Agenda IJsselmeergebied werkt door in plannen voor versterking Friese kust

Het peilbeheer in het IJsselmeergebied heeft negatieve gevolgen, zoals erosie in de buitendijkse gebieden aan de Friese IJsselmeerkust. Het Rijk reserveert vanuit het Deltafonds 12 miljoen euro voor verbetermaatregelen. Provincie Fryslân, de gemeenten Súdwest-Fryslân en De Fryske Marren, Wetterskip Fryslân, It Fryske Gea én het Rijk werken vanaf 2016 samen aan een integrale visie en een projectenprogramma voor de Friese kust. Nadat het samenwerkingsverband van Rijk en regio in 2017 aansluiting vond bij de Agenda IJsselmeergebied 2050, heeft het nieuwe college van de gemeente Súdwest-Fryslân de IJsselmeeragenda in het coalitieakkoord opgenomen. Wethouder Maarten Offinga: ‘Daarmee is de IJsselmeerkust geen bijzaak, maar één van de vier speerpunten in onze gemeentelijke ontwikkelagenda.’

Essentieel is het vinden van kansen om de versterking van de Friese kust, waaronder de aanpak van erosie, te combineren met verbeteringen op het gebied van sedimenthuishouding, economie en natuur. De Agenda IJsselmeergebied 2050 is hierbij voortaan een leidraad. Regio en Rijk hebben op 22 november een voorkeursbeslissing vastgesteld. Er moet nog gewerkt worden aan een bestuursovereenkomst, en dan kunnen we verder met de uitwerking van de plannen.

Lange kust, veel kansen

De IJsselmeerkust heeft een lengte van zo’n 56 kilometer, waarvan 35 in de gemeente Súdwest-Fryslân. De totale oppervlakte van de gemeente is 908 km², waarvan 578 km² land en 330 km² water. Logisch dus dat Súdwest-Fryslân van meet af aan actief betrokken was bij het samenwerkingsverband Koppelkansen Friese IJsselmeerkust. Toen dat samenwerkingsverband tussen Rijk en regio in 2017 aansluiting vond bij de Agenda IJsselmeergebied 2050, had dat ook invloed op de gemeente Súdwest-Fryslân. Welke? Wethouder Maarten Offinga: ‘Als nieuw college hebben we begin 2018 de IJsselmeeragenda in ons coalitieakkoord opgenomen. Daarmee is de IJsselmeerkust geen bijzaak, maar één van de vier speerpunten in onze gemeentelijke ontwikkelagenda.’

IJsselmeer als speerpunt in het gemeentelijke ambitieprogramma

Om een indruk te krijgen: het gemeentelijke ambitieprogramma beslaat vier prioritaire gebieden: Sneek, Bolsward, IJsselmeerkust en Út de mienskip. De gemeente heeft daarvoor vijf overkoepelende ambities geformuleerd: water, cultuur, natuur, energie en economie. Per ambitie zijn de beoogde effecten van mogelijke maatregelen in beeld gebracht. Dat is gebeurd op basis van de beoordelingstrits people, planet, profit.

Om te beginnen ambieert de gemeente Súdwest-Fryslân een positie als wereldmarktleider op het gebied van waterkwaliteitstechnologie. Daarnaast blijkt de gemeente (internationale) bekendheid van de Friese IJsselmeercultuur en de bijbehorende regionale producten te willen vergroten. De gemeente Súdwest-Fryslân wil ook een maatgevend natuurontwikkelaar zijn voor het behalen van milieu- en klimaatdoelstellingen.

Als vierde heeft de gemeente niet alleen de ambitie om een energie neutrale regio te zijn, maar ook een toonaangevend producent van duurzame innovatieve energietechnieken. Onder het kopje ‘Economie’ van de ambitieagenda staan drie parallelle thema’s genoemd. De gemeente wil Europees kampioen circulaire economie worden. Daarnaast wil de gemeente zich op internationaal niveau onderscheiden als duurzaam landbouwproductiecluster. Ten slotte wil Súdwest-Fryslân een internationaal befaamd recreatiecluster zijn.

