Actualisatie Doeluitwerking Vogelrichtlijnsoorten IJsselmeergebied 2020

Voor het IJsselmeergebied zijn 6 Natura 2000 beheerplannen opgesteld. Over de periode 2017-2023 beschrijven ze de doelen voor dier- en plantensoorten en maatregelen om die doelen te bereiken. Voor een inzicht in de doeluitwerking is bij de analyse gebruik gemaakt van unieke en langjarige databestanden van Rijkswaterstaat, Provincie Flevoland en Sovon.

Conclusie

Algehele conclusie is dat de doelaantallen voor de soorten broedvogels en niet-broedvogels in het IJsselmeergebied de afgelopen jaren meestal niet worden gehaald. Daarbij is de situatie voor de broedvogels slechter dan voor de niet-broedvogels. Desondanks zien we dat voor diverse vogelsoorten in de periode 2010-2019 de situatie verbeterde ten opzichte van de periode 2000-2009. Dit kan deels worden verklaard door de genomen natuurmaatregelen zoals de aanleg van de Marker Wadden, van de (vogel)eilanden De Kreupel en Ierst, en van rietherstel in het Zwarte Meer.

Landelijke trend en IJsselmeergebied

Een deel van de veranderingen in de vogelaantallen in het IJsselmeergebied volgt de landelijke trend. Hieruit kan worden geconcludeerd dat de oorzaken buiten Nederland gezocht moeten worden, zoals  de opwarming van water via de lucht als gevolg van klimaateffecten en de daarmee samenhangende verlenging van de groeiseizoenen. Dit heeft een nieuwe situatie opgeleverd. Andere vogelsoorten laten méér afname in het IJsselmeergebied zien dan het landelijk gemiddelde. Dit is een aanwijzing dat de oorzaken in het IJsselmeergebied zelf liggen, bijvoorbeeld door gebrek aan passend leefgebied voor de aangewezen soorten inclusief de rust om te ruien en voedsel te zoeken.

Voedselgroep en leefgebied zijn graadmeter

Kijk je naar soorten per voedselgroep of habitattype (leefgebied) dan zijn er grote verschillen zowel in negatieve als positieve zin. Zo doen de visetende groepsjagers die overwinteren (nonnetje, grote zaagbek) en de jagers van de bovenste waterlagen (zoals dwergmeeuw, visdief en zwarte stern) het slechter dan de visetende soorten die dieper kunnen duiken. Bij de waterplanteters (kleine zwaan, pijlstaart, krooneend, tafeleend en meerkoet) worden de doelen relatief vaker gehaald. Van de vogels die voedsel eten van de bodem (zoals tafeleend, kuifeend, topper, brilduiker en meerkoet) is dit weer juist minder het geval.

Soorten ontwikkelen zich soms ook tegengesteld in de onderzochte gebieden. Zo is er onder de steltlopers langs de Friese IJsselmeerkust een afname te zien van bijvoorbeeld grutto als niet-broedvogel, maar deze soort neemt toe in Markermeer & IJmeer. Al wordt het doelaantal hier al  langere tijd niet bereikt.

Trendgrafieken en ontwikkelingen

Naast veel trendgrafieken per soort en per N2000-gebied worden in het rapport ook de totalen per soort of soortengroep voor alle zes N2000-gebieden weergegeven. Hierdoor kunnen de ontwikkelingen tussen de meren nauwkeurig beschreven worden. Illustratief voorbeeld is dat watervogels zich al gedurende een aantal aaneengesloten jaren verplaatsen tussen Markermeer & IJmeer en Veluwerandmeren (krooneend, tafeleend, kuifeend). Dergelijke langjarige verschuivingen zijn ook te zien tussen IJsselmeer en Veluwerandmeren (b.v. tafeleend, kuifeend en brilduiker). Gelijkwaardige verschuivingen over en weer lijken er ook te zijn tussen het noordelijk deel van IJsselmeer, Markermeer & IJmeer, Ketelmeer en Zwarte Meer. Ook zijn er sterke aanwijzingen voor relaties tussen binnendijkse en buitendijkse gebieden, zoals voor broedvogels die in kolonies broeden (aalscholvers en lepelaars).

Oorzaken

De Actualisatie Doeluitwerking Vogelrichtlijnsoorten IJsselmeergebied 2020 maakt duidelijk dat de ecologische draagkracht van de zes N2000-gebieden voor de aangewezen vogelsoorten sterk is veranderd vanaf de jaren tachtig van de vorige eeuw. De belangrijkste ecologische factor is de verbetering van de waterkwaliteit door een verminderde aanvoer van nutriënten. Dit heeft grote gevolgen gehad via een afnemende productie in de hele voedselketen, van algen en zoöplankton tot mossels en vissen. Ondergedoken waterplanten hebben zich kunnen vestigen en uitbreiden, eerst in de randmeren vanaf de jaren ’90 van de vorige eeuw, daarna ook in de ondiepere delen van de andere wateren.

Rapport is bouwsteen Beheerplan

Het IJsselmeergebied ontwikkelt zich nog steeds sinds de aanleg van de Afsluitdijk en Houtribdijk, er is nog veel dat voor ons onbekend is en blijft. De Actualisatie Doeluitwerking 2020 geeft vooral de eerste inzichten van een boeiend gebied, en is vooral bedoeld als feitenrapport. Het vormt een eerste bouwsteen om tot de tweede generatie beheerplannen voor het IJsselmeergebied te komen.

Lees hier het volledige rapport

terug naar het nieuwsoverzicht