tot het afnemen of zelfs stoppen van de groei. Dit verschijnsel wordt ook wel ‘verbraseming’ genoemd.

Actief Biologisch Beheer

Om de verbraseming te keren en algenrijke wateren weer helder te krijgen zijn in het verleden brasems op grote schaal weggevangen. Deze maatregel zou een ‘schok’ in het water teweegbrengen waardoor het ecosysteem zou omslaan van een troebel algenrijk water naar helder en plantenrijk water. Op lange termijn lijkt dit ook te werken. Het nadeel is echter dat bij het uitdunnen van brasems het water op den duur helder wordt en hierdoor de waterplanten kunnen gaan woekeren. De meeste waterbodems zijn namelijk zeer voedselrijk, een erfenis van een te intensieve landbouw en het gebruik van fosfaathoudende wasmiddelen. Inmiddels is duidelijk geworden dat het algenprobleem veel beter bij de bron kan worden aangepakt. Met andere woorden dat de overmaat aan voedingsstoffen wordt aangepakt. Gelukkig werken de waterbeheerders daar hard aan en worden steeds meer wateren helder.

Bescherming

Ooit was de brasem op het IJsselmeer de meest voorkomende vissoorten. Tegenwoordig heeft deze karakteristieke vis het moeilijk. Aalscholvers, concurrentie van de exotische zwartbekgrondel en een te intensieve visserij hebben de populatie een behoorlijke knauw gegeven. Gelukkig wordt er voortvarend gewerkt aan een duurzame visserij en lijkt het voorzichtig weer de goede kant op te gaan met de Brasem: de mus van het IJsselmeer.

terug naar het nieuwsoverzicht