Werk met werk maken

Aan ambities geen gebrek, maar nu komt het aan op de uitvoering. Offinga: ‘We zitten nog in de planvorming hoor, en dus moeten verschillende partijen er nog hun mening over geven. Maar we gaan de ideeën zo concreet mogelijk maken. Daarbij is het belangrijk dat we de koppelkansen goed in beeld brengen. Dat is ook een belangrijk signaal dat we uit het proces van de Agenda IJsselmeergebied 2050 hebben opgepikt: zorg dat je werk met werk kunt maken. Met onze projectenlijst willen we daar een voorzet voor geven.’

Offinga geeft een voorbeeld. ‘Neem de zeer noodzakelijke verbetering van de vaargeul van It Soal naar Workum. Dit kan duurzaam door de aanleg van een nieuwe strekdam en verlenging van de huidige strekdam, waarbij ook het Workumer strand baat heeft. Want dankzij de dam blijft het strand beter op zijn plek. Nu wordt bij stormachtig weer steevast strand weggeslagen, wat leidt tot verzanding van de vaargeul.’

Het zand dat vrijkomt bij het uitdiepen van It Soal kan deels gebruikt worden voor de erosie-aanpak van natuurgebied Workummerwaard, dat nu ieder jaar door storm en hoogwater kleiner wordt. ‘Dit gaat nu nog ten koste van duizenden grondbroeders en kolonievogels’, zegt Offinga. Ook natuurgebied Stoenckherne, aan de zuidkant van Workum, kan door de strekdam aan kwaliteit winnen. ‘Zo hebben we als gemeente een gezamenlijk belang met de provincie, de middenstand van Workum en de natuurbeschermers van It Fryske Gea en Staatsbosbeheer.’

Ook op het grondgebied van buurgemeente De Fryske Marren liggen mogelijkheden om werk met werk te maken. Het gaat daarbij om de Mokkebank (bij Mirns) en de Baai van Tacozijl (ten westen van Lemmer). ‘Erosieaanpak is bijvoorbeeld te combineren met het verbeteren van de infrastructuur, zoals de aanleg van een fietspad. Of met het verbeteren van de cultuurhistorische beleving van de IJsselmeerkust, denk aan de zichtbaarheid van de oude zeesluizen en de Joodse begraafplaats. En last but not least: de ontwikkeling van vis paai- en opgroeigebieden. Het herstel van het strand bij zowel De Hege Gerzen als Het Mirnser Klif is bovendien van economisch belang.’

Offinga geeft nog een koppelvoorbeeld langs de Friese IJsselmeerkust. ‘In een gebied waar veel vogels verblijven, moet je eigenlijk wel over de dijken heen kijken. Welke mogelijkheden biedt de ontwikkeling van natuur inclusieve landbouw in dat geval? Helpt die ontwikkeling de vogels in het IJsselmeergebied?’

Gebiedsoverstijgende samenwerking

De gemeente Súdwest-Fryslân heeft nog meer ideeën. Offinga lacht: ‘Een kralensnoer van projecten, met de IJsselmeerkust als bindend lint. Zoals het herstel van de natuur in de Makkumerwaarden, of maatregelen in de bocht van Molkwar, in combinatie met de restauratie van het sluisje. Maar het gaat er nu eerst om de meest kansrijke opties op een rij te hebben.

Als wij als gemeente klaar zijn met ons huiswerk, gaan we om de tafel met onze partners: de waterschappen, buurgemeenten en terreinbeheerders. Maar vooral ook met de provincie en het Rijk, zodat we kunnen beoordelen welke projecten in aanmerking komen voor cofinanciering. In het Noorden zoeken we elkaar steeds meer op om onze slagkracht te vergroten. Dat het Rijk daarbij transparant en open aan tafel zit, vind ik echt een compliment waard.’

terug naar het nieuwsoverzicht